|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De geschiedenis van MerksemMerksem: poort naar het noorden De geschiedenis van Merksem (Marcsam, Marcxem, Marchem, Marshem, Marxeem, Merxhem, Merxem, Merchem), gaat terug tot in de Gallo-Romeinse tijd (4e/5e eeuw NC).
Die kennis is afgeleid van een vermelding van Schoten (Schoto) in de Lex Salica, het uit 507-511 N.C. stammende wetboek van de Saal-Franken of Saliërs, die onze gebieden in die tijd bewoonden. Merksem was tot de zestiende eeuw onderdeel van het vrije eigen van Schoten dat samen met Merksem en St. Job één parochie onder de Heilige Cordula vormde. Ergens tussen 1161 en 1216 echter wordt Merksem wel een onafhankelijke parochie met waarschijnlijk vanaf het begin de apostel St. Bartholomeus als patroonheilige. De parochie won in de 100 jaar die volgden snel aan belangrijkheid en zou de moederparochie al snel overvleugelen. Het eigen van Schoten en Merksem viel eerst onder het grotere geheel (gouw) van het Land van Breda en vanaf 1287 onder de Heren van Bergen op Zoom. De eerste vermelding van Merksem in bewaard gebleven acten stamt uit maart 1209, maar de schrijfwijze (Marcsem) is dan al een verbasterde vorm van een oudere naam.
Hendrik, Hertog van Lotrijk, spreekt zich in maart 1209 te Lier uit over een geschil tussen Godevaart van Schoten en de abt van Villers, Conradus van Urach - die beiden heersen over ongeveer de helft van het vrije eigen van Schoten - over de verdeling van het grondgebied, waar Merksem dan toe behoort. Midden in de tekst lezen we: ... Nopens het geschil, rakend aan de overzet van Marcsem zeiden de beëdigde mannen dat voornoemde Godevaart en de abdij van Villers die in gemeenschap moesten bezitten. Met de overzet wordt bedoeld de oversteekplaats over het Schijn, daar waar we nu Antwerpen-Dam vinden, dat tot 1871 bij Merksem hoorde. Merksem dankt zijn naam waarschijnlijk aan het feit dat het in de laat-Romeinse tijd was gelegen op een belangrijke grens tussen twee Romeinse civitae (burgerschappen, later bisdommen). Daardoor was er sprake van "Merk" (grens) en "Heim" (nederzetting), behorend tot het bisdom Kamerijk. Er zijn ook historici die argumenteren dat de naam is afgeleid van de oprichter van de eerste nederzetting: een persoon genaamd Marc (wellicht een Romein > Marcus?). Derhalve Marcs heim. Het gebied was in de vroege middeleeuwen zeker niet aantrekkelijk want het werd jaarlijks meerdere keren overstroomd door Schelde en Noordzee (transgressies). De gronden rondom de huidige St. Bartholomeuskerk (de huidige wijk Oud Merksem) lagen echter vijf of zes meter boven het nivo van de Schelde en bleven dus vrijwel altijd droog. Het was daar dat de eerste kolonisatoren zich waarschijnlijk hebben gevestigd en leefden van de veeteelt. Pas bij de opkomst van het feodalisme (leenstelsel, 11e/12e eeuw) werden de eerste lage gronden (hoeken, beemden) ingedijkt en werd er ook in toenemende mate landbouw bedreven. Merksem heeft eeuwenlang één geheel gevormd met Schoten en Sint-Job-in-'t-Goor, maar het is onduidelijk wie het voor de dertiende eeuw werkelijk voor het zeggen had in deze contrijen. In mei 1561 werd Merksem van Schoten gescheiden, doordat de markies van Bergen op Zoom, heer van Merksem, Jan Van Glimes de heerlijkheid van Merksem en Dambrugge te koop aanbood op de Vrijdagse Markt in Antwerpen. Ze werd gekocht door Antoon Van Strale, een Antwerpse speculant en voornaamste leenman tevens opperkerkmeester in Merksem. De Bredabaan deed al van in de late middeleeuwen dienst als poort naar het noorden voor Antwerpen. Vanaf 1742 werden er de eerste bareeltaksen geïnd. Merksem telde begin 1800 zo'n 750 inwoners en het was tot in de helft van de 19de eeuw een landelijke gemeente. Vanuit Merksem werd er stro geleverd aan de stad Antwerpen, vandaar dat de Merksemenaars nog altijd de bijnaam "stroboeren" hebben. Dit landelijk karakter verdween met de industrialisatie die in 1874 begon. In dat jaar werden de gronden van het "Hof van Merxem" door de S.A.Etablissements Industriels et Commerciaux de Merxem waarvan Eugene Meeus directeur was, opgekocht. Deze vennootschap vroeg en kreeg de toelating om twee, met de Kempische vaart in verbinding staande nijverheidsdokken te graven. In 1891 waren er in de omgeving van "het dokske" al 16 bedrijven gevestigd. Tegenwoordig is er nog altijd veel bedrijvigheid. Heel wat firma's vinden de ligging aan het Albertkanaal een groot pluspunt. De industrialisering en de centrale ligging van het district werkte ook de bevolkingstoename in de hand. Vandaag de dag telt Merksem bijna 40.004 inwoners (31 december 2006) Het Kroonplein De Croone was gelegen aan het belangrijkste kruispunt van de toen bestaande wegen, en lag vlakbij het Croonvelt. In de directe omgeving bevinden zich twee mooie parken: het Park Roosendael en het Gemeentepark met daarin het Hofke van Roosendael. Het Kroonplein is nog steeds een verkeersknooppunt in Merksem, maar niet langer van grote wegen. Zie ook: Wikipedia - Merksem |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||