26/10 - Christophe Brandt zit alweer op de fiets
“Misschien zegt mijn lichaam straks 'stop'. En dan is het over met mijn carrière”

(Het Nieuwsblad) - Op 29 augustus versplinterde Christophe Brandt tijdens de Schaal Sels zijn linker bovenarm, brak hij vier ribben, scheurde hij zijn milt en verloor hij een nier.

“Natuurlijk heb ik getwijfeld. Mijn lichaam is zo erg toegetakeld”

Maar aan het lot kan je niet verhelpen.

En dus zit er voor hem niets op dan de lange moeilijke weg terug naar zijn plaats in het peloton af te leggen.

Hij zit ondertussen alweer op de fiets.

“Maar misschien zegt mijn lichaam straks 'stop'. En dan is het over met mijn carrière.”

Minder dan twee maanden geleden keek Christophe Brandt de dood nog diep in de ogen, vandaag lijkt het alsof er niks is gebeurd.

“Dokters zeiden dat ik in december weer zou kunnen fietsen. En dat mijn arm voor de grootste problemen zou zorgen. Maar nu zijn we half oktober en fiets ik alweer elke dag. Natuurlijk heb ik nog pijn. Maar dat is niet erg. Om gewoon te fietsen lukt het wel. Ik lag nog op intensieve zorgen toen ik al met de revalidatie van mijn arm begon. Ik moest ook mijn longinhoud weer op niveau krijgen. Mijn linkerlong was niet groter dan een vuist meer. Stapje voor stapje word ik beter.”

“Ik heb het beter nu. In de voormiddag zie ik nog een kine uit de buurt. En 's namiddags stap ik op mijn fiets. Dat is voor mij ook revalideren. Voor mij telde dat ik me snel weer goed in mijn vel zou voelen. Maar daarna wringt het toch weer, wanneer je je collega's ziet koersen en je weet dat je er zelf bij had moeten zijn. Daarom ben ik zo blij dat het seizoen nu afgelopen is. Nu is iedereen als ik. Het is gek, maar het stelt me wat meer gerust. Daarvoor heb je de neiging te forceren. Want je wilt dat het vooruit gaat.”

“We zoeken toch altijd de limiet. De dag dat mijn dokter zei dat ik weer mocht rijden, ben ik ook gaan rijden. Eén uur, 25 km, harder kon ik niet. Ik wilde weten waar ik stond.”

Hoe kijk je op het ongeval terug?

Brandt: “Het piekeren is voorbij. De eerste dagen zat ik er heel erg mee. Wat mijn vrouw, kind en ouders moesten doorstaan wilde ik ze eigenlijk niet aandoen. Ook al kon ik het niet helpen. Dat mijn arm gebroken was wist ik meteen. Maar binnenin voelde ik een pijn die ik helemaal niet herkende. En het werd steeds erger, onuitstaanbaar zelfs. Voor ik onder de scanner ging heb ik gesmeekt mij in slaap te doen. Om niets meer te moeten voelen.”

Dacht je niet: we houden er beter maar gewoon mee op?

Brandt: “Natuurlijk heb ik getwijfeld. Mijn lichaam is zo erg toegetakeld, ik mis een nier, ik heb de dood in de ogen gekeken en daarna op de rand van de depressie gestaan. Maar dan wil ik er ook niet op deze manier uitstappen. Ik kan niet zeggen: mijn carrière is geëindigd bij een verkeersbord in Merksem.”

Het is wel een hoge prijs die voor de passie moet worden betaald.

Brandt: “Moet ik dan nu ophouden? Ik ben een nier kwijt. Daar kan ik mee leven. Een andere nier kan ik niet missen. Maar de kans dat ik ook die beschadig of verlies lijkt me toch heel klein. Ik heb het met mijn vrouw en familie besproken. Ik heb gekozen om ermee door te gaan.”

Voetballers blijven liggen, wielrenners staan meteen weer recht.

Robbie McEwen zegt: pijn is maar pijn.

Brandt: “We zijn het gewend om te vallen en we herkennen de pijn. Onze drempel ligt hoog. Ik weet hoe het voelt om ribben of een arm te breken. Maar de pijn na mijn val in Merksem was helemaal anders. Het lichaam is een ongelooflijke machine. Ik ben er heel erg aan toe geweest. Maar na tien dagen kon ik weer rechtop zitten in bed. Wat al een hele overwinning is. En nog wat later zet je weer enkele passen.”

Hoe zal je eerste wedstrijd na het ongeval zijn?

Brandt: “Ongetwijfeld zal ik een beetje bang zijn. En tijd nodig hebben om mij weer aan te passen. Maar langer dan enkele kilometers zal dat toch niet duren.”

Maar als je een berg af moet is dat toch weer een risico. Is er niet de vrees dat het niet zal lukken met je terugkeer?

Brandt: “Daar houd ik rekening mee. Dat ik nu twee uur met de fiets kan rijden wil niet zeggen dat ik weer competitie kan doen. Misschien zegt mijn lichaam 'stop'. Dan zal ik daar moeten mee leven. Alleen de dag dat ik een koers met de besten uitrijd en kan afzien als voorheen, weet ik dat het weer goed zal zijn. Tot die dag zal ik altijd met het grote vraagteken zitten.”

Marc Ghyselinck

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren