|
30/03 - Een
goede leerling
Eerste Heilige communie Zijn wekelijkse rapporten vermelden steevast 20 op 20 en omdat ook zijn gedrag onberispelijk was mocht Herman al op zesjarige leeftijd, 4 juli 1937, zijn eerste Heilige Communie doen. Als alle kinderen zal hij trots geweest zijn op zijn kostumeke: witte blouse, zwart broekske, witte kousen en zwart gelakte schoenen.
Als alle kinderen zal hij trots voor de spiegel hebben gestaan, want het was feest en daar genoot Herman net zo van als alle andere kinderen. Religieus als zijn opvoeding was zullen de lessen en de plechtigheid een diepe indruk op hem gemaakt hebben. Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn. Het ging niet allemaal vanzelf zoals bij sommige andere leerlingen, nee: Herman moest er voor werken. Wat hij deed, deed hij goed, maar niet zonder moeite. Goede punten waren zeer belangrijk voor de kleine Herman en was het eens niet supergoed, dan was hij beschaamd. In het tweede studiejaar was hij na het eerste trimester de dertiende van de klas.
Verlegen stapte hij met zijn rapport naar huis, en durfde over zijn punten niets zeggen tegen zijn ouders. Volgens de legende stond hij die dag wat rond zijn vader te draaien zonder iets te zeggen. Pa Wijns had wel door dat er iets scheelde en bedacht dat het beter zou zijn wanneer hij even weg zou gaan: aan zijn moeder zou Herman het wellicht wel durven zeggen. Maar ook alleen met zijn moeder bleef hij dralen. Het gesprek dat hij vervolgens met zijn moeder had is een goede indicatie van het karakter van Herman. Maar moeder, dat kan toch niet. Het kan toch niet waar zijn..., zei hij verontwaardigd. Maar wat is er dan ventje? vroeg zijn moeder. Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn. Allez, zeg het eens manneke. Geen flauwekul hè. Zeg maar eens rap wat er hapert.. Zie dan eens moeke, ik ben maar de dertiende. Wat? De dertiende maar? zei moeder. Laat eens zien... Maar je hebt toch 84 op 100 en grote onderscheiding. Wij verwachten van jou toch niet dat je de eerste bent?! Voor Herman echter was het niet goed genoeg. Het moest beter en hij was daarom vastbesloten het beter te doen. In het tweede trimester was hij de achtste met 87 op 100 en in het derde trimester...
Poe, wat zal het kereltje zich afgemat hebben, en wat legde hij een ongelooflijke wilskracht aan de dag. Vanaf 's morgens vroeg, direct na de H. Mis tot 's avond half tien was hij in de weer met zijn lessen. Boeken in de hand, rond de tafel lopend herhaalde hij zijn lessen steeds maar weer, alles om maar de beste te zijn. Het resultaat was er dan ook naar, want het laatste trimester eindigde hij met 89 op 100 en was hij de beste van de klas. Vrolijk kind Er is een anekdote hoe de beroemde Broeder Melarius nadat Herman enkele weken ziek thuis is geweest, zo blij is Herman weer terug op de koer te zien dat hij zegt: Herman, als jij er niet bent is mijn klas niet volledig.
Is dat echt waar broeder, vroeg Herman. Echt waar, antwoordde de broeder en maakte met de kleine knaap een rondedansje. Herman was niet alleen graag gezien, maar ook zeer behulpzaam voor anderen. Wanneer hij eens ziek en met koorts in bed lag en zag hoeveel moeite zijn vader zich getrooste om de koude compressen op zijn hoofdje keer op keer te verversen, zei hij tegen zijn vader dat hij het zelf wel zou doen. Wanneer zijn moeder zonder elastiek zat liep de kleine Herman stad en land af op zoek naar het juiste elastiek voor zijn moeder. Op bezoek bij zijn tante vond hij het geen enkel probleem om zelf om dessert te gaan wanneer zijn neefjes en nichtjes geen goesting hadden. Al was het zondagmiddag: Herman kwam niet terug voordat hij een winkel had gevonden die nog open was.
Hij was een vrolijk kind die vooral veel van muziek hield. De radio moest altijd aan staan zodat hij kon zingen en dansen, en zag hij een kans dan vertelde hij moppen en verhaalde enthousiast over wat er op school allemaal was gebeurd. Lachen is beter dan wenen Wat een ander ook mocht beweren: wat Herman wist was waar, want de broeder had het toch gezegd! En niemand wist het beter dan de broeder, zelfs zijn vader niet, zo sterk was het kinderlijk vertrouwen van de jongen in zijn opvoeders. Ook een voorval op de schoolplaats typeert het karakter van de kleine Wijns. Het gebeurde eens op de koer dat een jongen was gevallen over een uitstekend stuk steen.
Hij liep daarbij een hevig bloedende wond op aan zijn been, en de broeder vreesde dat hij zijn been gebroken had. Terwijl die de brancard ging halen verdrongen de andere jongens van de school zich rond de gekwetste, maar bij het zien van het bloed zetten ze het allemaal op een lopen. Behalve Herman. Die drukte zo goed hij kon de wond dicht om het bloeden te stelpen en troostte zijn huilende makker door hem verhaaltjes en moppen te vertellen. Toen de broeder terug kwam met de brancard trof hij tot zijn verbazing twee lachende jongens aan. Lachen is beter dan wenen hè, sprak Herman. Toen dezelfde broeder werd gevraagd of Herman een vrolijk kind was, zei hij: Och, als je een plezante tegenkwaamt, dat was hij niet. Maar als je er nog een plezantere tegenkwaamt, dat was hij. Arjan Plantinga Foto's: Koninklijke Kring voor Heemkunde Merksem Lees ook:
Deel
1 - Zijn kinderjaren Vrienden van Herman Wijns vzw Herinnerinsghuis: |
|
|
|
||