|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
19/04 - Heren van Merksem
Met het overlijden van Filips Van Parijs op 6 oktober 1697 kwam er ook einde aan de heerschappij van die familie over Merksem. Zijn vijf kinderen hadden geen interesse in de heerlijkheid en verkochten Merksem op 31 augustus 1700 op de vrijdagsche markt in Antwerpen aan Ghisberto (Gijsbrecht) Hoyberghen, heer van Meulenbergh, Laar en Brandt. In de verkoopacte wordt uitvoerig beschreven wat er allemaal tot het goed behoorde en welke rechten het heeft.
Zo lezen we dat de heerlijkheid van Merksem en Dambrugge: .. met hoge, lage en middele gerechtigheid, met macht van te stellen een drossaard of schout, een dijkmeier, schepenen en rekeneers en andere officieren nodig tot de justitie... wordt overgenomen van Zijne Majesteit in zijn leenhof van Brabant. In het 'beschrijf' van het goed zien we onder andere het 'heerlijk huis' (het Kasteel van Merksem) en een 'stenen huizing ... op het leenhof', een '...lange dreef, zo naar het zuiden als het noorden beplant met opgaande eiken...', een '...weggeld dat 230 gulden opbrengt...', '...het jachtrecht...', '...de grote hoeve...', '...een stuk lands geheten Grysdyck...', '...de straatmodder, verpacht voor 12 gulden...', '... het recht van te planten op 's heren strate...', '...de koper zal alle officieren in hun functie houden. Nooit zal hij mogen verwijderen de lichamen van de voorouders der verkopers, noch hun wapenen hangend in het koor der kerk'. Hoyberghen betaalde 45.600 gulden (3 miljoen euro) voor het goed, en daaruit leren we dat de prijs in honderdveertig jaar nauwelijks gestegen is. Antoon Van Stralen kocht Merksem in 1561 namelijk voor 43.000 gulden. Onbekende Het was dus tijdens zeer roerige tijden dat Gijsbrecht Hoyberghen heer van Merksem werd, maar ondanks de last die Merksem te dragen kreeg slaagde hij erin zijn bezit te vergroten. Zo kocht hij stukken grond aan de Winkelstap, aan de Merksemheyde en aan de Deuselt. Ook zette hij een nieuwe kaak om aan de Merksemse bevolking te tonen dat hij hier de wet was en groef hij twee openbare waterputten. Verder vernemen we echter niet zo heel veel van Hoyberghen. Er zijn voor zover ons bekend zelfs geen afbeeldingen van hem bewaard gebleven
We komen hem tegen in de akten van het St. Sebastiaansgilde, waar hij in 1715 het schieten van de koningsvogel (een spel) in gang zette met drie schoten. In 1725 zien we zijn naam nog eens in een akte waarmee hij het Kolveniersgilde toestemming geeft hun schuttershof, gelegen aan de huidige Van Straelenlei, te beplanten en te betimmeren 'naar beliefte'. Alle andere notities betreffen gewone 'lopende zaken'. Wat de geschiedschrijvers wel menen te kunnen concluderen is dat Hoyberghen echt heerste over zijn heerlijkheid. Zijn macht was voor de Merksemse aangelegenheden namelijk vrijwel absoluut. De heer stelde alle ambtenaren aan die waakten over de orde en de veiligheid, het was zijn schepenbank die rechtsprak en alle koop- en verkoopacten opstelde, en het waren zijn ambtenaren die de belastingen inden. Hoyberghen was dus tegelijk wetgevende en uitvoerende macht, rechter en notaris, schepen en politiecommisaris - hij had er 100% controle over. Van een controlerende macht had in die dagen nog nooit iemand gehoord en van Hoyberghen kon doen en laten wat hij wilde. Hij hief belasting op alles in het dorp: op de weg, op de straatmodder, op het water dat erdoor stroomde en de lucht die erover waaide. De heer deed dat door zogenaamde 'cijnsen' te heffen op het recht om bomen te planten, op het visrecht in 't Schijn en op het uitbaten van water- en windmolens. Ook cumulle was in die dagen voor niemand een probleem, want naast zijn heerschappij over Merksem had Van Hoyberghen ook een betaalde baan als drossaard van Wilrijk. Erfenis Zijn overgrootvader was net als zijn grootvader chirurgijn op de Paardenmarkt in Antwerpen. Zijn vader Gisbertus Hoyberghen, was dat ook geweest al werd dat middeleeuwse beroep in de zeventiende eeuw omgedoopt in 'medisch doctor'. Zijn fortuin verkreeg onze heer van Merksem echter van moeders kant. Moeder Jenneken Michielsen was de jongste dochter van Simon Michielsens (1593-1681) en Jenneken Martens van Gorop, beide eveneens uit Hilvarenbeek. Het was een van hun zoons - Peter - die als koopman fortuin had gemaakt. Peter Michielsens (geb. 1617) was echter ongehuwd gebleven en had geen kinderen.
Bij zijn overlijden in 1694 liet hij dan ook zijn gehele bezit bij testament na aan zijn neef Gijsbrecht Hoyberghen: de heerlijkheid van Meulenbergh, Laar en Brandt (in het Waasland) plus 20.000 gulden (1,2 miljoen euro) aan baar geld. Hoyberghen bleef zelf waarschijnlijk ook ongehuwd en kinderloos. Hij liet zijn hele bezit na zijn overlijden in de winter van 1725/26 in ieder geval na aan verwanten van zijn moeders zijde: de broers Gismarus Gisbertus en Jan van Heyst en hun neef (eveneens) Gismarus van Heyst. Hun heerschappij was echter van zeer korte duur want drie jaar later verkochten zij hun eigendom alweer aan de familie die de laatste heren van Merksem en Dambrugge zou leveren: de katholieke Amsterdamse familie Geelhand. Oorlog, altijd maar oorlog Als gezegd waren de eerste jaren van de heerschappij van Hoyberghen oorlogsjaren. Onze provincies hielden het in het conflict met de koning van Spanje en Frankrijk, Phillips V en dat zou ze een paar jaar later duur te staan komen. Terwijl de oorlog woedde in Duitsland legden de Fransen hier te lande een verdedigingslinie aan: les lignes, of de linnekes.
De linnekes doorsneden geheel Vlaanderen en vormden een versterkte verdedigingslinie van rivieren, vaarten en overstroomde gebieden die met hoog opgeworpen wallen met elkaar waren verbonden. Ze begon in Oostende om dan via Brugge, Arenberg en de Schelde langs de Ferdinandusdijk Merksem aan te doen. De linie liep vanaf het einde van de Ferdinadusdijk (daar waar we nu de kruising Groenendaallaan-Menneslaan-Gildestraat vinden) noordwaarts om de Bartholomeuskerk in te sluiten. Dan volgde de linie ongeveer de huidige Borrewaterstraat om daar waar we nu de Solo-fabrieken vinden Merksem te verlaten. Van daar liep de linie verder via Massenhoven en Lier om te eindigen in Hoei aan de Maas. Hoewel het dus een indrukwekkend bouwwerk was viel ze al snel na de voltooiïng. Eind juni 1703 was Merksem weer een spookdorp omdat vrijwel alle bewoners binnen de relatieve veilgheid van de Antwerpse stadsmuren waren gevlucht. Wat volgde was de beroemde Slag bij Ekeren, die op 30 juni aan 1717 Hollanders en 1750 Fransen het leven kostte. We krijgen een beeld van die periode via de voornoemde aantekeningen van drossaard Van der Neessen: - Op 3 maart 1703 schrijft hij: "Met de schepenen
geweest in de herberg Sevenbergen om vijf wagens te bezorgen om pallisaden
te voeren naar Antwerpen, door order van lt. Crabeels"
Antwerpen viel niet en kort erna verlegde de strijd zich naar het zuiden. Dat betekende echter niet dat de ellende voor Merksem voorbij was, want vanaf 1705 eisten de Hollanders weer 'contributie' van de dorpelingen. Wanneer de hertog van Marlborough de Fransen vervolgens op 23 mei 1706 definitief versloeg en terugsloeg tot voorbij Rijssel, werd ons land bezet gebied tot 1715. De bezetting kostte Merksem wederom veel geld en middelen. Want niet alleen moest men troepen onderbrengen en hun losbandig gedrag verdragen, er moesten ook paarden geleverd worden en vrijstellingsbrieven gekocht worden. In mei 1709 noteert drossaard Van der Neessen dat er Engelse, Duitse en Hollandse soldaten in Merksem liggen. Een Hollands regiment kampeerde op de dreef van de heer van Merksem (de Van Straelenlei): "En de Engelse partijen moeten af en toe een frissement hebben", noteert de drossaard. En op 25 januari 1710: Op order van generaal Cadogan moeten halen een soldaat die omtrent de Rosemay dronken op de steenweg lag. De Rosemay was een herberg aan de Ekerse weg in Ekeren. De Merksemse oorlogskommer zou - af en aan - nog zeker dertig jaar duren, want pas tijdens de Franse bezetting van 1746-48 (Vrede van Aken) begint er een wat rustiger periode. Merksem zal dan vanaf zijn 'onafhankelijkheid' in 1561 bijna 200 jaar vrijwel onafgebroken hebben geleden onder de oorlog - en echt voorbij is het nog lang niet... Arjan Plantinga Foto's: Koninklijke Kring voor Heemkunde Merksem
|
|
|
|
|
||