15/09 - Christophe Brandt praat voor het eerst na doodsmak in Schaal Sels
“Even dacht ik: het is met mij gedaan”

(HLN) - Eén week nadat hij in het Jan Palfijnziekenhuis spontaan uit een kunstmatige coma ontwaakte, sprak Christophe Brandt (29) gisteren in Luik met de pers. Kranig, want het leed van zijn zware val in de Schaal Sels viel nog duidelijk op zijn gezicht af te lezen. De Davitamon-Lotto-renner heeft de dood voor ogen gezien. «Een armbreuk: dat was het einde van de wereld niet. Maar toen ik hoorde dat ze me zouden laten inslapen omdat binnenin vanalles was geraakt, werd ik bang. Ja, dacht ik, het is met mij gedaan.» Er wacht Brandt een lange herstelperiode. Koersen staat voorlopig niet in zijn agenda. «Tenzij de Ronde van de Intensive Care», houdt hij er de luim in. «Ik forceer niks. Pas als mijn eigen lichaam het goed vindt, ga ik weer aan de slag.»

Schrikken en slikken was het, toen Christophe Brandt in korte broek en blauw Davitamon-T-shirt om negen na twaalf de Salle des Conseils Paul Franchimont van het Luikse Centre Hospitalière Universitaire (CHU) binnenschreed. Flink vermagerd, vale tint, doffe ogen. Geen spoor meer van de hem kenmerkende gezonde roze blos op zijn sproetige wangen. De hand die hij de aanwezige perslui reikte was slap, koud, knokig.

Brandt zelf, geflankeerd door mama Simone, een goeie vriend en zijn behandelende geneesheren, nam de angst weg. «Ik voel me goed, hoor. Elke dag zet ik een stapje vooruit, lukken me nieuwe dingen. Geen wonderen, hè. Des conneries, quoi. Een uurtje in de zetel zitten. Of zoals vandaag: een korte wandeling. (lacht) De Ronde van de Intensive Care.»

Tot het moment van inslapen herinnert Brandt zich zijn ongeluk tot in detail. Een banale val, vond hij, zoals er wel tientallen in het peloton gebeuren. «De rijruimte versmalde, omdat er naast ons volgwagens voorbijraasden. Rechts vielen ze. Ik raakte op links de boordsteen, sloeg over mijn fiets en knalde op een verkeerslicht. (lacht) Ik stopte letterlijk voor het rood.»

Bijna fataal
De armbreuk drong snel tot hem door. «'t Einde van de wereld niet, vond ik.» Klus voor wonderdokter Toon Claes in Herentals, begreep ploegleider Frison. Brandt: «Tot de koersdokter (Walter Jacobs, red) het straaltje bloed bemerkte dat uit mijn mond sijpelde. Vlug naar Jan Palfijn, besloot hij. Gelukkig maar. Anders was het misschien fataal geweest.»

Brandt vreesde niettemin voor het einde van zijn carrière. Ook al stelden de artsen in Merksem hem honderd keer gerust. «'Niet bang zijn. Je zal verder een normaal leven kunnen leiden. En op termijn ook opnieuw kunnen koersen.' Ik kon het niet geloven. De pijn was ondraaglijk. Onder de scanner drong de ernst van de situatie pas goed tot me door. Verbrijzelde nier, geraakte milt, klaplong. We laten je kunstmatig inslapen en opereren meteen, klonk het. Ik werd bang. Ola, besefte ik: il y a quelque chose qui cloche. Mijn leven flitste voorbij. Ik zag mijn vrouw, mijn dochtertje, mijn familie, mijn vrienden... Echt, ik dacht dat het met mij gedaan was.»

Zo'n vaart liep het uiteraard niet. Brandt ontwaakte zelfs op eigen kracht en sneller dan verwacht. «Drie dagen liep ik suf en beneveld rond. Sprak ik bij voorbeeld mijn vrouw Alisson aan met de voornaam van mijn dochter Emma. (lacht) Sinds zaterdag beschik ik weer over mijn volle verstandelijke vermogens.»

Bewonderenswaardig, de humor waarmee Brandt zijn leed trotseert. En de moed om weer de renner te worden die hij was, blijft intact. «In het begin piekerde ik. 's Morgens ga je de deur uit en 's namiddags kan alles voorbij zijn, realiseerde ik me. Ik zadelde mezelf op met schuldgevoelens. 'Waarom doe ik mijn familie dit aan?', vroeg ik me af. Ik kon ook nine to five op een bureau slijten, dan was me dat niet overkomen. Terwijl ik eigenlijk alleen maar 'malchance' heb gehad.»

Brandt zette zich over het mentale dipje heen. En wil nu zo spoedig mogelijk huiswaarts, naar zijn vertrouwde omgeving. «De dagen duren lang, dus zoek ik wat afleiding. Ik kijk naar de Vuelta, moedig Henin aan in de US Open... En ik krijg gelukkig ook veel visite. Dank ook aan alle mensen die me telefoon-, mail- en sms-gewijs hun steun betuigden. Zij schonken me mee de moed om terug te knokken. Ik weet het nu zeker: er komt een dag dat ik opnieuw koers. Wanneer dat precies zal zijn, weet ik niet. Dat laat ik mijn eigen lichaam bepalen. De pijn moet volledig verdwijnen, ik wil 100% klaar zijn. Ook al kost me dat een maand langer dan voorzien.»

Joeri De Knop

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren