30/03 - Een goede leerling

Herman Wijns
1931 - 1941

Herman Wijns, 'de kleine pastoor', overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat hebben er een pelgrimsoord van gemaakt.

Velen geloven dat Hermanneke geneest en rond zijn graf staan honderden dankbetuigingen van mensen die door hem van hun kwalen zouden zijn verlost.

Hij is zelfs al meerdere keren 'gezien' door moderne profeten en heeft tegen zeker een dame 'gesproken'.

Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

Wanneer Herman Wijns op 26 mei 1941 niet was overleden aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking na een verwonding aan zijn knie was hij vorige week (15 maart) wellicht 75 jaar geworden.

Maar er zijn dit jaar meer jubilea als het om Ons Hermanneke gaat.

Zaterdag 27 mei vindt er in de St. Bartholomeuskerk de 21e Herman Wijns-dag plaats en wordt de 65e sterfdag van Herman gevierd.

In zes afleveringen brengen we u daarom het leven van Herman Wijns.

Eerste Heilige communie
Nadat hij een jaar vroeger dan gebruikelijk was toegelaten tot het eerste leerjaar van St-Eduardus, liet Hermanneke meteen blijken een goed en vlijtig student te zijn.

Zijn wekelijkse rapporten vermelden steevast 20 op 20 en omdat ook zijn gedrag onberispelijk was mocht Herman al op zesjarige leeftijd, 4 juli 1937, zijn eerste Heilige Communie doen.

Als alle kinderen zal hij trots geweest zijn op zijn kostumeke: witte blouse, zwart broekske, witte kousen en zwart gelakte schoenen.

De Bredabaan ter hoogte van het St-Eduardusinstituut zoals Herman Wijns het wellicht nog gekend heeft (al is deze foto van voor zijn geboorte). Achter de moeder met kinderen de toegangspoort, daarnaast de houten afrastering van het domein Bouckenborgh

Als alle kinderen zal hij trots voor de spiegel hebben gestaan, want het was feest en daar genoot Herman net zo van als alle andere kinderen.

Religieus als zijn opvoeding was zullen de lessen en de plechtigheid een diepe indruk op hem gemaakt hebben.

“Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn.”
Herman was geen geniale leerling, maar wel een hard werkende.

Het ging niet allemaal vanzelf zoals bij sommige andere leerlingen, nee: Herman moest er voor werken.

Wat hij deed, deed hij goed, maar niet zonder moeite.

Goede punten waren zeer belangrijk voor de kleine Herman en was het eens niet supergoed, dan was hij beschaamd.

In het tweede studiejaar was hij na het eerste trimester de dertiende van de klas.

Het St-Eduardusinstituut (klooster en school) gezien vanuit de klokkentoren van de St. Franciscuskerk (toen nog nieuwe kerk), zoals het werd gebouwd in 1897. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het zwaar beschadigd door de inslag van een V2, maar pas in 1964 werden de nieuwe gebouwen die we nu nog kennen gerealiseerd. De Broeder Frederikstraat (r.) heette toen nog Sint-Franciscusstraat

Verlegen stapte hij met zijn rapport naar huis, en durfde over zijn punten niets zeggen tegen zijn ouders.

Volgens de legende stond hij die dag wat rond zijn vader te draaien zonder iets te zeggen.

Pa Wijns had wel door dat er iets scheelde en bedacht dat het beter zou zijn wanneer hij even weg zou gaan: aan zijn moeder zou Herman het wellicht wel durven zeggen.

Maar ook alleen met zijn moeder bleef hij dralen.

Het gesprek dat hij vervolgens met zijn moeder had is een goede indicatie van het karakter van Herman.

“Maar moeder, dat kan toch niet. Het kan toch niet waar zijn...,” zei hij verontwaardigd.

“Maar wat is er dan ventje?” vroeg zijn moeder.

“Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn.”

“Allez, zeg het eens manneke. Geen flauwekul hè. Zeg maar eens rap wat er hapert..”

“Zie dan eens moeke, ik ben maar de dertiende.”

“Wat? De dertiende maar?” zei moeder.

“Laat eens zien... Maar je hebt toch 84 op 100 en grote onderscheiding. Wij verwachten van jou toch niet dat je de eerste bent?!”

Voor Herman echter was het niet goed genoeg.

Het moest beter en hij was daarom vastbesloten het beter te doen.

In het tweede trimester was hij de achtste met 87 op 100 en in het derde trimester...

Het 1e leerjaar van de Moderne Humaniora van 1937. Zittend op de eerste rij, vierde van links zien we de dan 6-jarige Herman Wijns.

Poe, wat zal het kereltje zich afgemat hebben, en wat legde hij een ongelooflijke wilskracht aan de dag.

Vanaf 's morgens vroeg, direct na de H. Mis tot 's avond half tien was hij in de weer met zijn lessen.

Boeken in de hand, rond de tafel lopend herhaalde hij zijn lessen steeds maar weer, alles om maar de beste te zijn.

Het resultaat was er dan ook naar, want het laatste trimester eindigde hij met 89 op 100 en was hij de beste van de klas.

Vrolijk kind
Herman was graag gezien bij zowel zijn medeleerlingen als bij de broeders van het St-Eduardusinstituut.

Er is een anekdote hoe de beroemde Broeder Melarius nadat Herman enkele weken ziek thuis is geweest, zo blij is Herman weer terug op de koer te zien dat hij zegt: “Herman, als jij er niet bent is mijn klas niet volledig”.

Broeder Melarius - Antoon Persoone - was leerkracht in de laagste klassen en degene die de nagedachtenis aan Herman na diens dood levendig hield.

“Is dat echt waar broeder,” vroeg Herman.

“Echt waar,” antwoordde de broeder en maakte met de kleine knaap een rondedansje.

Herman was niet alleen graag gezien, maar ook zeer behulpzaam voor anderen.

Wanneer hij eens ziek en met koorts in bed lag en zag hoeveel moeite zijn vader zich getrooste om de koude compressen op zijn hoofdje keer op keer te verversen, zei hij tegen zijn vader dat hij het zelf wel zou doen.

Wanneer zijn moeder zonder elastiek zat liep de kleine Herman stad en land af op zoek naar het juiste elastiek voor zijn moeder.

Op bezoek bij zijn tante vond hij het geen enkel probleem om zelf om dessert te gaan wanneer zijn neefjes en nichtjes geen goesting hadden.

Al was het zondagmiddag: Herman kwam niet terug voordat hij een winkel had gevonden die nog open was.

Vlijtige leerling

Hij was een vrolijk kind die vooral veel van muziek hield.

De radio moest altijd aan staan zodat hij kon zingen en dansen, en zag hij een kans dan vertelde hij moppen en verhaalde enthousiast over wat er op school allemaal was gebeurd.

Lachen is beter dan wenen
Het woord van de broeder was heilig voor Herman.

Wat een ander ook mocht beweren: wat Herman wist was waar, want de broeder had het toch gezegd!

En niemand wist het beter dan de broeder, zelfs zijn vader niet, zo sterk was het kinderlijk vertrouwen van de jongen in zijn opvoeders.

Ook een voorval op de schoolplaats typeert het karakter van de kleine Wijns.

Het gebeurde eens op de koer dat een jongen was gevallen over een uitstekend stuk steen.

De koer van het oude instituut

Hij liep daarbij een hevig bloedende wond op aan zijn been, en de broeder vreesde dat hij zijn been gebroken had.

Terwijl die de brancard ging halen verdrongen de andere jongens van de school zich rond de gekwetste, maar bij het zien van het bloed zetten ze het allemaal op een lopen.

Behalve Herman.

Die drukte zo goed hij kon de wond dicht om het bloeden te stelpen en troostte zijn huilende makker door hem verhaaltjes en moppen te vertellen.

Toen de broeder terug kwam met de brancard trof hij tot zijn verbazing twee lachende jongens aan.

“Lachen is beter dan wenen hè,” sprak Herman.

Toen dezelfde broeder werd gevraagd of Herman een vrolijk kind was, zei hij: “Och, als je een plezante tegenkwaamt, dat was hij niet. Maar als je er nog een plezantere tegenkwaamt, dat was hij.”

Arjan Plantinga
(vrij naar Avents)

Foto's: Koninklijke Kring voor Heemkunde Merksem

Lees ook:

Deel 1 - Zijn kinderjaren
Deel 2 - Een goede leerling
Deel 3 - Vroom, zo vroom
Deel 4 - De Misdienaar
Deel 5 - Onverwacht hemelwaarts
Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart

Vrienden van Herman Wijns vzw
Alice Dierckx, voorzitter
Tel.: 0487 67 89 39
vriendenhermanwijns@gmail.com

Herinnerinsghuis:
Van Heybeeckstraat 23
2170 Merksem

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren