31/01 - Sleet? Uitgewerkt? Filip Dewinter (44) wil van geen wijken weten
“Zet mij niet te snel bij het oud huisvuil”

(HLN) - Zit er sleet op Filip Dewinter? Is zijn succesformule stilaan uitgewerkt, zoals Marie-Rose Morel beweert? En zijn na al die vette jaren nu de zeven magere aangebroken voor hem en zijn partij? Dewinter grijnst. Hij moet ons teleurstellen, zegt hij. “Het antwoord op uw vragen luidt respectievelijk neen, neen en neen.” En of we alsjeblief een beetje respect willen hebben voor zijn eerste grijze haren. “Gelieve mij niet te snel bij het oud huisvuil te zetten. Ik moet nog 45 worden en ik hoor al 20 jaar dat mijn einde nabij is. Maar Dewinter blijft maar duren.” En twee uur later, klappertandend voor de fotograaf op het Antwerpse Zuiderterras: “Ik zou zelfs zweren dat hij pas begonnen is.”

“Wie premier wordt, Guy Leterme of Yves Verhofstadt, dat maakt geen bal uit. Het is schaduwboksen wat ze doen, en straks toch weer regeren met de PS”

- Bent u geschrokken van de kritiek van Marie-Rose Morel?

“Vooral Marie-Rose zelf is geschrokken van de impact van haar woorden. Het was de eerste keer dat dit haar overkwam. En de enige keer, mag ik hopen, want dit is niet voor herhaling vatbaar.”

- Het is haar niet 'overkomen', meneer Dewinter. Het was een zorgvuldig voorbereide kritiek waarvan ze elk woord heeft gewikt en gewogen. Ze neemt er niets van terug.

“Marie-Rose Morel mag een eigen mening hebben, maar die moet ze binnenskamers vertolken en niet in uw krant. De grote sterkte van onze partij is onze eendracht. Niet omdat wij een clubje van vrolijke, vrolijke vrienden zouden zijn, maar omdat we geen keuze hebben. Het Vlaams Belang kan zich niet de opendebatcultuur van paars permitteren, of het geruzie van de VLD. Onze partij moet naar buiten komen als een Griekse falanx of een Romeinse schildpadformatie. Doen we dat niet, zoals nu is gebeurd met Marie-Rose, dan worden we daar zwaar op afgerekend door een buitenwereld die van elk schoonheidsvlekje een etterende puist maakt. En ook intern is men dat bij ons niet gewend.”

- Men? Vooral uzelf, zal u bedoelen. U bent het niet gewend dat 'men' u zo frontaal aanvalt.

“Ach, zoiets is ons al eerder overkomen met Filip De Man en Alexandra Colen. En wat dan nog? We komen daar telkens gesterkt uit. Dat mijn ego al eens wat blikschade oploopt, neem ik er wel bij. Ik ben een partijbeest. My country, right or wrong: dat is mijn devies. Alles voor de partij, in goede en kwade dagen. Mijn ego en mijn persoonlijke carrièreplanning zijn daar volledig ondergeschikt aan.”

- 20 jaar lang liepen het belang van het Blok en uw eigen belang als vanzelf parallel. Niemand trok uw rol in twijfel. Nu heet er sleet te zitten op u en op de hardere koers die nog steeds uw voorkeur geniet.

“Dat is volstrekt onjuist. Ik ben mee de architect van de verruiming van onze partij. Niémand bij ons wil een koerscorrectie. Niémand wil terug naar vroeger. Let wel, de bezems en de bokshandschoenen van begin jaren '90 waren op dat moment de juiste campagnekeuzes. Net zoals het 70 puntenprogramma ooit de ideale provocatie was om onszelf stevig op de politieke kaart te zetten. Natuurlijk was dat erover, dat 70 puntenplan. Dat ontken ik niet. Maar het was een middel, geen doel op zich. Als ik al extreem ben, dan is het niet extreem-rechts maar extreem rechtlijnig, maar in mijn aanpak ben ik dan weer extreem soepel. Dàt is de formule-Dewinter. Je moet je strategie en je toon wijzigen in functie van de omstandigheden en de tegenstander. Zoals in het judo: de aanval van je tegenstrever overnemen en van zijn beweging gebruik maken om hém te vloeren in plaats van zelf gevloerd te worden. Zie het racismeproces in 2004. Dat was bedoeld om ons dood te doen, maar het is een electoraal geschenk gebleken.”

- Over judo gesproken: volgens Marie-Rose Morel had u Jean-Marie Dedecker graag willen uitspelen als lijsttrekker voor de Senaat, maar voorzitter Vanhecke vindt dat geen goed idee.

“Je moet het paard niet achter de wagen spannen. Waarom zouden we nu al discussiëren over zijn plaats terwijl we niet eens weten of hij wel bij ons komt? Maar bon, ik ben een loyale soldaat. Als mijn voorzitter dat zegt, dan schaar ik me daarachter. Ik zou Jean-Marie graag zien komen, maar ik ga niet plat op de buik voor hem.”

- Gaat u er net als Vanhecke vanuit dat Dedecker solo kansloos is en de kiesdrempel niet haalt?

“Neen. Ik heb geen schrik voor de Lijst Dedecker, maar in de politiek kun je maar beter met alles rekening houden.”

- Wat bent u voorzichtig geworden sinds 8 oktober.

“Met 8 oktober heeft dat niets te maken. Wél met wat eraan voorafging, aan die gemeenteraadsverkiezingen, en waar je geen vat op hebt. Die vreselijke moorden van Hans Van Themsche hebben ons in Antwerpen minstens 5 % gekost. En nog haalden we meer dan 33 %. Was dat een drama of een geldige reden tot vertwijfeling? Neen toch. In de rest van Vlaanderen heeft onze partij een geweldige inhaalbeweging gemaakt. En in de meeste Antwerpse districten zijn we 4 tot 7 % vooruitgegaan, met uitschieters tussen 40 en 45 % in Deurne, Hoboken en Merksem. Ons licht verlies in het centrum van Antwerpen en in Borgerhout is te wijten aan de snel-Belg-wet en het vreemdelingenstemrecht. In Nederland is gebleken dat 95 % van de allochtonen voor links stemt. De leemte die de weggelopen arbeiders hebben nagelaten bij de socialisten de gewone man stemt al lang voor ons vult Janssens nu gewoon op met nieuwe Belgen en vreemdelingen.”

- U rest dus geen andere keuze dan krimpen of voortaan zelf ook hengelen naar allochtone stemmen. Ook daarvoor pleitte Marie-Rose Morel.

“Wij gaan niet domweg onze standpunten aanpassen om tien allochtone stemmen binnen te halen als we daardoor twintig of honderd autochtone kiezers kwijtraken. Maar nogmaals, het gaat ons niet om huidskleur. Ik verzet me niet tegen een multi-etnische samenleving. Dat is het gevolg van de globalisering en die is onomkeerbaar. Die klok draai je niet meer terug.”

- Lang heeft u gedaan alsof die evolutie wél omkeerbaar was en alsof u de multiculturele samenleving met de blote hand kon tegenhouden.

“Multi-etniciteit is nog geen multiculturaliteit. Wij pleiten onverminderd voor één leidcultuur: de onze. Ik wil geen hele buurten waar Arabisch de voertaal is op de winkelruiten en waar mensen zich niet aanpassen in kledij en gedrag, in normen en waarden. Inburgering is meer dan stoppen voor een rood licht en belastingen betalen.”

- Ook Frank Vanhecke is extreem voorzichtig geworden. Als het VB op 10 juni één stem meer haalt dan in 2003 ruim 18 % dus is het oké. Terwijl hij zeer goed weet dat jullie zullen worden afgerekend op de 24 % van 2004.

“Waarom? Dan vergelijk je appelen met citroenen.”

- 18 % is wel héél bescheiden. Alsof Tia Hellebaut de lat op 1 meter 80 legt en juicht als ze erover gaat.

“Zij is zevenkampster geweest, niet? Wel, dan heeft ze niet alleen aan hoogspringen maar ook aan verspringen gedaan. Dat zijn twee verschillende sporten, net zoals federale verkiezingen geen Vlaamse verkiezingen zijn. Als wij bij de Vlaamse van 2004 zes meter ver zijn gesprongen en we springen straks bij de federale van 2007 twee meter hoog, gaat u dan zeggen dat we het slecht hebben gedaan omdat we vier meter minder halen dan in 2003? Dat is onzin.”

- Kortom, als u straks 18 % haalt, zullen we u zien stralen?

“Dat zeg ik niet. Ik ben tevreden met 18 %, gelukkig met 20 %, dolgelukkig met 24 % en euforisch als we 30 % halen.”

- Waar gaat u die extra kiezers halen? Morel denkt dat er nog veel te rapen valt op de rechts-conservatieve, Vlaamsgezinde flank van de CD&V. Maar stemt die al niet voor de N-VA, de kartelpartner?

“Denkt u nu echt dat die N-VA-kiezers nog geloven dat Leterme hun communautaire eisen hard gaat maken? Ik verwed er een kist champagne op dat geen middel hem te min zal zijn om toch maar premier te kunnen worden. Hij zal de N-VA als alibi gebruiken tot 10 juni en ze daarna sans gêne dumpen. De rechtse kiezers van CD&V-N-VA kunnen daar maar beter vooraf over nadenken daarover ben ik het eens met Marie-Rose.”

- Ze doet u aan uzelf denken, zegt u.

“Ja, Marie-Rose is de vrouwelijke Filip Dewinter van een jaar of tien geleden. Ik merk dezelfde gedrevenheid, dezelfde ambitie en vooral dezelfde grote koppigheid.”

- Is mevrouw Morel ambitieuzer dan de partij kan verdragen?

“Neen, het Vlaams Belang heeft een nogal macho imago. Het is net onze bedoeling om er enkele vrouwelijke kopstukken bij te krijgen.”

- Poppemieën, zoals zij het uitdrukt?

“Neen, échte vrouwen, mét een eigen mening en een eigen inbreng.”

- Zoals Anke Van dermeersch, die applaus kreeg van de congreszaal toen ze bij het woord 'vreemdelingen' de middelvinger opstak? Is dat uw vrouwelijke touch?

“De stijl van Anke is niet die van Marie-Rose.”

- Welk van beide stijlen sluit het best aan bij de uwe?

“Helaas voor u laat ik me niet koppelen aan één vrouwelijk boegbeeld.”

- En welke sluit het best aan bij die van Frank Vanhecke?

“Persoonlijke sympathieën spelen hierbij geen enkele rol. Wij zijn allemaal politieke kameraden, niet meer of niet minder.”

- Ik dacht dat Frank Vanhecke uw boezemvriend was.

“Dat klopt. Wij kennen elkaar van toen we 15 waren in Brugge. Frank was getuige op mijn huwelijk. Wij trekken al dertig jaar samen op. Dat schept een band noem het gerust een bloedband die nooit verbroken zal worden. Daar komt niets of niemand tussen.”

- Ook Marie-Rose Morel niet?

“Dat is niet aan de orde. Marie-Rose is een raspaard, maar Frank heeft dit incidentje heel rationeel afgehandeld.”

- Woedt er een machtsstrijd tussen u en hem?

“Maar neen! Frank is voor het Vlaams Belang de ideale voorzitter. Hij is een consensusfiguur die uiteenlopende karakters kan verenigen. Ik ben daar minder soepel in. Frank, ikzelf en Gerolf Annemans vullen elkaar perfect aan. Frank houdt de boel bijeen. Ik ben de flamboyante 'Draufgänger', de doener die de dingen verkocht moet krijgen. Gerolf is de denker, de ideoloog, de strateeg. Mijn relatie met hem is anders dan die met Frank. Er zijn wel eens spanningen en wrijvingen geweest, maar de jongste jaren zijn we ook menselijk naar elkaar toegegroeid.”

- Annemans volgt u blindelings, 'zoals altijd', zei Morel. Naar verluidt zit dat zinnetje hem hoog.

“Dat Gerolf Annemans mijn lakei zou zijn, daar hebben we eens smakelijk om gelachen. Dat hoorde thuis in de moppenrubriek van 't Pallieterke, niet in uw krant.”

- Zit er sleet op uw driemanschap?

“Verre van. Vlaams Belang geldt in heel rechts Europa als dé succesformule bij uitstek. Ik wil geen Jean-Marie Le Pen worden, die op zijn 78ste nog kandideert als president van Frankrijk. Ik wil ook geen Jörg Haider zijn, die al zijn principes in de uitverkoop heeft geplaatst om toch maar aan de macht te komen. En ik wil evenmin de algehele versnippering meemaken waaraan de Lijst Pim Fortuyn ten prooi is gevallen. Wij groeien al een kwarteeuw lang. Ik zie niet in waarom we plots vertwijfeld zouden moeten zijn. Maar ik ben geen paus, en dus niet onfeilbaar. En ik ben geen messias, zoals Patrick Janssens. Ik twijfel dus wel eens, zoals elke mens van vlees en bloed. Ik heb me na 8 oktober bezonnen zoals ik me bezin na élke verkiezingsuitslag.”

- Ook over uw eigen toekomst?

“Ik ben 44 jaar. Wees gerust, ik ga deze partij niet mee in mijn graf nemen. Op termijn zal ik de fakkel doorgeven, maar niet nu, niet volgend jaar en zelfs niet over twee, drie of vier jaar. Mensen kansen geven vergt tijd, zoals ook nu weer is gebleken met Marie-Rose of Jurgen. Je moet mensen niet in het water gooien voor ze kunnen zwemmen.”

- Morel is 34, geen kind meer en in het bezit van een zwembrevet.

“Tien jaar verschil is een eeuwigheid in de politiek. Maar het gaat hier niet om leeftijd. Zoals Stevaert zei: 'Niet het bouwjaar van de wagen is belangrijk, maar het aantal kilometers op de teller.' Bij mij staan er al veel op, maar ik voel me nog geen occasiewagen. Gelieve me niet te snel bij het groot huisvuil te zetten. Hé, ik ben pas 44. Ik behoor nog niet eens tot de doelgroep van Milo, dat tijdschrift voor 45-plussers. Men voorspelt al twintig jaar dat mijn einde nabij is, maar ik ben een kuitenbijter en ik garandeer u: ik zal nog lang de nachtmerrie blijven van mijn tegenstanders. Ik word liever gevreesd dan bemind.”

- Is dàt die geldingsdrang van u waarvan Marie-Rose Morel naar eigen zeggen 'een beetje bang' wordt?

“Wat zou ze daarmee bedoelen? Dat ik geen last heb van valse bescheidenheid, denk ik, en dat ik behoorlijk assertief en hard kan zijn.”

- U doet wel eens tranen vloeien, bedoelt u?

“Ik hoop van niet, maar ik sluit het niet uit. Na twintig jaar toppolitiek ligt er rond mij een pantser waarop alle aanvallen afketsen. Misschien zou ik dat pantser iets vaker moeten afleggen als er intern gediscussieerd wordt. Vrouwen hebben het daar misschien wat lastig mee.”

- Als iémand zou moeten weten waar vrouwen niet tegen kunnen, dan bent u het. U heeft er thuis vier.

“Ja, maar mijn echtgenote en mijn drie dochters kennen natuurlijk een heel andere Filip Dewinter, een zonder schild. Mijn dochters zijn 12, 15 en 17. Met hen praat ik niet over partijpolitiek, maar we discussiëren wel veel, en we zijn het niet altijd eens. Over bepaalde samenlevingsvormen bijvoorbeeld, of over bepaalde subculturen waar zij van houden en die ik vreselijk vind.”

- Bepaalde subculturen?

“Ja. Mijn dochter van 15 houdt erg van hardcore housemuziek, van het gabbergedoe en al wat daarmee te maken heeft.”

- Partydrugs!

“Neen, van drugs moet ze helemaal niets weten. Maar die hele housecultuur is niet mijn ding. Ik praat daar met haar over, maar ik verbied niets.”

- En als uw oudste morgen met een Marokkaan thuiskomt?

“Ik voelde uw vraag al aankomen. Mocht dat ooit het geval zijn, dan zou mijn antwoord hetzelfde zijn: erover praten, maar niet verbieden. Na twintig jaar huwelijk ben ik een ervaringsdeskundige. Ik zou haar zeggen dat het zelfs voor mensen met hetzelfde waarden- en gedragspatroon niet vanzelfsprekend is om elke dag harmonieus samen te leven, laat staan als je man uit een heel andere cultuur komt. Maar ik zou die gast niet de deur wijzen. Zij moet ermee gelukkig worden, niet ik. En het geluk van mijn dochters gaat voor op mijn eigen grote gelijk.”

- Tot slot: wie wordt de nieuwe premier?

“Dat maakt geen bal uit. Yves Verhofstadt of Guy Leterme, het zal geen verschil maken. En doe Vande Lanotte er ook maar bij. Die drie zijn perfect inwisselbaar, want we krijgen hoe dan ook een driepartijenregering en dat wéten ze. Tussen nu en 10 juni gaan ze de tijd doden met een partijtje schaduwboksen. Ze zullen debatteren en doen alsof ze het niet eens zijn, maar het is doorgestoken kaart, een show zonder winnaars of verliezers. En op het eind wordt Leterme premier, nota bene van een regering met de PS waarop hij nu al jaren kapt. Verhofstadt wordt minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel keert terug naar België, Karel De Gucht neemt zijn plaats in bij de Europese Commissie, Vande Lanotte wordt opnieuw vicepremier, Freya wordt partijvoorzitster en als het stof is gaan liggen, zal blijken dat er vanalles is gebeurd maar niets is veranderd.”

Jan Segers

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren