06/04 - Deel III: Vroom, zo vroom

Herman Wijns 1931 - 1941

Herman Wijns, 'de kleine pastoor', overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat hebben er een pelgrimsoord van gemaakt.

Velen geloven dat Hermanneke geneest en rond zijn graf staan honderden dankbetuigingen van mensen die door hem van hun kwalen zouden zijn verlost.

Hij is zelfs al meerdere keren 'gezien' door moderne profeten en heeft tegen zeker een dame 'gesproken'.

Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

Wanneer Herman Wijns op 26 mei 1941 niet was overleden aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking na een verwonding aan zijn knie was hij vorige week (15 maart) wellicht 75 jaar geworden.

Maar er zijn dit jaar meer jubilea als het om Ons Hermanneke gaat.

Zaterdag 27 mei vindt er in de St. Bartholomeuskerk de 21e Herman Wijns-dag plaats en wordt de 65e sterfdag van Herman gevierd.

In zes afleveringen brengen we u daarom het leven van Herman Wijns.

Opvoeding
Herman, de Kleine Pastoor had een goed karakter, we zagen het al in de vorige afleveringen..

Liegen of bedriegen was niet des Hermans, iemand kwetsen kwam niet bij hem op.

Hij had eens gehoord hoe iemand zijn vader, Jozef Wijns in diens afwezigheid beledigde.

Herman vertelde niemand over hetgeen hij gehoord had, maar terug naar die man wilde hij niet.

Wanneer men hem vroeg wat hij toch tegen de beste man had, zweeg hij diplomatiek - zeven jaar oud.

Zeer gelovig was Herman en dat zal veel te maken hebben gehad met de opvoeding die het kereltje kreeg.

Zijn moeder, Johanna Dens was een fijngevoelige en toegeeflijke vrouw, zijn vader een zeer vroom man.

Pastoor Wuyts wilde de vader van Herman Wijns tot het priesterambt beroepen, maar daar stak grootmoeder Wijns een stokje voor. Als weduwe had ze al haar zoons nodig om rond te komen

Vader Jozef Wijns kwam uit een groot en kinderrijk (acht) gezin en aangezien grootvader Wijns overleed voor zijn oudste zoon volwassen was moest ook vader Wijns al jong gaan werken.

Er waren in die tijd nauwelijks sociale voorzieningen en geen werk betekende eenvoudigweg geen brood op de plank.

De vader van Herman was door de pastoor van de St. Bartholomeusparochie - E.H. Wuyts - uitverkoren om priester te worden, maar grootmoeder Wijns dacht daar anders over, hoewel zelf een godvruchtige vrouw van de oeroude stempel.

Afstanden rekende ze in paternosters of weesgegroetjes: ''Van Merksem naar Schoten is drie paternosters'.

Maar hoe christelijk ook, ze zag er het nut niet van in een van haar kinders in een ver oord tot priester opgeleid te laten worden.

Ze had d'r kinderen graag in haar buurt, en aarzelde niet om een van haar zoons zijn vaders trouwring mee te geven toen die moest gekeurd worden voor de militaire dienst...

'Ik bid al'
Vader Wijns kwam dus uit een oud-christelijk maar stoer gezin, waar God werd geëerd maar ook hard gewerkt moest worden.

Herman zag zijn vader vaak en lang bidden bij een beeldje van O.L. Vrouw van Lourdes en geïntrigeerd door dat schouwspel imiteerde Herman al als kleuter zijn vader en prevelde met een klein rozenhoedje zijn zelfbedachte gebedjes.

Nog voor zijn eerste H. Communie ging Herman doordeweeks, 's ochtends in alle vroegte, regelmatig met zijn vader mee naar de H. Mis en na de H. Communie deed hij dat elke dag.

De St. Bartholomeuskerk zoals Herman haar kende, met achteraan nog het oude altaar dat bij de verwoesting van de kerk in 1944 verloren ging.

Zoals veel kinderen in die tijd had Herman zijn eigen kerkboekje 'Ik bid al', waarin op elke bladzijde een tafereel uit de H. Mis stond afgebeeld.

Later volgden uiteraard ook 'De Kleinen bij Jezus', een 'Hosannaboekje' en, toen hij 9 jaar oud was, een missaal.

Zijn kinderbijbeltjes waren bij zijn overlijden allemaal stukgelezen: de ruggen eraf of los en alle pagina's beduimeld.

Bidden voor de overledene
De jongen moet helemaal overdonderd zijn door de indrukwekkende symboliek van het katholicisme zoals dat in de jaren '30 nog alom tegenwoordig was, en zoals een jongen van zijn leeftijd tegenwoordig voetballer Ronaldinho of rapper '50 Cents' vereert, zo bestond voor Herman alleen de H. Mis.

Heeft een kind van zijn leeftijd anno 2006 misschien een plakboek met voetbalsterren, zo had Herman zijn missaal vol plaatjes van Christus, OL. Vrouw, de H. Jozef of Joannes.

Opvallend aspect aan zijn missaal was de voorliefde voor mensen die waren gestorven.

Achterin treffen we een lijstje aan van alle overledenen van zijn tijd als misdienaar, compleet met datum.

Wanneer hij later als misdienaar mee een lijk moest uitdragen zag men Herman biddend in de begrafenisstoet.

Gevraagd naar het waarom zei hij: “Iedereen volgt de lijkbaar, er wordt gesproken en gerookt. Er is echter niemand die bidt voor de overledene.”

Vroom was Herman en misnoegd over diegenen die niet naar de wetten van de kerk leefden.

Zo vinden we in zijn missaal bijvoorbeeld ook een lijstje van mensen uit zijn straat (dan al de Wuytslei) die op zondag niet naar de H. Mis gingen, ook weer met datums en al.

Niets of niemand kon Herman weerhouden naar de heilige mis te gaan.

Hij leefde er voor.

Herman Wijns, de Eucharistische Kruistochter

Toen zijn moeder hem eens verbood om naar de H. Mis te gaan omdat het te slecht weer was, antwoordde Herman: “Niet naar de Mis, dan ook niet naar school.”

Zijn vroomheid en toewijding tot de kerk was natuurlijk ook de broeders van het St-Eduardusinstituut opgevallen en het was daarom dat hij kort na zijn eerste H. Communie door broeder Elianus werd uitgekozen om Eucharistische Kruistochter te worden.

Omdat hij van kindsbeen af op de Eucharistie gericht was bleek Herman een goed Kruistochter en zijn uitverkiezing maakte van hem een nog vuriger Christen.

Zorgen
Vanaf Hermans geboorte tot hij een jaar of zeven was verging het vader en moeder Wijns goed.

Hun beenhouwerij op de Bredabaan liep aanvankelijk super, maar de crisis van de jaren '30 trof ook de familie Wijns en in 1938 moest men de boeken toe doen.

Men betrok het gelijkvloers van het pand op de Wuytslei 23 en vader en moeder Wijns moesten uit werken gaan.

Voor mensen die vier gasten en een dienstmeid hadden gehad was het werken voor een baas moeilijk te accepteren en van de zorgeloze sfeer in huize Wijns was al snel niets meer over.

Vader nam zijn toevlucht tot het gebed terwijl moeder Wijns juist van haar geloof viel.

Herman had het daar moeilijk mee.

Zijn moeder ging niet meer naar de kerk en daar maakte de kleine jongen zich grote zorgen over.

Een gebeurtenis waar Herman vrijwel zeker getuige van was: de St. Bartholomeusprocessie op de Bredabaan in 1937

Hij probeerde zijn moeder over te halen, maar gedeprimeerd door de tegenslagen in haar leven kon moeder Wijns het niet opbrengen.

“Waarom vraag je het zo dikwijls,” klaagde ze tegen haar godvruchtige zoon.

“Nu, ik dacht zo maar, zie je... Vake en ik daarboven en jij... ” zou hij geantwoord hebben.

Herman Wijns gaf al op jonge leeftijd blijk van een groot begrip van het wezen van de katholieke kerk en zij die hem gekend hebben spreken ervan hoe hij nooit aarzelde om de mensen om hem heen te wijzen op het belang van de H. Mis, de H. Communie en de Lithurgie.

Het was dan ook zijn begrip van en zijn toewijding aan de H. Kerk die hem in laatste jaar van zijn leven tot een opmerkelijke misdienaar maakten.

Daarover volgende week meer.

Arjan Plantinga
(vrij naar Avents)

Foto's: Koninklijke Kring voor Heemkunde Merksem

Lees ook:

Deel 1 - Zijn kinderjaren
Deel 2 - Een goede leerling
Deel 3 - Vroom, zo vroom
Deel 4 - De Misdienaar
Deel 5 - Onverwacht hemelwaarts
Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart

Vrienden van Herman Wijns vzw
Alice Dierckx, voorzitter
Tel.: 0487 67 89 39
vriendenhermanwijns@gmail.com

Herinnerinsghuis:
Van Heybeeckstraat 23
2170 Merksem

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren