regio   

sport   

cultuur   

handelaren   

computer   

horeca   

gezondheid   

jr & sr   

onderwijs   

nieuws

contact   

 
 

19/04 - Heren van Merksem
Deel III: 1700-1729
Gijsbrecht Hoyberghen en de broers Van Heyst

Met het overlijden van Filips Van Parijs op 6 oktober 1697 kwam er ook einde aan de heerschappij van die familie over Merksem.

Zijn vijf kinderen hadden geen interesse in de heerlijkheid en verkochten Merksem op 31 augustus 1700 op de vrijdagsche markt in Antwerpen aan Ghisberto (Gijsbrecht) Hoyberghen, heer van Meulenbergh, Laar en Brandt.

In de verkoopacte wordt uitvoerig beschreven wat er allemaal tot het goed behoorde en welke rechten het heeft.

Aan deze molen dankt de Molenlei haar naam, hoewel deze foto genomen werd van een molen die werd opgericht in 1883 nadat de oude molen was omgewaaid. De molen werd uitgebaat door de familie Roossens, maar de uitbaters moesten de heer van Merksem wel betalen voor dat recht. Ze stond halverwege de Molenlei

Zo lezen we dat de heerlijkheid van Merksem en Dambrugge: “.. met hoge, lage en middele gerechtigheid, met macht van te stellen een drossaard of schout, een dijkmeier, schepenen en rekeneers en andere officieren nodig tot de justitie...” wordt overgenomen van Zijne Majesteit in zijn leenhof van Brabant.

In het 'beschrijf' van het goed zien we onder andere het 'heerlijk huis' (het Kasteel van Merksem) en een 'stenen huizing ... op het leenhof', een '...lange dreef, zo naar het zuiden als het noorden beplant met opgaande eiken...', een '...weggeld dat 230 gulden opbrengt...', '...het jachtrecht...', '...de grote hoeve...', '...een stuk lands geheten Grysdyck...', '...de straatmodder, verpacht voor 12 gulden...', '... het recht van te planten op 's heren strate...', '...de koper zal alle officieren in hun functie houden. Nooit zal hij mogen verwijderen de lichamen van de voorouders der verkopers, noch hun wapenen hangend in het koor der kerk'.

Hoyberghen betaalde 45.600 gulden (3 miljoen euro) voor het goed, en daaruit leren we dat de prijs in honderdveertig jaar nauwelijks gestegen is.

Antoon Van Stralen kocht Merksem in 1561 namelijk voor 43.000 gulden.

Onbekende
Op 28 september 1700 werd hij officieel geïnstalleerd als heer van Merksem, maar vanwege de in 1702 begonnen Spaanse Successieoorlog - tussen enerzijds Oostenrijk, Engeland en Holland en aan de andere kant Frankrijk en Spanje - nam Hoyberghen pas op 12 april 1706 zijn intrek in het Kasteel van Merksem.

Het was dus tijdens zeer roerige tijden dat Gijsbrecht Hoyberghen heer van Merksem werd, maar ondanks de last die Merksem te dragen kreeg slaagde hij erin zijn bezit te vergroten.

Zo kocht hij stukken grond aan de Winkelstap, aan de Merksemheyde en aan de Deuselt.

Ook zette hij een nieuwe kaak om aan de Merksemse bevolking te tonen dat hij hier de wet was en groef hij twee openbare waterputten.

Verder vernemen we echter niet zo heel veel van Hoyberghen.

Er zijn voor zover ons bekend zelfs geen afbeeldingen van hem bewaard gebleven

Het centrum van Merksem met daarop les lignes. Zoals te zien lag de Bartholomeuskerk binnen de linie en het kasteel (rechtsonder, aan het einde van de Dreef - nu de Van Straelenlei) erbuiten. Verder herkennen we Bouckenborgh (rechtsmidden), het Runtfort, en links in het midden het domein Groenendael.

We komen hem tegen in de akten van het St. Sebastiaansgilde, waar hij in 1715 het schieten van de koningsvogel (een spel) in gang zette met drie schoten.

In 1725 zien we zijn naam nog eens in een akte waarmee hij het Kolveniersgilde toestemming geeft hun schuttershof, gelegen aan de huidige Van Straelenlei, te beplanten en te betimmeren 'naar beliefte'.

Alle andere notities betreffen gewone 'lopende zaken'.

Wat de geschiedschrijvers wel menen te kunnen concluderen is dat Hoyberghen echt heerste over zijn heerlijkheid.

Zijn macht was voor de Merksemse aangelegenheden namelijk vrijwel absoluut.

De heer stelde alle ambtenaren aan die waakten over de orde en de veiligheid, het was zijn schepenbank die rechtsprak en alle koop- en verkoopacten opstelde, en het waren zijn ambtenaren die de belastingen inden.

Hoyberghen was dus tegelijk wetgevende en uitvoerende macht, rechter en notaris, schepen en politiecommisaris - hij had er 100% controle over.

Van een controlerende macht had in die dagen nog nooit iemand gehoord en van Hoyberghen kon doen en laten wat hij wilde.

Hij hief belasting op alles in het dorp: op de weg, op de straatmodder, op het water dat erdoor stroomde en de lucht die erover waaide.

De heer deed dat door zogenaamde 'cijnsen' te heffen op het recht om bomen te planten, op het visrecht in 't Schijn en op het uitbaten van water- en windmolens.

Ook cumulle was in die dagen voor niemand een probleem, want naast zijn heerschappij over Merksem had Van Hoyberghen ook een betaalde baan als drossaard van Wilrijk.

Erfenis
Net als zijn latere opvolgers, de familie Geelhand, was hij van Hollandse afkomst (Hilvarenbeek).

Zijn overgrootvader was net als zijn grootvader chirurgijn op de Paardenmarkt in Antwerpen.

Zijn vader Gisbertus Hoyberghen, was dat ook geweest al werd dat middeleeuwse beroep in de zeventiende eeuw omgedoopt in 'medisch doctor'.

Zijn fortuin verkreeg onze heer van Merksem echter van moeders kant.

Moeder Jenneken Michielsen was de jongste dochter van Simon Michielsens (1593-1681) en Jenneken Martens van Gorop, beide eveneens uit Hilvarenbeek.

Het was een van hun zoons - Peter - die als koopman fortuin had gemaakt.

Peter Michielsens (geb. 1617) was echter ongehuwd gebleven en had geen kinderen.

Deze foto van de Bredabaan, net voorbij de Oudebareellei (richting Brasschaat), is genomen aan het einde van de 19e eeuw, maar ze geeft een overblijfsel uit het heren-tijdperk weer: de vier rijen bomen. De heer verkocht namelijk het recht om te planten langs 's heren strate. In tijden van oorlog werden ze meestal weer gerooid voor het bouwen van wagens of pallisaden. Gezien de leeftijd van de bomen op de foto werden deze wellicht nog geplant door de laatste heer van Merksem (tot 1795), Hendrik Jozef Geelhand.

Bij zijn overlijden in 1694 liet hij dan ook zijn gehele bezit bij testament na aan zijn neef Gijsbrecht Hoyberghen: de heerlijkheid van Meulenbergh, Laar en Brandt (in het Waasland) plus 20.000 gulden (1,2 miljoen euro) aan baar geld.

Hoyberghen bleef zelf waarschijnlijk ook ongehuwd en kinderloos.

Hij liet zijn hele bezit na zijn overlijden in de winter van 1725/26 in ieder geval na aan verwanten van zijn moeders zijde: de broers Gismarus Gisbertus en Jan van Heyst en hun neef (eveneens) Gismarus van Heyst.

Hun heerschappij was echter van zeer korte duur want drie jaar later verkochten zij hun eigendom alweer aan de familie die de laatste heren van Merksem en Dambrugge zou leveren: de katholieke Amsterdamse familie Geelhand.

Oorlog, altijd maar oorlog
Weten we weinig van Gijsbrecht Hoyberghen; van Merksem onder zijn heerschappij weten een en ander uit bijvoorbeeld de 'specificaties van gedane devoiren' van de drossaard van Merksem, Dionijs van der Neessen, die we straks tegenkomen.

Als gezegd waren de eerste jaren van de heerschappij van Hoyberghen oorlogsjaren.

Onze provincies hielden het in het conflict met de koning van Spanje en Frankrijk, Phillips V en dat zou ze een paar jaar later duur te staan komen.

Terwijl de oorlog woedde in Duitsland legden de Fransen hier te lande een verdedigingslinie aan: les lignes, of de linnekes.

Gijsbrecht Hoyberghen liet niet veel tastbaars na in Merksem, behalve de kaak, die we nog steeds vinden naast de Bartholomeuskerk. De kaak was een illustratie van de rechterlijke macht van de heer. Ze werd gebruikt als schandpaal ('aan de kaak stellen'). Hoyberghen liet deze stenen kaak in 1711 plaatsen voor de kerk, op het toenmalige dorpslein. Op de achtergrond zien we afspanning 'Den Hert' of 'Den Ouden Hert' genoemd. Het gebouw stond aan de Bredabaan en dateert van het begin van de 17e eeuw. Het werd - ondanks veel protest - in 1926 gesloopt om plaats te bieden aan het steeds toenemende verkeer. De kaak moest er in 1947 aan geloven, maar werd in 1955 naast de kerk weer opgebouwd. Daar staat hij nog steeds. Het Bartholomeusbeeld werd er in 1840 opgezet en is dus niet origineel.

De linnekes doorsneden geheel Vlaanderen en vormden een versterkte verdedigingslinie van rivieren, vaarten en overstroomde gebieden die met hoog opgeworpen wallen met elkaar waren verbonden.

Ze begon in Oostende om dan via Brugge, Arenberg en de Schelde langs de Ferdinandusdijk Merksem aan te doen.

De linie liep vanaf het einde van de Ferdinadusdijk (daar waar we nu de kruising Groenendaallaan-Menneslaan-Gildestraat vinden) noordwaarts om de Bartholomeuskerk in te sluiten.

Dan volgde de linie ongeveer de huidige Borrewaterstraat om daar waar we nu de Solo-fabrieken vinden Merksem te verlaten.

Van daar liep de linie verder via Massenhoven en Lier om te eindigen in Hoei aan de Maas.

Hoewel het dus een indrukwekkend bouwwerk was viel ze al snel na de voltooiïng.

Eind juni 1703 was Merksem weer een spookdorp omdat vrijwel alle bewoners binnen de relatieve veilgheid van de Antwerpse stadsmuren waren gevlucht.

Wat volgde was de beroemde Slag bij Ekeren, die op 30 juni aan 1717 Hollanders en 1750 Fransen het leven kostte.

We krijgen een beeld van die periode via de voornoemde aantekeningen van drossaard Van der Neessen:

- Op 3 maart 1703 schrijft hij: "Met de schepenen geweest in de herberg Sevenbergen om vijf wagens te bezorgen om pallisaden te voeren naar Antwerpen, door order van lt. Crabeels"
- 4 maart 1703: "De schepenen doen vergeiren om het geld te bezorgen dat het dorp ten achter was aan het tweede bataillon van Grobbendonk"
- 30 mei 1703: "Gegeven aan een persoon brengende 7 jonge wolven, 14 stuivers (42 euro)"
- 6 juni 1703: "Er is gekomen een bataillon Franse voetgangers en de vier compagniën van Jacques Pasteur (hooi, stro, billetten, wagens)"
- 8 juni 1703: "...een regiment cavalerie met name Haydre. In de nanoen een regiment voetgangers genaamd Benavides. Een luitenant van de dragonders wil fourage doen halen"
- 30 juni 1703 (de Slag bij Ekeren): “Door order van de heer van Merksem, gaan zien buiten de linie, met een sergeant en twee muskettiers van de wacht, mits er grote desorder was!
3 en 4 juli: "... 40 pioniers te werk gesteld op het Zwaantje, om te slichten wat daar door de Hollanders was opgeworpen"

De Slag bij Ekeren, op 30 juni 1703, op een schilderij van Constantijn Frankcen (te zien in het Vleeshuis in Antwerpen). Op de voorgrond zien we rechts Ekeren en links Donk. In de verte is de kathedraal van Antwerpen te herkennen en op het origineel zien we geheel links net onder de horizon ook de St. Bartholomeuskerk glinsteren.

Antwerpen viel niet en kort erna verlegde de strijd zich naar het zuiden.

Dat betekende echter niet dat de ellende voor Merksem voorbij was, want vanaf 1705 eisten de Hollanders weer 'contributie' van de dorpelingen.

Wanneer de hertog van Marlborough de Fransen vervolgens op 23 mei 1706 definitief versloeg en terugsloeg tot voorbij Rijssel, werd ons land bezet gebied tot 1715.

De bezetting kostte Merksem wederom veel geld en middelen.

Want niet alleen moest men troepen onderbrengen en hun losbandig gedrag verdragen, er moesten ook paarden geleverd worden en vrijstellingsbrieven gekocht worden.

In mei 1709 noteert drossaard Van der Neessen dat er Engelse, Duitse en Hollandse soldaten in Merksem liggen.

Een Hollands regiment kampeerde op de dreef van de heer van Merksem (de Van Straelenlei): "En de Engelse partijen moeten af en toe een frissement hebben", noteert de drossaard.

En op 25 januari 1710: “Op order van generaal Cadogan moeten halen een soldaat die omtrent de Rosemay dronken op de steenweg lag.”

De Rosemay was een herberg aan de Ekerse weg in Ekeren.

De Merksemse oorlogskommer zou - af en aan - nog zeker dertig jaar duren, want pas tijdens de Franse bezetting van 1746-48 (Vrede van Aken) begint er een wat rustiger periode.

Merksem zal dan vanaf zijn 'onafhankelijkheid' in 1561 bijna 200 jaar vrijwel onafgebroken hebben geleden onder de oorlog - en echt voorbij is het nog lang niet...

Arjan Plantinga

Foto's: Koninklijke Kring voor Heemkunde Merksem

Deel I: 1561-1641 De Van Stralens
Deel II: 1641-1700 Jacob en Filips Van Parijs
Deel III: 1700-1729 Gijsbrecht Hoyberghen en de broers Van Heyst
Deel IV: 1729-1795 De familie Geelhand

Geschiedenis Van Merksem

Een uiterst vlot en boeiend verhaald standaard- werk over de plaatselijke geschiedenis van onze gemeente, dat ook het grote publiek met genoegen zal lezen en herlezen.

Meer info...

Modern Bouwen In Brasschaat: 1945-1975

Brasschaat wordt door velen geïdentificeerd met riante villawijken. De basis daarvoor is in de jaren dertig van vorige eeuw gelegd. Veel minder bekend is de modernistische architectuur die in de periode tussen de twee wereldoorlogen ook aan de groene rand

Meer info...

Schoten in beeld

Meer info...

Deurne & Borgerhout

Een werk dat elkeen, die Deurne en Borgerhout een warm hart toedraagt moet lezen. Het beschrijft in een boeiende en vlotte stijl de ontwikkeling van deze gemeenten sedert hun ontstaan tot aan het einde van de vorige eeu

Meer info...

Groeten Uit Borgerhout

In 1994 schreef Humo dat de buurt rond het Krugerpark de ´´Bronx´´ van Borgerhout was. Al wie het ontkende, kreeg te horen: ´´Als het er zo goed is, ga er dan wonen!´´ Walter Lotens deed het, trok naar die zogenaamd grimmige, multiculturele buurt, maar on

Meer info...

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren