|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
05/04 - De Heren van Merksem IJzertijd Ver, zoveel is zeker. Het is zeer waarschijnlijk dat de eerste Romeinen die onze streken 2000 jaar geleden verkenden er bewoners hebben aangetroffen.
Vondsten in Ekeren tonen aan dat er in de vroege ijzertijd al mensen woonden. Het eerste geschreven bewijs van bewoning in onze buurt werd gevonden in de Lex Salica in de zesde eeuw. Dan is het wachten tot maart 1209 om nog de eerste echte geschreven verwijzing naar Merksem (Marxeem) tegen te komen. Merksem is al die tijd onderdeel geweest van verschillende bestuurseenheden. Abten en Hertogen maakten er de dienst uit. Om de bevolking gaven ze weinig want hun eigendom moest vooral geld opbrengen.
Zelfs de eerste 'baas' van een zelfstandig Merksem was vooral geïnteresseerd in wat het gebied aan tol, cijnsen en andere heffingen kon opleveren. Hoe het de bewoners daarbij verging zal hem een zorg geweest zijn, laat staan dat de toenmalige bewoners van Merksem (zo'n 500 in getal) iets in de pap te brokken hadden over wie hen ging besturen. De periode waarin een dorp als Merksem door rijke speculanten van de hand gedaan werd duurde 230 jaar, tot Vlaanderen en dus ook Merksem op 1 oktober 1795 werd ingelijfd bij het Franse rijk. De Fransen deelden het land opnieuw in en stelden burgemeesters en schepenen aan in elke 'municipaliteyt'. De eerste burgemeester van Merksem was Joannes Mertens, een brandewijnstoker met een herberg "in de buurt van de St. Bartholomeuskerk". Pas in de Hollandse tijd (1815-1830) kwam er ook een zekere mate van democratie, al bleef die beperkt tot de paar nobelen van het dorp. Verkocht op de markt Hij was het die in het jaar 1561 de grens bepaalde tussen Merksem en Schoten. Tot dat moment was Merksem beschouwd als gehucht van Schoten, dat zich vanaf het begin van de dertiende eeuw tot een afzonderlijke parochie had weten te ontwikkelen. Merksem was in de 16e eeuw vooral een plek waar rijke Antwerpenaren hun buitenhuis bouwden (Bouckenborgh, Hof Terlinden, Hofke van Roosendael om er een paar te noemen) en helemaal geen dorp van betekenis. Het hele grondgebied van Merksem, Schoten en St-Job in 't Goor behoorde in de late middeleeuwen tot het 'Land van Breda'.
Later kwam het in het bezit van de Heren van Bergen op Zoom die naast een hele reeks andere titels ook de titel van 'Heer van Schoten en Merksem' voerden. Het koste Jan Van Glimes heel wat moeite - een jaar aan papierwerk - om Merksem en Dambrugge als onafhankelijke eenheid erkend te krijgen. Maar het lukte hem, en op 23 mei 1561 bood hij de heerlijkheid (dorp) Merksem op de Vrijdagse markt in Antwerpen te koop aan. Antoon Van Stralen, toendertijd 'buitenburgemeester' van Antwerpen en een zeer rijk man, legde 43.000 Florentijnse guldens op tafel en verkreeg daarmee het hele dorp en alle eraan verbonden rechten. De Van Stralens (1561-1568 en 1579-1584) Zoals gezegd woonden er maar 500 zielen, verdeeld over nog geen honderd 'haardsteden', en zelfs die kleine gemeenschap was nog verdeeld over drie 'wijken'. Je had 'het dorp', bestaande uit een aantal huizen rondom de St. =Bartholomeuskerk. Dan was er Dambrugge, een dorp dat zich had ontwikkeld rondom de brug over het Schijn (ongeveer daar waar we nu de Merksemse Tegelhallen aan de Bredastraat vinden). Als laatste was er 'de Zwaantjes', een tros boerderijtjes rondom de Grote Gasthuishoeve, ongeveer daar waar we tegenwoordig de Volkstuinlei vinden. De eerste heer van een onafhankelijk Merksem was dus Antoon Van Stralen, de man naar wie de Van Straelenlei genoemd werd. Hij was de zoon van Goossen Van Stralen en Anna Draeck en op het moment dat hij Merksem kocht zeker geen onbekende in het Merksemse.
Zijn grootvader van moeders kant, Willem Draeck had in 1515 het Kasteel Van Merksem gekocht en dat was Antoon via een erfenis in de schoot gevallen. Ook als buitenburgemeester van Antwerpen (burgemeester van de gebieden buiten de stadsmuren) zal de bevolking van Merksem Van Stralen goed hebben gekend. Dat hij niet onpopulair was mag wellicht blijken uit zijn officiële installering als heer van Merksem, op 23 september 1561. Met een gevolg van 200 ruiters werd hij die dag volgens de geschiedschrijvers luisterrijk ingehaald en dat terwijl het volgens diezelfde geschiedschrijvers die dag 'vuyl weer' was. De regeerperiode van Van Stralen duurde niet lang. In 1565 wordt hij voor de vijfde maal gekozen tot buitenburgemeester en er werd zelfs een huldepenning geslagen om dat feit te gedenken, maar na de beeldenstorm van 1566 kwam Van Stralen in nauwe schoentjes. De Spaanse koning Filips II stuurde soldaten naar de Nederlanden met als doel de opstand neer te slaan en Verstralen was als vriend van Willem van Oranje een van de doelwitten van de hertog van Alva, die de operatie leidde. Tijdens de gruwelijke Spaanse repressie die volgde werd ook Van Stralen voor een Spaanse rechtbank gesleept en na vreselijke folteringen werd hij op 24 september 1568 in Vilvoorde onthoofd. Al zijn bezittingen (inclusief het astronomische bedrag van 400.000 gulden=25 miljoen euro aan baar geld) werden verbeurd verklaard en Merksem verviel aan de Spaanse koning, die het in leen gaf aan een lokale opportunist.
Toen de Spanjaarden een andere politiek gingen voeren en de staten-generaal der Nederlanden hun hun zelfstandigheid uitriepen kwamen de verbeurd verklaarde goederen weer terug in handen van hun rechtmatige eigenaars. Ook de Van Stralens kregen hun bezittingen terug en het was de halfbroer van Antoon, Jan Van Stralen die vanaf 1579 in de boeken staat als Heer van Merksem en Dambrugge. Lang kon hij echter niet genieten van zijn nieuwe status, want hij overleed rond 1584, maar Jan Van Stralen zal nog wel hebben gezien hoe de strijd met de Spanjaarden weer oplaaide en hoe ook Merksem leed onder de schermutselingen. Antwerpen werd in die dagen namelijk belegerd door de Spanjaarden en Merksem werd vrijwel helemaal geplunderd en verwoest. Dat was overigens niet alleen door de Spaanse belegeraars, want ook de Antwerpse verdedigers stookten de hele omgeving van de stad plat om de vijand beter te kunnen zien naderen. In het dorp bleven slechts enkele huizen recht en omdat alle bewoners waren gevlucht bleef een gebrandschatte spookstad over - het absolute dieptepunt van Merksem. Catharina Van Eeckeren, de weduwe van Jan Van Stralen, trouwt na de dood van haar man met de burgemeester van Antwerpen, Marnix van St. Aldegonde en moet met hem na de val van Antwerpen vluchten naar het noorden. In afwezigheid van de Van Stralens worden hun bezittingen van 1584 tot 1614 beheerd door een pandheer, J.B. De Berty. In 1614 - ten tijde van het twaalfjarig bestand in de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden - keren de erfgenamen van Jan Van Stralen terug naar Merksem. Zijn zoon Goossen van Stralen wordt geïnstalleerd als Heer van Merksem en blijft dat tot 1622, wanneer zijn zoon Jacques de titel erft. Eenvoudig hebben de laatste twee generaties Van Stralen het echter niet. Het Kasteel en het dorp liggen in puin, geld om het op te knappen is er niet en daarnaast zijn er tal van schuldeisers. Sinds hun terugkeer in 1614 zijn de Van Stralens dan ook verwikkeld in een hevige strijd met allerlei schuldeisers die het bezit van de Van Stralens opeisen. Pas in 1641 komt er een einde aan het juridisch gekonkel en weet Jacob Van Parijs de heerlijkheid Merksem en Dambrugge te verwerven. Hij en zijn zoon zijn van 1641 tot 1700 de nieuwe heren van Merksem en Dambrugge. Arjan Plantinga,
|
|
|
|
|
||