|
30/05 - Interview met Tia
Hellebaut en Kevin Rans (Knack) - Kim Gevaert, Tia Hellebaut en Kevin Rans. Ziedaar de Belgen op het voorbije WK indoor atletiek. Gevaert kent iedereen. Maar Tia Hellebaut? Of Kevin Rans?
Onopvallend, voor het grote publiek. Als het van hen afhangt, verandert dat. Deze zomer nog. Niets zo makkelijk de laatste jaren als een Belgische atletiekzomer voorspellen. Kim Gevaert loopt allicht weer een paar nieuwe records, Cédric Van Branteghem haalt allicht ook de pers. Omdat hij uitzonderlijk goed presteert. Of uitzonderlijk slecht. Voor het overige schijnt de zon, hopelijk. En als het inderdaad mooi weer is, dan dagen op de Belgische kampioenschappen weer wat ouders, vrienden en kennissen op. Kwestie van de tribunes niet helemaal leeg te laten. Hier of daar loopt, springt of werpt er wel iemand een minimum voor een groot kampioenschap. Om er dan in de eerste ronde uit te vliegen. Geen uitschieters. Middelmaat. Edoch, dit jaar wordt alles anders. Om te beginnen zal Tia Hellebaut (28) op het eind van deze maand, in het Oostenrijkse Götzis, het bijna vijftien jaar oude record op de zevenkamp* eens flink wat scherper stellen, zie.
Daarna pakt ze - uiterlijk onbewogen - in Göteborg een medaille op het EK hoogspringen. In het beste geval met een sprong over 2 meter, maar dat hoeft nog niet. En Kevin Rans (23) kronkelt zich met de polsstok over 5 meter 80. Stilaan wereldniveau. Wat hij een paar dagen later dan uitbundig viert met een zotte benjisprong, liefst achterwaarts en bij voorkeur van op een hoogte van een meter of 200. Middelmaat, zei u? - Hoe is het om de hele tijd in de schaduw van Kim Gevaert te moeten leven? Tia Hellebaut: Zo voel ik het niet aan, dat ik 'in de schaduw van Kim' sta. Je moet eerlijk naar de feiten kijken en zien wat Kim al bereikt heeft: medailles gewonnen op grote kampioenschappen, olympische finale gelopen, sportpersoonlijkheid van het jaar geweest... Wie het best presteert, trekt alle aandacht naar zich toe, dat is altijd zo. En dat is ook logisch. Het jaar dat Cédric Van Branteghem schitterend presteerde, ging alle media-aandacht naar hem. 'The winner takes it all' , dat is in het voetbal zo, in de politiek, overal. Kevin Rans: Je moet het ook zo bekijken: Kim maakt onze sport populair in België. Daar kunnen wij mee van profiteren. Zonder haar aanwezigheid stond atletiek helemaal niet in de belangstelling. Tegelijkertijd kan één enkele persoon geen hele sport dragen. Maar we zijn goed op weg, vind ik. Laat Cédric Van Branteghem opnieuw doorbreken, misschien kan Joeri Jansen weer zijn oude niveau halen, wij twee dan. Kim sowieso. Ik denk dat we een 'schone' zomer tegemoet gaan. Hellebaut: Daar ben ik ook van overtuigd. Volgens mij zullen we op het EK in Göteborg met heel veel volk zijn. - Waarom? Op het voorbije WK indoor, waren jullie maar met z'n drieën? Hellebaut: Ja, maar je moet ook naar de selectieminima kijken. Die lagen voor het WK indoor in Moskou zeer hoog. Göteborg, deze zomer, is maar een EK, daar zijn de selectiecriteria van de Belgische bond iets minder streng. Bovendien legt de internationale federatie voor een WK indoor haar normen ook zeer hoog, zeker in de kampnummers. Men probeert er zo weinig mogelijk volk aan de start te krijgen, omdat het programma zo kort is. Indoor mogen er bijvoorbeeld maar acht atleten naar de finale, outdoor zijn er dat twaalf. - Was het leuk, zo'n klein groepje? Hellebaut: Heel zeker. Vooral omdat we met zijn drieën al lang met elkaar vertrouwd zijn. Ik denk dat ik Kevin al vijftien jaar ken, van toen hij eerstejaarscadet was. Als het al niet vroeger is. En Kim is even oud als ik, die ken ik dus ook al lang. Rans: Tia en ik hebben bij OLSE Merksem nog samen in de club gezeten. En met Kim heeft niemand problemen. Erg joviaal. Binnen een grote groep vormen zich ook organisch kleinere groepen. Welnu wij trekken altijd naar elkaar: Cédric Van Branteghem, de aflossingsploeg, Tia, Kim, en ik. - Vormen de prestaties van Gevaert voor de groep een extra motivatie? Hellebaut: Kim is een natuurtalent, laat daar geen twijfel over bestaan. Het spreekt vanzelf dat het tof is, als iemand die je kent goed begint te presteren. En natuurlijk is dat een motivatie. Je redeneert: dat wil ik ook meemaken, daar wil ik bij zijn. Maar ik ben absoluut niet afgunstig op haar. Ik herinner mij dat Kim in Moskou op vrijdagavond haar finale moest lopen. Omdat mijn wedstrijd op zaterdag begon, ging ik niet mee naar het stadion, maar ik heb de hele avond op het puntje van mijn bed gezeten. Eigenlijk was ik zenuwachtiger toen zij moest lopen, dan voor mijn eigen wedstrijd. De prestatie van iemand anders heb je niet in de hand, hé. - Opvallend aan jullie beiden is de polyvalentie. Kevin heeft 200 meter spurt gecombineerd met polsstok. Tia is een zevenkampster die zich pas op haar 28e gaat toeleggen op haar beste nummer: het hoogspringen. Rans: Spurter ben ik eigenlijk door toeval geworden. Op mijn eerste interclubwedstrijd liep ik een 200 meter, en na afloop kwam mijn trainer me zeggen dat ik het Belgisch juniorenrecord van Patrick Stevens geëvenaard had. Ik wist niet eens dat 21.07 de recordtijd was. Spurters interesseerden me in die tijd, als 16-, 17-jarige, ook niet. Polsstokspringers had ik al bezig gezien, die kende ik allemaal bij naam. Maar Michael Johnson, de legendarische wereldrecordhouder op de 200 en de 400 meter, moest je me aanwijzen, ik wist niet wie dat was. Uiteindelijk heb ik voor polsstok gekozen omdat de trainingen meer gevarieerd zijn, dat vond ik het plezierigste. En ik heb daar ook de meeste aanleg voor, denk ik. Tegenwoordig zijn er tientallen atleten die 20.20 aankunnen op de 200 meter; daar zou ik nooit de top bereiken. Maar als je tegenwoordig met de polsstok over 5 meter 60 geraakt, kun je een medaille halen. - Heb jij al een definitieve keuze gemaakt, Tia? Hellebaut: Ik doe op 27 en 28 mei mijn laatste zevenkamp. Dan wil ik het Belgische record verbeteren. De rest van het seizoen leg ik me uitsluitend toe op het hoogspringen. Maar in de winter wil ik nog wel bij de meerkamp blijven, de vijfkamp dan. Voor mij is dat een goede basis voor het zomerseizoen, ik ben een atlete die het moet hebben van veel 'volume'. De vijfkamp past perfect in dat schema. Het is moeilijk om te kiezen, want ik train al jaren voor de meerkamp, ik doe dat gewoon graag. En toch sprong ik elk jaar hoger. Waarom zou ik dan alles drastisch omgooien? Misschien ben ik wel een atlete die afwisseling nodig heeft. - En waarom kies je nu uiteindelijk toch voor hoogspringen? Hellebaut: De beslissing is eigenlijk vorig jaar al gevallen, toen ik op het WK outdoor in Helsinki zesde werd, met een sprong van 1,93 meter. Ook al was ik in het voorjaar nog geopereerd. Dan ga je toch even nadenken: misschien kan ik - mits wat meer specifieke, technische training - nog meer progressie maken in het hoogspringen. Dat bleek deze winter, want ik haalde 1,97 meter. Ik moet eerlijk toegeven: ik denk dat mijn niveau in het hoogspringen momenteel gewoon béter is dan dat van de zevenkamp. Vandaar. - Wat als je op die laatste wedstrijd het Belgische record niet pakt? Hellebaut: Dat kan ik me niet voorstellen. Gezien de vooruitgang die ik deze winter gemaakt heb, moet ik al heel slecht presteren om ernaast te grijpen. Dit jaar heb ik mijn eigen record op de horden scherper gesteld, in het kogelstoten, het verspringen én het hoogspringen. Dat zijn al vier onderdelen, waarop ik mijn beste prestatie geleverd heb. Trek die lijn door naar de zomer, en je weet dat er nog records zullen sneuvelen. Maar dán is het hoofdstuk zevenkamp afgesloten, ja. Al blijf ik ervan overtuigd dat ik op de vijfkamp, indoor dus, sneller een prijs zal pakken dan in het hoogspringen. Indoor vallen 200 meter en speerwerpen weg, dat zijn precies mijn zwakste onderdelen. Trouwens, als ik kijk naar het puntentotaal, dan ben ik vrijwel zeker dat ik in de vijfkamp op het podium zou hebben gestaan. Maar goed, ik had me in die discipline niet gekwalificeerd voor het WK omdat ik bij de selectie drie nulsprongen had in het verspringen. Geprobeerd en niet gelukt, zo simpel is dat. Maar volgend jaar probeer ik het zeker opnieuw, op die vijfkamp. - Staan jullie in je eigen discipline op een even hoog niveau als Kim Gevaert? Hellebaut: Ik denk dat wij er net onder staan. Het grootste verschil is dat Kim op elk kampioenschap voor een medaille kan gaan. Daarvoor moeten wíj echt op onze top zijn, dat geeft het best onze waardeverhoudingen weer. Kim vertrekt altijd met ambitie voor het podium, wij moeten ons eerst concentreren op het bereiken van de finale. En als we dan ín die finale ons topniveau blíjven halen, of ons eigen record verbeteren, pas dan komen we in aanmerking voor een medaille. Rans: Kijk gewoon naar het verleden: Kim heeft al zoveel medailles gehaald. Bij haar mag je zeggen dat ze op een Europees kampioenschap absolute top is. En op een WK eigenlijk ook, zeker indoor. Hellebaut: Voor ons is een Europees kampioenschap ook wel vergelijkbaar met een wereldkampioenschap. Kampnummers zijn nog sterk Europees gericht, in dat opzicht halen we geen voordeel uit een EK. Kim natuurlijk wel. Dat op een EK de Amerikanen en Jamaicanen ontbreken, betekent voor haar een pak minder concurrentie. - Hebben jullie nog een grote progressiemarge? Rans: Dertig centimeter. Hellebaut: Dat krijg ik er niet meer bij. Ik hoop natuurlijk ooit wel de kaap van de 2 meter te bereiken. Al heb ik altijd gezegd: 'Als ik ooit 1,90 meter haal, heb ik hard en goed gewerkt.' Dus eigenlijk is elke centimeter méér, pure winst. Maar ondertussen zit ik al aan 1,97 meter. Als je zo dicht in de buurt komt van de magische grens van twee meter, wil je die natuurlijk ook wel springen. Rans: Zo dicht bij onze magische grens van 6 meter, zit ik natuurlijk nog niet. Maar het blijft een doel. Een erg ver en erg zwaar doel, want tegenwoordig springt haast niemand nog 6 meter. Maar degenen die het wél doen, zijn de namen waar ik als junior ook al tussen stond. Dus mag ik er wel van dromen, vind ik. - Mag je deze winter voor jullie twee de 'winter van de definitieve doorbraak' noemen? Hellebaut: Ik heb elk jaar wel een beetje vooruitgang geboekt. In 2004, in Boedapest, ben ik toch vijfde geworden op het WK indoor vijfkamp. De Olympische Spelen in Athene waren dan mijn eerste grote kampioenschap in het hoogspringen. De finale was er wel een kleine afknapper, maar het was wél de finale. In 2005 had ik een blessure en ben ik in maart geopereerd, maar op het WK in Helsinki stond ik er toch weer. Elk jaar een kleine progressie, zo ben ik al een paar jaar onderweg. Nu ik erover nadenk: in 2001, in Edmonton, stond ik ook al op het WK zevenkamp. Alleen München 2002 heb ik gemist. De laatste jaren vallen mijn prestaties misschien iets meer op, omdat ik me dichter bij de top bevind. En god ja, 2000, Gent, het EK indoor: daar was ik ook al, op de vijfkamp. Rans: In 2000, in Gent, was ik er ook al bij. Als bodyguard. Op het WK in 2001 mocht ik wel meedoen, maar daar heb ik mij serieus vergist. Ik was geselecteerd voor de aflossingsploeg, dat gaf me het gevoel dat ik er al bij hoorde, maar eigenlijk ging het daardoor helemaal fout. Spurt was niet echt mijn nummer, maar door mijn selectie voor de aflossingsploeg, begon ik plotseling te zweven. Het ging allemaal veel te gemakkelijk. Ik dacht dat ik me even vlotjes zou kwalificeren voor het volgende kampioenschap, maar dat bleek een serieuze misrekening. Ik heb me daarna volledig op polsstokspringen toegelegd, maar het heeft een hele tijd geduurd voor alles weer in de plooi viel. Het bleef zoeken. Alle puzzelstukjes - aanloop, techniek, snelheid, kracht - werden op zich wel beter, maar dat vertaalde zich niet in een écht goede sprong. Sinds Helsinki vorig jaar, valt alles wél samen. Daar sprong ik nog niet echt hoog, dat kon ook niet door de abominabele weersomstandigheden, maar mijn parcours was wel regelmatig. En als die regelmaat blijft, is dat belangrijk voor het zelfvertrouwen. Je beseft dat de techniek waaraan je vier jaar gewerkt hebt, de juiste is. - Worden jullie internationaal al een beetje gewaardeerd? Hellebaut: Ik wel. De andere atletes zeggen altijd: 'Die Belgische zal er wel weer staan, op het kampioenschap.' Nu ja, Athene finale, Helsinki finale, en nu in Moskou weer. Drie keer op rij de finale halen, dat doen weinigen mij na. Ik sta dus wel bekend als het kampioenschapsbeest, en dat vind ik absoluut niet erg. Rans: Mij kénnen ze wel, ook omdat ik via Wilfried Meert, de organisator van de Memorial, op heel wat meetings binnenglip. Het Duitse circuit, het Russische circuit, dat zijn belangrijke ontmoetingen voor een polsstokspringer. Maar ik denk niet dat ze met mij rekening houden voor een medaille. Maar dat deden ze met de Nederlander Rens Blom ook niet, en die werd wel wereldkampioen. Mijn trainer, Vitali Petrov, heeft het me onlangs nog gezegd: 'Je hebt 5,70 meter gesprongen, nu hoor je er echt wel bij. Je kunt beginnen meestrijden voor medailles. Gedraag je er nu ook naar. Geen bescheidenheid meer.' Vroeger zou ik bij wijze van spreken tijdens de wedstrijd mijn maten gebeld hebben om te zeggen dat ik naast vedetten als Tim Lobinger of Okkert Brits stond. Nu denk ik: hela, die gaan mij hier niet kloppen. - Wanneer zal jullie atletiekzomer geslaagd zijn? Hellebaut: Vóór de winter had ik me voorgenomen: als je 1,96 meter springt, wordt het een goeie zomer. Maar ik zit al aan 1,97 meter. En ik wil dus ontzettend graag het Belgisch record op de zevenkamp scherper stellen. Een stuk scherper liefst, je moet het je opvolgers ook niet te makkelijk maken. En verder de prestaties van deze winter in het hoogspringen bevestigen. Rans: Ik zou graag tussen de 5,80 en de 5,90 meter springen. Hellebaut: Amai! Stap voor stap, hé Kevin, niet te veel ineens jongen. Rans: Het is misschien ambitieus, maar dat doel heb ik me nu eenmaal gesteld. Als je 5,70 meter aankan, is de volgende stap voor mij 5,80 meter. Vooral omdat ik op training al hoger gesprongen heb dan die 5,70. En qua plaatsen zou ik toch graag top acht, misschien top vijf halen op het Europees Kampioenschap. Zelf denk ik aan nóg meer, maar dat moet je nog niet schrijven hé. Kris Croonen * Dit interview stamt van voor het afgelopen weekeinde. Hellebaut is er inderdaad in geslaagd een nieuw BR te realiseren. |
|
| terug | start | reageer | lees de reacties |
| © ALP |
|
Privacybeleid | Adverteren |