|
29/09 - Merksem, september
1944 Vrijdag 29 september 1944 - De hel barst los. Voortdurend klinkt er geschut, dan komen er weer vliegtuigen over. Er is veel bedrijvigheid aan de frontlinie. Stilte. Weer geschut. En vliegtuigen. Het gemeentehuis staat in brand, hoor ik roepen op straat. Ik rep me erheen. De Duitsers gebruikten de toren van de oude kerk als uitkijktoren, en eens de Engelsen dat door hadden zijn ze er op beginnen schieten.
Enkele granaten troffen ook het gemeentehuis en dat staat nu in lichterlaaie. Het steekt vol opgeëiste radio's en tientallen mensen proberen hun exemplaar te redden. Enkelen slagen daarin. Overal schieten brandende documenten de lucht in. Dan klinken ontploffingen. Onder een vuurzee van gensters stort het gemeentehuis krakend in. Van de vijand mag de brandweer niet blussen. Trouwens: er is ook geen water. Het gemeentehuis brandt tot op de grond af. De wind komt gelukkig voor de omwonenden uit het westen, maar toch slaan de vlammen over naar het aanpalende politiebureau. Ook dat brandt helemaal af. Toen de bevoorradingsploeg havermout ging halen bij Zeelandia, zag ik aan de overkant van het kanaal leden van het verzet. Deze riepen ons toe dat overmorgen, maandag het offensief zou gaan beginnen. Met die blijde boodschap vertrokken we naar de verschillende verdeelcentra. Het was wel gevaarlijk om aan het Albertkanaal zo openlijk met elkaar in contact te komen. Onze hoop was groot en we werkten eens zo hard.
Maar we wisten niet dat er kapers op de kust waren. Alle hulpdiensten hadden zo hun best gedaan om de bevolking van voeding te voorzien. Nu begonnen de mensen het zelf te gaan halen, en zo gebeurde het vandaag dat de Drie Molekensfabrieken geplunderd werden. Een vrouw viel door de openingen van de verschillende verdiepingen waarlangs de zakken naar beneden moesten, drie verdiepingen lager. Op het dak van het St. Bartholomeusgasthuis wordt een vlag van het Rode Kruis aangebracht. Het dak steekt nogal hoog boven de gemeente uit, en de Engelsen zouden kunnen denken dat er Duitsers zitten. 's Avond klinkt er ook veel geschiet vanaf de noordkant van Merksem. We denken dat de Engelsen en Canadezen Merksem hebben omsingeld. We hopen allemaal vurig levend uit deze hel te kunnen ontsnappen. Al bijna een maand zijn we van de buitenwereld afgesloten en dagelijks staan we aan grote gevaren bloot. Er beginnen de laatste dagen steeds vaker verzetsstrijders in Merksem op te duiken. Ze zwemmen 's nachts het kanaal over. Soms wordt er een gepakt, soms verdrinkt er een. Ook 'onze Jan' blijkt een verzetsstrijder. Nu begrijp ik ineens waarom hij zo graag voorraden ging halen in Brasschaat, en altijd klaarstond om de hachelijkste toeren te ondernemen: zo kon hij meteen een blik werpen op de Duitse verdedigingswerken. Wanneer hij 's avonds weer vertrekt zegt hij dat hij de volgende keer zal terugkomen op een Engelse tank. Laten we hopen dat het hem lukt en liefst zo snel mogelijk. Alle dagboeken |
|
|
|
|
||