12/12
Bestuursakkoord-Antwerpen 2007-2012

Inleiding

1. Een stad om in te wonen

  • Stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening
  • Groenplanning
  • Mobiliteit
  • Leefmilieu
  • Wonen

2. Een stad om in te werken en te leren

  • Werk - economie - middenstand
  • Haven
  • Diamant
  • Onderwijs
  • Jeugd en kinderopvang

3. Een bruisende stad

  • Cultuur
  • Monumentenzorg
  • Sport
  • Evenementen
  • Toerisme

4. Een veilige en propere stad

  • Propere straten
  • Integrale veiligheid
  • Brandweer

5. Een stad voor en door iedereen

  • Diversiteit
  • Erediensten
  • Sociaal beleid
  • Personen met handicap
  • Stedelijk wijkoverleg en marketing en communicatie
  • Ombudsvrouw
  • Samenlevingsopbouw
  • Ontwikkelingssamenwerking
  • Dierenwelzijn

6. Een goed georganiseerde en bestuurde stad

  • Districten
  • Bestuurlijke organisatie en administratieve vereenvoudiging
  • Financiën
  • Intercommunales
  • Patrimoniumonderhoud
  • AG Vespa

Antwerpen wil in de eerste plaats extra investeren in de properheid van de stad. Daarin wil het stadsbestuur de volgende bestuursperiode de meest zichtbare vooruitgang boeken.
1. Antwerpen wil de komende bestuursperiode in de eerste plaats extra investeren in de properheid van de stad.

Omdat er een rechtstreekse band is tussen kwaliteitsvol aangelegde en propere straten en omdat de districten daarvoor in hoofdzaakbevoegd zijn, wil de stad de dotaties van de districten proportioneel met de stadsbegroting laten stijgen. Er komt een districtsontwikkelingsfonds waaruit districten voor werken in cofinanciering kunnen putten. De stad wil de criteria voor de verdeling van de middelen over de districten behouden.
2. Het stadsbestuur wil dat de dotaties van de districten de groei van de stadsbegroting volgen.
3. Het stadsbestuur wil een districtsontwikkelingsfonds voor werken stichten. Districten die projecten ontwikkelen die passen in het stedelijke beleid (fietspaden, zwarte punten verkeersveiligheid,…) kunnen in cofinanciering een beroep doen op dat fonds. Het fonds wordt mee gestijfd met een percentage van de verkoop of ontwikkeling van stedelijk eigendom.

Stadsontwikkeling staat ook de komende zes jaar hoog op de agenda. Het stadsbestuur wil van Antwerpen een zo aangenaam mogelijke leefomgeving maken. Financieel rendement is niet de doelstelling van stadsontwikkeling. Maar onrechtstreeks wordt de stad er ook financieel beter van. Kwaliteitsvolle stadsontwikkeling leidt doorgaans tot een economisch meer leefbare stad (meer werk, een hoger gemiddeld inkomen, hogere onroerende inkomsten...). En op langere termijn levert stadsontwikkeling op die manier een bijdrage aan de financiële gezondheid van de stad. Op korte termijn houdt het stadsbestuur geen rekening met deze positieve financiële effecten, op langere termijn sluit het bestuur bij een fundamentele verbreding van de stedelijke inkomsten, een belastingverlaging niet uit.
4. Met de positieve financiële effecten van kwaliteitsvolle stadsontwikkeling, houdt het stadsbestuur op korte termijn geen rekening.

Ook de demografische ontwikkeling noopt de stad tot uitgaven. Antwerpen wordt jonger én ouder. Het aantal kinderen en schoolgaande jongeren neemt toe. En ook het aantal ouderen groeit. Deze verjonging en vergrijzing maken een bijkomende investering in kinderdagverblijven en rust- en verzorgingstehuizen noodzakelijk. Zonder bijkomende inspanningen kunnen de nu al bestaande wachtlijsten niet eens worden weggewerkt. De demografische evolutie maakt dat die lijsten bij ongewijzigd beleid alleen langer zullen worden. Het stadsbestuur wil daarom de volgende jaren een financiële injectie geven aan de opvang van kinderen en senioren. Het bestuur wil niet alleen de capaciteit van de kinderdagverblijven en de rust- en verzorgingstehuizen opvoeren. Het wil de exploitatie ook rationeler maken. Met de introductie van een Index verjonging en vergrijzing wil de stad deze evolutie permanent monitoren.
5. Het stadsbestuur wil bijkomende middelen investeren in kinderdagverblijven en rust- en verzorgingstehuizen en hun exploitatie rationeler maken.

De verjonging van de stedelijke bevolking en de langdurige verwaarlozing van de infrastructuur maken een inhaalbeweging voor de schoolgebouwen noodzakelijk. Maar deze investering hoeft niet bijkomend te wegen op de buitengewone begroting van de stad. Antwerpen wil de kwaliteit van de schoolinfrastructuur immers op peil brengen door maximaal in te spelen op de Vlaamse DBFM methode (Design - Build - Finance - Maintain) en op andere vormen van alternatieve financiering.
6. Het bestuur wil een inhaalbeweging voor de schoolgebouwen maken zonder dat deze investeringen bijkomend wegen op de buitengewone begroting van de stad.

Antwerpen wil opnieuw een sportstad worden. De voorbije jaren heeft Antwerpen al zwaar geïnvesteerd in sport, maar veel bijkomende infrastructuur leverde dat niet op. Het geld van de sportbegroting ging immers goeddeels naar ecologische investeringen in moderne zwembaden die voldoen aan de Vlaamse milieunormen. Bijna alle Antwerpse zwembaden zijn intussen gerenoveerd, zodat er straks geld vrijkomt dat het bestuur voor andere sportinfrastructuur wil gebruiken.
Voor het stadsbestuur is een mogelijk nieuw voetbalstadion multifunctioneel. Het zorgt dus voor eigen inkomsten en moet mede door anderen worden gefinancierd. Maar het bestuur gaat ervan uit dat ook de stad financieel zal moeten bijdragen aan de constructie.
7. Bijna alle Antwerpse zwembaden zijn intussen gerenoveerd, zodat er straks geld vrijkomt dat het bestuur voor andere sportinfrastructuur wil gebruiken.
8. Het stadsbestuur wil dat een nieuw voetbalstadion mede door anderen wordt gefinancierd. Maar het bestuur gaat ervan uit dat ook de stad financieel zal moeten bijdragen aan de constructie.

Het stadsbestuur wil de wijkwerking van de politie uitbreiden. Daarvoor is er geen bijkomend geld nodig. Omdat het vooropgestelde personeelskader niet kan worden ingevuld, sluit de politie haar rekening elk jaar positief af. Dat overschot wil de stad gebruiken voor de investeringen in wijkgerichte politie. Dat betekent dat de stad de positieve rekeningresultaten van de politie niet wil afromen. Er is wel een eenmalig budget nodig voor investeringen in kwalitatieve onthaalruimten bij de politie.
9. Antwerpen wil de huidige financiële middelen van de politiebegroting uitputten om te investeren in de uitbouw van wijkgerichte politie.
10. Het stadsbestuur wil extra investeren in de onthaalruimten bij de politie.

Een stad om in te wonen

RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDENBOUW

Antwerpen wil een aantrekkelijke stad zijn om te wonen of te bezoeken. Daarom wil het stadsbestuur samen met de districten zwaar blijven investeren in de kwaliteit van stedenbouw in al zijn vormen: de ontwikkeling van nieuwe wijken en de opleving van bestaande stadsdelen, de organisatie van het verkeer, de inplanting van openbare gebouwen met architecturale kwaliteit, de aanleg van pleinen, parken en plantsoenen, en van kleine en grote straten.

Het stadsbestuur heeft zijn visie op de ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd in het Strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen (sRSA). Antwerpen wil ook op het gebied van stadsontwikkeling een geloofwaardig beleid ontwikkelen. De stad wil de regie opnemen en een debat voeren over hoe de schaarse ruimte van de stad kwalitatief kan worden bestemd en herbestemd. Het structuurplan is het juridische kader voor het ruimtelijk beleid. Het RSA bevat vijftien hefboomacties, waarvoor het bestuur een planning zal opmaken voor realisatie in de komende zes jaar. Ook omdat Antwerpen meer jonge gezinnen van tweeverdieners met kinderen in de stad wil houden en op termijn naar de stad wil halen, wenst het bestuur de komende zes jaar een aantal grote projecten van stadsvernieuwing te realiseren.
11. Het Strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen (sRSA) is het juridische kader van het beleid inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw en dus ook voor de programmering van wonen en kantoren.
12. De stad is de regisseur van het ruimtelijke en stedenbouwkundige beleid en wil een debat voeren over hoe de per definitie schaarse ruimte van de stad kwalitatief kan worden bestemd en herbestemd.
13. Het stadsbestuur maakt het eerste halfjaar van de bestuursperiode de planning op van de hefboomacties van het sRSA, voor realisatie in de komende zes jaar (Luchtbal-station, Cadixwijk - Oude Dokken - Montevideo, kaaien, Scheldebrug, Rooseveltplaats - Operaplein - Astridplein, Diamantwijk, Nieuw-Zuid, Middenvijver, spaghettiknoop, Spoor-Noord, omgeving Berchem station, Lobroekdok - slachthuissite - sportpaleis, Petroleum-Zuid, het Dokske, Van Eedenplein).
14. Antwerpen wil de grote projecten van stadsvernieuwing monitoren en vervolgens faseren (met duidelijke mijlpalen voor realisatie, zowel voor de stad als voor de externe partners): Militair Hospitaal, Borgerweert, Eksterlaer, Nieuw Zurenborg, de Groene Singel, Neerland, Kievitbuurt, Iglo, Nieuw-Zuid, Luchtbal, ,… De stad wil daarbij gebruik maken van alle ruimtelijke instrumenten waarover ze beschikt. Blijken die onvoldoende te zijn, zal het bestuur alle andere instrumenten gebruiken, met inbegrip van onteigening als ultiem wapen.
15. Het bestuur wil in druk bebouwde stadsdelen delen van bouwblokken en waar mogelijk hele bouwblokken aanpakken (en indien nodig verwijderen) en niet alleen uitsluitend individuele woningen. De stad wil de mogelijkheden van onteigening meer gebruiken voor onder meer het ontpitten van binnengebieden en de aanpak van stedelijke kankers.

Antwerpen wil de bouwcode herzien. Zo wil het bestuur een aantal ongewenste evoluties tegengaan (privatiseren van wat wordt ervaren als publiek domein, bovengrondse parkeergarages, ongecontroleerde wijziging van woonfunctie in handelsfunctie, …) en een aantal gewenste evoluties mogelijk maken (groendaken, dakterrassen,…). Antwerpen wil een aantal thematische ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken. Het stadsbestuur wil stedenbouwkundige lasten invoeren. De opbrengst gaat naar kwaliteitsvol openbaar domein, betaalbaar wonen en gemeenschapsvoorziening.
16. Antwerpen wil de bouwcode aanpassen om een aantal ongewenste evoluties tegen te gaan en een aantal gewenste evoluties mogelijk te maken.
17. Antwerpen wil onderzoeken of de verankering in de bouwcode van collectieve parkeergarages en van fietsenstallingen in woningen en kantoren zinvol is.
18. Het stadsbestuur wil thematische ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken voor de kantoorgebouwen, de zachte ruggengraat en de Groene Singel.
19. Antwerpen wil bij grote projecten stedenbouwkundige lasten invoeren en de opbrengst gebruiken voor kwaliteitsvol openbaar domein, betaalbaar wonen en gemeenschapsvoorziening.
20. Wanneer de stad zelf gronden verkoopt voor ontwikkeling, wil het bestuur dat de investeerders het openbare domein financieren.

Antwerpen wil blijven streven naar grote kwaliteit van de architectuur op zijn grondgebied. Zowel in de uitvoering van de hefboomprojecten van het structuurplan, als in de eigen gebouwen. Het stadsbestuur wil niet alleen mooie plannen maken, maar ook kwaliteit nastreven in concrete projecten. Het bestuur wil de stadsbouwmeester een prominentere rol laten spelen bij de selectie van ontwerpers voor de stad en haar dochters, en wil de stadsbouwmeester voorzitter maken van de Welstandcommissie, die waakt over de kwaliteit van de architectuur en de stedenbouw in Antwerpen.
21. In de uitvoering van de hefboomprojecten van het ruimtelijke structuurplan en bij de eigen projecten en die van de dochters (scholen, sportzalen, districtshuizen, politiekantoren, sociale huisvesting, …) blijft Antwerpen streven naar kwalitatieve stedenbouw en architectuur.
22. Het stadsbestuur gaat voort met het systeem van de Open Oproep en blijft gebruik maken van de pool van architecten voor het grond- en pandenbeleid en wil deze werkwijze ook bij patrimoniumbeheer toepassen.
23. Antwerpen wil blijven werken met een stadsbouwmeester, verankerd in de stedelijke structuur. Het bestuur wil dat de stadsbouwmeester een prominentere rol speelt bij de selectie van ontwerpers en ontwerpen voor de stad en haar dochters. Het bestuur wil dat de stadsbouwmeester voorzitter wordt van de Welstandscommissie, waarvan de samenstelling en de werking worden geactualiseerd.

De omgeving en de publieke ruimte hebben een grote invloed op het samenleven in de stad. Daarom wil het stadsbestuur samen met de districten ook de komende jaren waken over de kwaliteit van het openbare domein.
24. Bij de (her-)aanleg van het openbare domein zijn voor het stadsbestuur de veiligheid en het comfort van de voetganger de norm, met extra aandacht voor personen met een handicap.
25. Het stadsbestuur wil een beeldkwaliteitplan en een groenplan per stadsdeel opmaken.
26. Bij de opmaak van plannen voor straten en pleinen wil de stad een onderhoudstoets en een groentoets invoeren.
27. Antwerpen wil dat zijn straten en pleinen evolueren van openbare weg naar publieke ruimte (Falconplein, Zuiderdokken,…).
28. De stad wil voortgaan met de "straatmeubilaris" in haar streven naar een sober en zuiver straatbeeld met harmonie in materiaal en aankleding.
29. De stad wil ter wille van de kwaliteit van het openbare domein het reglement voor de inname van het openbaar domein aanpassen (terrassen, uitstallingen, werfafsluitingen,…) en het reglement op reclame vernieuwen (panelen, steigerdoeken, gevels, affichering, enz. …).
30. Antwerpen wil het rioolbeleid optimaliseren.

Antwerpen wil dat stedenbouwkundige bouwvergunningen snel worden afgeleverd, en wil dat aanvragers digitaal de stand van hun dossier kunnen inzien.
31. Het stadsbestuur wil blijven inzetten op de afhandeling binnen de wettelijke termijnen van de stedenbouwkundige vergunning.
32. De stad wil de administratieve dienstverlening voor vergunningen voort centraliseren.
33. Antwerpen wil aanvragers digitaal inzagerecht geven zodat ze de evolutie van de behandeling van hun stedenbouwkundig dossier kunnen volgen.

GROENPLANNING

Antwerpen wil een stad zijn met meer groene aders en meer wateraders. Een hoge kwaliteit van het openbare domein, de heraanleg van bestaande parken en de komst van nieuwe parken en van natuurverbindingen moeten de stad nog aangenamer maken voor bewoner en bezoeker. Antwerpen wil daarbij natuur en recreatie maximaal met elkaar verzoenen.

Het stadsbestuur steunt voor de groenontwikkeling op het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen. Dat schetst de behoefte aan groene, open ruimte en doet voorstellen om die open ruimte te verstevigen. Dat gebeurt vanuit een ecologische en functionele invalshoek. Antwerpen heeft immers nood aan volwaardige natuur, maar ook aan bruikbaar, nuttig en toegankelijk groen.
34. Het stadsbestuur steunt voor de groenontwikkeling op het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen.

De open ruimte in Antwerpen is een lappendeken van natuur, landbouw en braakliggende gebieden. Het stadsbestuur wil deze versnipperde ruimte verbinden tot een ecologische infrastructuur van open ruimte met gebruikswaarde.
35. De stad wil de versnipperde open ruimte verbinden tot een ecologische infrastructuur met gebruikswaarde.
36. Antwerpen wil dat bestaande natuurgebieden toegankelijk zijn, zonder dat dit de natuurwaarde aantast.

Het bestuur wil in de nieuwe en bestaande parken sport en groen zoveel mogelijk verzoenen. Antwerpen wil daartoe een totaalplan voor de bestaande parken opmaken. Het totaalplan moet onderzoeken op welke manier de parken in de stad intenser kunnen worden gebruikt, zonder dat de ecologische waarde wordt aangetast. Voor het onderhoud blijft het duurzame parkbeheer de grondslag.
37. Antwerpen wil zijn parken duurzaam blijven beheren, ook met het oog op de biodiversiteit.
38. De stad wil een totaalplan voor de bestaande parken opmaken. Uitgangspunt voor de bestaande en de nieuw aan te leggen parken is de verzoening van sport en groen, zoals bij de heraanleg van Kielpark (11 ha) of van Ruggeveld (57 ha) of de aanleg van het Drakenhofpark (9 ha).

De stad wil meer nieuw duurzaam groen in de stad, zowel klein- als grootschalig. Antwerpen wil zijn straten en pleinen vergroenen. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken is de aanwezigheid van een in verhouding grote en aaneengesloten groenzone voor de stad een uitgangspunt. Antwerpen wil ook werk maken van de landschapsontwikkeling zoals vastgelegd in het strategische plan Rechterscheldeoever. De stad vraagt dat Vlaanderen maatregelen neemt om het Sint-Annabos en de Middenvijver na afloop van de werken voor het Masterplan een ecologische en recreatieve meerwaarde te geven.
39. Antwerpen wil, al dan niet samen met de districten, meer nieuw duurzaam groen in de stad, zowel klein- als grootschalig. Voorbeelden van nieuw grootschalig groen zijn:
" Rode Kruislaan (3 ha park)
" Drakenhofpark (9 ha park en sport)
" Spoor Noord (17 ha park)
" Kwadevelden (28 ha groen lint van Groenendaallaan via Laaglandlaan tot Bredabaan)

40. Bij de planning van nieuwe of te vernieuwen woonwijken is de aanwezigheid van een in verhouding grote en aaneengesloten groenzone voor de stad een uitgangspunt. Voorbeelden zijn:
" Nieuw Zurenborg (5 ha park)
" Borgerweert (11 ha stadspark met watersport)
" Neerland (28 ha ecologisch groen, recreatiegroen, sport)
" Nieuw Zuid (30 ha park met mogelijk een stadsgolf).
41. Antwerpen wil samen met het Havenbedrijf de natuurelementen realiseren zoals vastgelegd in het strategische plan Rechterscheldeoever. De groene buffer (240 ha met dijken, beheerslandbouw, waterplassen, rietlanden en moerassen) ten zuiden van Berendrecht en Zandvliet is daarvan een belangrijk onderdeel.
42. Antwerpen wil dat Vlaanderen bij de uitvoering van het Masterplan compenserende en mitigerende maatregelen neemt voor Linkeroever zodat het Sint-Annabos en de Middenvijver uiteindelijk een ecologische en recreatieve meerwaarde voor de stad opleveren.
43. Het stadsbestuur wil groenstructuurplannen opmaken als draaiboek voor het vergroenen van straten en pleinen.
44. De stad wil bijzondere aandacht besteden aan natuurontwikkeling op kleine enclaves zoals bermen.
45. Antwerpen wil de natuurwaarde en de landschappelijke waarde van de begraafparken ontwikkelen.
46. Het stadsbestuur wil met de districten afspraken maken over een landschappelijk verantwoorde inrichting van de volkstuinsites.

Doordat Vlaanderen in de bedding van de Ring een internationale snelweg én een stedelijke ringweg wil leggen, komt er op de Singel capaciteit vrij. Antwerpen wil dat daar een Groene Singel komt. Die Groene Singel moet een hoogwaardige open en groene stedelijke ruimte worden, een verbinding tussen binnen- en buitenstad, en een verbinding tussen de grote stadsbossen. Dit betekent dat, zoals vastgelegd in het structuurplan, slechts in een beperkt aantal gebieden aan beide zijden van de Ring mag worden gebouwd. De stad wil in dat kader de mogelijkheden en gevolgen van een selectieve overkapping van de Ring ter hoogte van de Schijnpoortknoop en in de omgeving van Berchem station onderzoeken.
47. Antwerpen wil de Groene Singel doen uitgroeien tot een hoogwaardige open en groene stedelijke ruimte.
48. De stad wil de mogelijkheden en gevolgen van een selectieve overkapping van de Ring ter hoogte van de Schijnpoortknoop en in de omgeving van Berchem station onderzoeken.

Het stadsbestuur wil, onder meer door de heraanleg van de kaaien, de stad dichter bij de stroom brengen. Ook door het vergeten netwerk van beken, kanalen en dokken zichtbaar te maken, wil Antwerpen wat meer een waterstad worden.
49. Antwerpen wil het vergeten netwerk van beken, kanalen en dokken zichtbaar maken. Het bestuur wil de kwaliteit van de natuur en van het publieke domein rondom rivier, beken, dokken en kanaal vergroten en de toegankelijkheid ervan verbeteren. Voorbeelden daarvan zijn:
" de Hollebeek (10 ha toegankelijke oeverzone vijf meter breed, of breder waar de publieke ruimte dat toelaat)
" Schijnvallei (57 ha, meer natuurlijke winterbedding ter hoogte van Ruggeveld gekoppeld aan optimalisatie sportaanbod)
" onderzoek naar een hernieuwde monding van de Schijn in de Schelde
" het creëren van duidelijkheid over de toekomst van de Zuiderdokken en de aanwezigheid van water in deze gedempte dokken
" de Laarse Beek (24 ha ruimte voor beek, gekoppeld aan speelbos en sportinfrastructuur)
50. Om het groenbestand leefbaar te houden wil Antwerpen de grondwaterstand met een pakket aan maatregelen (poreuze rioolbuizen voor regenwaterafvoer, controle bouwwerken, halve verhardingen in parken en op openbaar domein, …) op peil houden.
51. Om de procedures te vereenvoudigen wil de stad de aanleg van groendaken en dakterrassen opnemen in de bouwcode.

MOBILITEIT

Antwerpen wil een bereikbare en leefbare stad zijn. Hoe meer verplaatsingen met het openbaar vervoer, te voet of met de fiets worden gemaakt, hoe leefbaarder de stad wordt. En hoe meer bereikbaar voor bewoners en bezoekers, of voor laden en lossen. Dit multimodale beleid bant de auto niet. Integendeel. De schaarse ruimte wordt onder alle gebruikers verdeeld, met het oog op een verkeersleefbaar Antwerpen. Het stadsbestuur vertrekt in zijn mobiliteitsbeleid van het "Stop-principe". Daarbij geeft de stad - in deze volgorde - prioriteit aan Stappers, Trappers, Openbaar vervoer en Privaat (auto)vervoer.
52. Het strategisch Ruimtelijk structuurplan Antwerpen en het Mobiliteitsplan Antwerpen vormen de basis voor het mobiliteitbeleid.
53. Uitgangspunt voor het mobiliteitsbeleid is de optimale bereikbaarheid van de stad, haar districten, wijken en buurten volgens het "Stop-principe". Dat geeft - in deze volgorde - prioriteit aan Stappers, Trappers, Openbaar vervoer en Privaat (auto)vervoer.

De stad is niet de enige speler in Antwerpen p het gebied van mobiliteit. De Lijn, het Vlaamse gewest, NMBS en ook de nv Bam zullen ook de komende jaren actief blijven werken aan de bereikbaarheid van Antwerpen. Daarbij is het Masterplan Antwerpen cruciaal. Voor Antwerpen is dat Masterplan één en ondeelbaar. Het moet de verkeerscongestie in en om het economische verkeersknooppunt van Vlaanderen een halt toeroepen, een alternatieve route aanbieden bij calamiteiten en met het openbaar vervoer en transport over het water andere vervoerswijzen dan de auto bevorderen. Het Masterplan overstijgt het Antwerpse niveau, maar heeft tegelijk een grote invloed op de stad. Een vergaande blijvende samenwerking dringt zich dus op, niet alleen om de verkeerscongestie in en om Antwerpen aan te pakken, maar vooral ook om de verkeersleefbaarheid in de stad te verhogen.
54. Voor het stadsbestuur is het Masterplan Antwerpen één en ondeelbaar. Het bestuur wil dat alle ambities van het plan worden waargemaakt.
55. Antwerpen wil de regie voeren over het mobiliteitsbeleid op zijn grondgebied. De stad wil daartoe de vergaande samenwerking voortzetten met alle partners die actief zijn op het terrein (De Lijn, nv Bam, NMBS, Vlaamse gewest, …). Zo wil Antwerpen niet alleen de verkeerscongestie aanpakken maar ook de verkeersleefbaarheid van de stad verhogen.
56. De stad wil actief participeren in het nieuwe Vlaams geïntegreerd en multidisciplinair dynamisch verkeerscentrum (samen met het Vlaamse gewest, De Lijn, de NMBS en de Lokale en de Federale Politie).

Antwerpen wil een stad zijn waarin voetgangers en fietsers zich veilig en comfortabel kunnen bewegen. Bij de (her-)aanleg van het openbare domein (pleinen, woonstraten, winkelstraten, schoolomgevingen,…) zijn de veiligheid en het comfort van de voetganger de norm, met extra aandacht voor personen met een handicap. Daar worden alle weggebruikers beter van. Het bestuur wil grote voetgangersvriendelijke gebieden maken in de binnenstad en in de kernen van de districten en de wijken. Antwerpen wil de volgende zes jaar honderd kilometer fietspaden aanleggen, samen met districten, provincie en Vlaams gewest. De stad wil een signalisatieplan voor voetgangers en fietsers uitwerken. En onder meer de Fietsersbond en de Voetgangersbeweging worden bij het beleid betrokken.
57. Bij de heraanleg van het openbare domein zijn voor het stadsbestuur de veiligheid en het comfort van de voetganger de norm, met extra aandacht voor personen met een handicap.
58. In commerciële gebieden wil de stad de voetgangers een hoge verblijfskwaliteit bieden.
59. Antwerpen wil het gebruik van verdwijnpalen structureel voortzetten.
60. Zoals voorzien in zijn Ruimtelijk structuurplan wil Antwerpen de stedelijke en territoriale boulevards zoveel mogelijk uitrusten met comfortabele fietspaden en veilige fietsoversteken.
61. Het bestuur wil een kwaliteitsvol stedelijk fietsnetwerk tussen de districten aanleggen, samen met districten, provincie en Vlaams gewest.
62. De stad wil waar mogelijk ook door parken laten fietsen. Het bestuur wil hiertoe in de hele stad een eenvormig beleid voeren.
63. Antwerpen wil de komende zes jaar honderd kilometer fietspaden aanleggen samen met de districten, de provincie en het Vlaamse gewest. Om de districten aan te moedigen om te investeren in meer en veilige fietspaden en in het wegwerken van zwarte punten, wil het stadsbestuur een investeringsfonds stichten waaruit districten in cofinanciering bijkomende middelen kunnen halen.
64. Om het beleid te ondersteunen wil de stad op regelmatige basis over een audit van het fietsbeleid beschikken.
65. Bij de aanleg van nieuwe infrastructuur wil de stad erover waken dat bestaande barrières zoveel mogelijk worden overbrugd. Antwerpen wil daarom voetgangers- en fietsbruggen over het Albertkanaal, de Leien (Noorderplaats), de Schelde en de bestaande spoorinfrastructuren.
66. Het bestuur wil fietsenparkings in of nabij grote publieke voorzieningen (stations, P+R, scholen, winkelcentra, bioscopen, sporthallen, parken,…).
67. Antwerpen wil werk maken van veilige fietsenstallingen in woonwijken met veel rijhuizen en appartementen.
68. Het stadsbestuur wil een signalisatieplan met markeringen en bewegwijzering voor voetgangers en fietsers maken.
69. De stad wil dat in elk contract voor werken op het openbare domein vastligt hoe fietsers en voetgangers veilig en comfortabel worden omgeleid.
70. De stad wil een hangar ter beschikking stellen waar studenten tijdens de vakantieperiodes hun fiets (bewaakt) kunnen stallen.
71. Antwerpen wil de representatieve organisaties (Fietsersbond, de Voetgangersbeweging, Antwerpen Toegankelijk, …) bij het mobiliteitsbeleid betrekken.
72. Het Orida-fietsteam van de politie krijgt een adviserende rol in het stedelijke fietsbeleid.
73. Het stadsbestuur wil "speelfietsruimten" inrichten waar kinderen en andere Antwerpenaars kunnen leren fietsen.

Het stadsbestuur wil niet alleen inzetten op kwaliteitsvol openbaar vervoer, maar ook op het bredere gemeenschappelijk vervoer. Dat omvat behalve openbaar vervoer ook collectief vervoer en taxi's. De stad wil dat deze verschillende vormen van gemeenschappelijk vervoer zoveel mogelijk van dezelfde voordelen kunnen genieten.
74. Antwerpen wil inzetten op kwaliteitsvol gemeenschappelijk vervoer. Openbaar vervoer, collectief vervoer en taxi's moeten zoveel mogelijk dezelfde voordelen kunnen genieten. Maar als er een keuze moet worden gemaakt, geeft de stad voorrang aan het openbaar vervoer.
75. Antwerpen wil vormen van collectief vervoer zoveel mogelijk stimuleren en bedrijven aansporen om bedrijfvervoerplannen op te maken.
76. Antwerpen wil een betere doorstroming van taxi's. In principe kunnen die gebruik maken van de vrije tram- en busbanen.
77. In overleg met de sector wil het bestuur werken aan een vernieuwend taxibeleid, door onder meer in een convenant afspraken te maken over, bijvoorbeeld, hoffelijk rijden en een kwaliteitslabel voor taxi's.
78. Het bestuur wil meer en beter herkenbare taxistandplaatsen.
79. De stad wil in overleg met de taxisector een gediversifieerd tarievensysteem uitwerken, in de eerste plaats voor jongeren en senioren.
80. De stad wil met De Lijn overleg plegen over een proefproject om de taxisector in te schakelen in de realisatie van de basismobiliteit.
81. De stad wil zich samen met De Lijn inzetten om, bovenop de tramlijnen in het Masterplan, te voorzien in traminfrastructuur zoals bepaald in ruimtelijk structuurplan, zoals op de
" nieuwe zuidelijke Scheldebrug
" Scheldekaaien (cirkellijn langs bezoekersparkings)
" Boomsesteenweg naar Wilrijk
" de verbinding tussen Kioskplaats en Schoonselhof
82. Het stadsbestuur wil met De Lijn overleggen over
" Een andere invulling van de Rooseveltplaats door zoveel mogelijk openbaar vervoerstrajecten te ontdubbelen en de streekbussen zoveel mogelijk te laten stoppen aan de verlengde tramlijnen.
" De verdere ingebruikneming van de premetro.
" De uitbreiding van de avondbediening.
" Hernieuwde aandacht voor het Tov-biljet voor taxi en openbaar vervoer.
83. Het bestuur wil de doorstroming van het openbaar vervoer bevorderen en zo het comfort en de stiptheid verbeteren. Dat kan door voort te investeren in vrije tram- en busbanen (zonder capaciteitsverlies voor andere weggebruikers, waar mogelijk), door de verkeerslichtencycli af te stemmen op deze vrije banen en door in actieve verkeerslichtenbeïnvloeding te voorzien. De stad wil hiervoor samen met De Lijn meerjarenplannen opstellen.
84. De stad wil voort werk maken van toegankelijke bus- en tramhaltes voor rolstoelgebruikers en personen met een handicap.
85. De stad vraagt dat De Lijn de doelstellingen in verband met de basismobiliteit op de meest efficiënte manier zou realiseren, met een maximale afstemming van het aanbod op de vraag.
86. De stad wil samen met het Vlaamse gewest en De Lijn voortdoen met de uitbouw van goed uitgeruste "park and rides" (P+R). De stad wil de geplande initiatieven uit het Masterplan Antwerpen (P+R voorbij Wijnegem, aan Leugenberg, afrit E19 Kontich, Boechout,...) aanvullen met parkeerplaatsen dichter bij het stadscentrum (omgeving Jan Van Rijswijcklaan, Havanastraat, NMBS Berchem station …).

De trein speelt een grote rol om Antwerpen bereikbaar en leefbaar te houden. Antwerpen wil dat de spoorwegen de komende jaren nog belangrijker worden voor de stad. Het bestuur wil daarom overleggen met de NMBS over onder meer een incheckbalie in het centraal station, de bouw van Groenendaal als een noordelijke tegenhanger van Berchem station en de uitbouw van een gewestelijk expresnet. Voor de haven is de Liefkenshoekspoortunnel cruciaal. Antwerpen wil het met de spoorwegen hebben over:
87. Een betere bereikbaarheid van de stad per spoor (snel, veilig en comfortabel).
88. Een latere treinverbinding met centrumsteden vanuit Antwerpen centraal.
89. De uitbouw van incheckbalies voor de grote luchthavens in het centraal station.
90. Een rechtstreekse treinverbinding (Diabolo) tussen Antwerpen en de luchthaven van Zaventem.
91. De uitbouw van het station Groenendaal (Luchtbal) als de noordelijke pendant van Berchem station na de ingebruikneming van de noord-zuidverbinding.
92. Een studie over een Antwerps gewestelijk expresnet met minstens gedeeltelijk lightrail, en dus over de heropbouw of heroriëntatie van de stations Linkeroever, Oost, Dam, Kapelstraat en Hoboken.
93. Een studie over het medegebruik van goederenlijn 11 door reizigersvervoer.
94. De heropening van de IJzeren Rijn en de bouw van de Liefkenshoekspoortunnel.
95. De optimalisatie van het goederenspoor ter hoogte van het vormingsstation Noord, ook met het oog op de bouw van de Liefkenshoekspoortunnel, die voor de haven cruciaal is.

Antwerpen moet met de auto bereikbaar zijn voor bewoners en bezoekers. Het stadsbestuur wil het gebied tussen Leien en Schelde en de buurtcentra en woonzones zoveel mogelijk een verblijfkarakter geven. Die gebieden moeten selectief autoluw worden. Ze blijven wel vlot bereikbaar voor bewoners en voor dienstverlenend verkeer. Antwerpen behoudt de uitgangspunten van het parkeerbeleid. Dat vertrekt van een combinatie van parkeren in de stad, (bewaakte) P+R aan de stadsrand en een voldoende uitgebouwd openbaar vervoeraanbod. Maar het stadsbestuur wil het parkeerplan wel evalueren en bijsturen. En de opbrengsten van het gemeentelijke parkeerbedrijf Gapa gaan niet langer naar de stadskas, maar naar een fonds voor mobiliteitsinitiatieven.
96. Het stadsbestuur wil het gebied tussen Leien en Schelde en de buurtcentra en woonzones selectief autoluw maken. Deze gebieden blijven vlot bereikbaar voor bewoners en dienstverlenend verkeer. De stad wil hier zoveel mogelijk zware vrachtwagens weren.
97. Antwerpen wil het autodelen uitbreiden in de kernstad en de districten. Elk district moet minstens één standplaats voor gedeelde auto's krijgen. In nieuwe stadsprojecten (Eksterlaer, Borgerweert, Nieuw-Zuid, Militair Hospitaal,...) wordt autodelen geïntegreerd.
98. De stad wil het beleid voor moto's, nu vastgelegd in een convenant, voorzetten.
99. De stad gaat voort met de organisatie van autovrije zondagen, maar wil ze ook heroriënteren. Autoloze zondagen zijn een middel om mensen bewust te maken om te fietsen en te wandelen in de stad. Bij grote evenementen kunnen delen van de stad autovrij worden gemaakt, als dat een meerwaarde geeft.
100. Om het parkeren nabij de woning gemakkelijker en om de woonstraat veiliger te maken, wil het bestuur in woonbuurten meer eenrichtingsstraten - zonder een hypotheek te leggen op de vlotte bereikbaarheid. Waar zinvol wil de stad haaks of schuin parkeren in woonbuurten invoeren.
101. Om de parkeerdruk in woonwijken ten gevolge van evenementen te beheersen, wil Antwerpen naar analogie met het convenant van het sportpaleis een multimodaal evenementenvervoersplan opmaken.
102. De opbrengsten van het gemeentelijke parkeerbedrijf Gapa gaan niet langer naar de stadskas, maar naar een fonds voor mobiliteitsinitiatieven dat door de stad wordt beheerd.
103. Het stadsbestuur wil dat Gapa ook bevoegd wordt voor het fietsparkeerbeleid, en voert een actief beleid voor bijkomende stallingen op openbaar domein, inpandig en in autoparkeergarages.
104. Antwerpen bevestigt de uitgangspunten van het parkeerbeleidsplan. Een degelijk en efficiënt parkeerbeleid gaat uit van een combinatie van parkeren in de stad, (bewaakte) P+R aan de stadsrand en een voldoende uitgebouwd openbaar vervoersaanbod. Bezoekende langparkeerders stallen hun auto zoveel mogelijk op P+R of in ondergrondse parkeerplaatsen - en dus zo weinig mogelijk op de openbare weg. De parkeerbehoefte van de bewoners blijft cruciaal bij de uitwerking van concrete parkeermaatregelen.
105. Het stadsbestuur wil het parkeerplan evalueren en waar nodig aanpassen. Daarbij vertrekt het van volgende uitgangspunten:
- een gedifferentieerde aanpak per buurt
- bij het afsluiten van nieuwe parkeerconcessies moet Gapa erop toekijken of die bijdragen aan het algemene parkeerbeleid
- bijkomende bewonersparkeerplaatsen op privé-domein (synergie bedrijfsparkings, openbare parkings, fietsenstallingen, plaatsen voor mindervaliden en autodelen…)
- aanleg van nieuwe geconcentreerde parkeerplaatsen voor bewoners in buurten met een structureel tekort (bijvoorbeeld: ondergrondse parkeergarage samen met de privésector bij de heraanleg van straten en pleinen,…)
- combinatietickets parkeren - openbaar vervoer
- aandacht voor laden en lossen
- waar mogelijk en op aangeduide plaatsen bewonersparkeren voor lichte vrachtwagens.

Antwerpen wil een verkeersveilige stad zijn. Daarom zet de stad in op veilige fietspaden en wordt de voetganger de norm bij de aanleg van pleinen en straten. Het stadsbestuur wil in de eerste plaats de schoolomgevingen nog veiliger maken. Antwerpen wil ook duidelijker maken waar welke snelheid mag worden gereden.
106. Na de invoering van de 30 km/u wil de stad bijkomende infrastructuurmaatregelen nemen om de verkeersveiligheid in schoolomgevingen en op druk gebruikte routes naar de scholen te verhogen. Waar mogelijk kiest het bestuur voor variabele signalisatie.
107. Antwerpen wil blijven investeren in verkeerseducatie.
108. Antwerpen wil de opmaak van de wijkcirculatieplannen afronden.

Het bestuur wil dat de stad het goede voorbeeld geeft, ook op het gebied van mobiliteit.
109. Het stadsbestuur wil zoveel mogelijk werkplekken van het eigen personeel voorzien van veilige fietsenstallingen en sanitair voor fietsende werknemers.
110. De stad wil doorgeefabonnementen voor het openbaar vervoer aanschaffen.
111. Antwerpen wil een proefproject starten om het gebruik van dienstwagens te verminderen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een raamcontract met de taxisector voor een deel van de verplaatsingen.

LEEFMILIEU

Antwerpen wil zuinig en duurzaam omspringen met energie en grondstoffen. Het stadsbestuur wil het goede voorbeeld geven door ecologische normen in de planfase van stadsontwikkeling mee te nemen en zelf maatschappelijk verantwoord te ondernemen. De stad gebruikt schone vormen van energie en sticht een agentschap voor energiebesparing, dat ook gratis advies verstrekt aan bewoners.
112. Antwerpen wil een voorbeeldige milieustad zijn en bij de verschillende facetten van het bestuur (van stadsontwikkeling over aanbestedingen tot huisvesting en organisatie van het eigen vervoer en dat van het personeel,…) rekening houden met ecologische criteria. De stad wil de milieuhinder in kaart brengen en bestrijden op basis van een milieubeheersplan en een "minderhinderfonds".
113. Het stadsbestuur wil voortgaan met de uitbouw van een windmolenpark in de haven en steunt een haalbaarheidsstudie voor een getijdencentrale en voor het plaatsen van windmolens buiten het havengebied.
114. Antwerpen wil een autonoom agentschap energiebesparing oprichten, zowel voor de interne energieboekhouding van de stad als voor gratis audits en e-novatie voor de bewoners, in de eerste plaats voor wie het financieel niet breed heeft.
115. De stad wil het gebruik van milieuvriendelijke brandstoffen in eigen diensten opvoeren en elders in de stad stimuleren.
116. Antwerpen wil door de organisatie en ondersteuning van klimaatwijken gezinnen helpen om hun energiefactuur te drukken.

Antwerpen wil een fijnstofplan voor stad en haven uitwerken. De stad wil een duurzaamheidpas invoeren. Antwerpen wil elk jaar een dier of plant in de kijker zetten.
Het Ecohuis blijft een belangrijk instrument voor milieubewustmaking.
117. Het stadsbestuur wil een fijnstofplan voor stad en haven opstellen en uitvoeren.
118. Antwerpen wil een duurzaamheidpas in het leven roepen, voor de beloning van duurzaam (aankoop)gedrag.
119. Antwerpen kiest elk jaar de soort van het jaar: een jaar lang wil de stad aandacht besteden aan een dier- of plantensoort om de overlevingskans van de soort in een stedelijke omgeving te verhogen.
120. Het Ecohuis wordt een belangrijk instrument in de verschillende vormen van milieubewustmaking van de Antwerpenaar
WONEN

Antwerpen wil een aangename stad zijn voor gezinnen in alle mogelijke samenstellingen. Het stadsbestuur wil blijven ijveren voor een betaalbare en comfortabele woning voor al deze mensen. Toch wil de stad de komende jaren in de eerste plaats extra inzetten op één doelgroep: het is voor de toekomst van de stad van groot belang dat gezinnen met kinderen in de stad blijven wonen. Of, nog ambitieuzer, dat deze gezinnen terug in de stad komen wonen.
121. Antwerpen wil dat meer mensen een kwaliteitsvolle en betaalbare woning vinden in de stad.
122. Het stadsbestuur wil gezinnen van tweeverdieners met kinderen in de stad houden, en babyboomers en gezinnen met kinderen naar de stad halen.
123. De stad wil het woonaanbod opvoeren met grote projecten voor stadsvernieuwing, en met bijkomende privé-woningen en sociale woningen (waar het huidige gemiddelde van sociale huurwoningen niet is bereikt).
124. In zijn streven naar bijkomende woongelegenheden wil het bestuur zuinig omspringen met de schaarse grond.
125. Het bestuur wil dat de stad en haar dochters het goede voorbeeld geven met kwalitatieve architecturale en stedenbouwkundige ontwerpen bij nieuwbouw of verbouwing.
126. Het stadsbestuur wil de inspanningen verhogen om bouwblokken te ontpitten. In te druk bebouwde stadsdelen wil het bestuur bouwblokdelen en waar mogelijk hele bouwblokken aanpakken (en indien nodig verwijderen) en niet uitsluitend individuele woningen.
127. Antwerpen bestrijdt sociale segregatie in het wonen en streeft naar sociale vermenging door sociale woningen, betaalbare huizen en duurdere woningen zoveel mogelijk te mengen.
128. Door de bouw van 2000 bijkomende serviceflats voor senioren, komen de huidige woningen van deze senioren op de markt voor jonge gezinnen.
129. Het stadsbestuur wil maximaal gebruik maken van de bestaande instrumenten om de woonkwaliteit en de prijs van de privé-huurwoningen te sturen (huursubsidies, premies, conformiteitattesten huurwoningen, kwaliteitslabel voor studentenkamers…).
130. Bij het ontwikkelen van nieuwe wijken wil de stad, in navolging van het project Militair Hospitaal, het systeem van een geconditioneerde invulling van de wijk toepassen.

Het stadsbestuur erkent de noodzaak aan bijkomende sociale huisvesting in Antwerpen. Maar omdat de huidige regelgeving weinig ruimte laat voor een autonoom stedelijk woonbeleid, staat het stadsbestuur voorlopig terughoudend tegenover bijkomende sociale huurwoningen op het eigen grondgebied. De stad wil meer autonomie om de woningen toe te wijzen, ook aan gezinnen met een modaal inkomen uit arbeid of aan gezinnen die bedreigd worden door sociale verdringing. Meer autonomie mag niet leiden tot willekeur. Transparantie en objectivering moeten de norm zijn bij de toewijzing, waarbij ook andere criteria dan de plaats op de wachtlijst of het inkomen een rol kunnen spelen (gezinstype, band met de buurt, leeftijd, beroepsactiviteit, draagvlak, …).

De nieuwe Vlaamse wooncode zal de gemeenten de kans bieden om een autonoom stedelijk woonbeleid te voeren. Zodra het sociale huurbesluit Antwerpen de nodige garanties geeft, wil de stad investeren in sociale huurwoningen, maar alleen in die stadsdelen waar er vandaag weinig of geen sociale huurwoningen zijn. De sociale woningbouw moet door concept en architectuur een meerwaarde betekenen voor zijn wijk.

Het stadsbestuur wil de vier sociale huisvestingmaatschappijen waarin de stad de grootste aandeelhouder is, fuseren. Zo'n fusie leidt tot schaalvoordelen. De centrale bedrijfskosten (diensten financiën, personeel, aankoop, patrimonium, ...) dalen. Die middelen kunnen worden gebruikt voor de dienstverlening. De invoering van de centrale inschrijving en één toewijzingsbeleid kunnen de klantvriendelijkheid verhogen. Om te beletten dat de nieuwe huisvestingsmaatschappij een log apparaat zou worden, wil de stad een centrale aansturing koppelen aan een doorgedreven lokale werking. Een rationeler gebruik van de infrastructuur en een meer gecoördineerde werking in de wijken (sociale dienst, technische dienst, …) kunnen de kwaliteit van de dienstverlening en de leefbaarheid van de buurten verhogen.

De nieuwe huisvestingsmaatschappij moet ook expertise opdoen in de bouw van sociale koopwoningen. Omdat de randgemeenten weinig of geen sociale huurwoningen aanbieden, wil Antwerpen de activiteiten van de sociale huisvestingsmaatschappij niet tot het eigen grondgebied beperken.

131. Antwerpen wil zijn sociale huisvestingmaatschappijen fuseren in één maatschappij, waarin ook de sociaal verhuurkantoren worden ondergebracht. Het aantal woningen door het sociale verhuurkantoor beheerd, moet blijven toenemen.
132. Voor de stad is de gefuseerde huisvestingmaatschappij een belangrijke speler in een breder stedelijk woonbeleid...
133. Het stadsbestuur wil dat de nieuwe huisvestingmaatschappij een centrale sturing koppelt aan een doorgedreven lokale werking.
134. Antwerpen wil dat er meer sociale koopwoningen op zijn grondgebied worden aangeboden. De huisvestingsmaatschappij moet expertise op het gebied van sociale koopwoningen opbouwen.
135. De huisvestingsmaatschappij kan ook sociale huurwoningen verkopen.
136. Het stadsbestuur wil een verhoogde maximuminkomensgrens en een grotere autonomie om de woningen toe te wijzen, ook aan gezinnen met een modaal inkomen uit arbeid of aan gezinnen die bedreigd worden door sociale verdringing.
137. Transparantie en objectivering moeten de norm zijn bij de toewijzing, waarbij ook andere criteria dan de plaats op de wachtlijst of het inkomen een rol kunnen spelen (gezinstype, draagvlak, band met de buurt, leeftijd, beroepsactiviteit, …).
138. Zodra het sociale huurbesluit Antwerpen de nodige garanties biedt, wil de stad meer investeren in sociale huurwoningen, alleen in die stadsdelen waar er vandaag weinig of geen sociale huurwoningen zijn.
139. De sociale woningbouw moet door de kwaliteit van concept en architectuur een meerwaarde betekenen voor de buurt. Kleinschaligheid moet de norm zijn.
140. Antwerpen wil dat het werkingsgebied van de nieuwe huisvestingmaatschappij op het gebied van sociale huurwoningen niet beperkt blijft tot het grondgebied van de stad.
141. Het stadsbestuur wil dat het gebruik van het voorkooprecht op het hele grondgebied past in zijn visie op stadsontwikkeling. De sociale huisvestingsmaatschappij volgt daarom het voorafgaande en bindende advies van het schepencollege.

Antwerpen gaat in Vlaanderen al jaren voorop in de strijd tegen huisjesmelkers en tegen leegstand en verkrotting. Het stadsbestuur wil die strijd voortzetten en waar nodig opvoeren. De stad wil het grond- en pandenbeleid continueren en uitbreiden naar handelspanden.
142. Antwerpen wil de strijd tegen huisjesmelkers en tegen leegstand en verkrotting voortzetten en waar nodig opvoeren.
143. Het stadsbestuur wil het grond- en pandenbeleid voortzetten en opvoeren, onder meer door het rollende fonds ervan aan te wenden voor de ombouw van moeilijk verhuurbare handelspanden tot woningen.
144. De stad wil komen tot één premie voor gevelverfraaiing voor niet-beschermd waardevol patrimonium en één voor huizen aan openbaar domein dat wordt heraangelegd.

Een stad om in te werken en te leren

WERK, ECONOMIE EN MIDDENSTAND

Het stadsbestuur wil Antwerpen verder ontwikkelen als een belangrijk logistiek centrum in Europa. Daartoe moet er worden geïnvesteerd in de bereikbaarheid en moeten stad én haven nauw samenwerken en Antwerpen als logistiek centrum promoten.
145. De bereikbaarheid van onze wereldhaven is cruciaal voor Antwerpen als economisch hart van Vlaanderen. Investeringen in infrastructuur moeten zorgen dat we onze wereldwijde concurrentiepositie duurzaam kunnen versterken (Masterplan voor multimodaliteit, uitdieping van de Schelde, tweede spoorverbinding haven, verbinding E17-Liefkenshoektunnel, betere toegankelijkheid binnenvaart, …)
146. Het stadsbestuur is voor de verankering van een zakenluchthaven die moet voldoen aan de internationale veiligheidsnormen, zonder nachtvluchten en met een regulering voor sportvliegtuigen binnen de huidige milieuvergunning zoals door Vlaanderen afgeleverd. In het centraal station wil de stad een incheckbalie voor de luchthaven van Zaventem en de grote luchthavens in de buurlanden.
147. Stad en haven voeren permanent overleg over werk en economie (banen in de grootindustrie en haven, E-Logistics, aantrekken investeerders, ...) en voeren een actief promotiebeleid voor Antwerpen als logistiek centrum in Europa.
148. De stad zet de dialoog met de bedrijfswereld voort over een lastenverlaging. Zo zal een capaciteitsuitbreiding in de grootindustrie volgens de best beschikbare technieken worden vrijgesteld van lasten op drijfkracht, zonder dat de globale inkomsten van de stad dalen. De modaliteiten worden besproken met de sector.

Antwerpen heeft meer ruimte nodig voor bedrijvigheid, volgens het ruimtelijke structuurplan. De stad wil daarom de komende jaren honderd hectare vervuilde bedrijventerreinen versneld ontwikkelen.
149. Het stadsbestuur wil de vervuilde gronden van Petroleum Zuid (75 ha) als bedrijventerrein voor onder meer productiebedrijven en hoogtechnologische bedrijven en wil een deel (25 ha) van het Lobroekdok als locatie voor grootschalige detailhandel versneld saneren en ontwikkelen. Bij deze en andere ontwikkelingen past de stad de principes van de duurzaamheid toe (ruimtebeslag, beeldkwaliteit, energiebeheer, parkmanagement, ...).
150. De stad wil bestaande bedrijventerreinen beter benutten of nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen.
151. Het bestuur wil zonevreemde bedrijven actief begeleiden.

Nog in uitvoering van het ruimtelijke structuurplan wil Antwerpen het mogelijk maken dat de voorziene kantooroppervlakte voor zakelijke dienstverlening gefaseerd op de markt komt. Die oppervlakte kan onder meer worden gebruikt voor het aantrekken van hoofdkantoren en kennisbedrijven.
152. De stad wil de regie voeren van de kantoorontwikkeling, onder meer in stationsomgevingen (centraal station, Singel Zuid, Berchem, Groenendaal). Antwerpen wil zich in samenwerking met de privésector profileren als een zakelijke dienstenstad, onder meer door het aantrekken van administratieve hoofdkwartieren en kennisbedrijven.
153. Antwerpen wil de lopende gesprekken over de mogelijke bouw van een Congrescentrum op het Eilandje snel afronden. Indien deze gesprekken niet tot een positief resultaat leiden, wil het bestuur snel beslissen over de aard en de locatie van een congrescentrum in de stad.
154. Antwerpen wil zich blijven profileren als het wereldcentrum van de diamanthandel, en in het bijzonder ook als juwelenstad.

Het bestuur wil de kwaliteit van de winkelcentra versterken, een actief winkelstraatmanagement voeren en AG Vespa betrekken bij de renovatie van handelspanden.
155. Het bestuur wil een fonds voor handelspanden stichten. Dat geeft financiële stimuli voor gevelrenovatie en verfraaiing van de winkelinrichting.
156. De stad wil dat AG Vespa werk maakt van de opkoop, renovatie en mogelijke herbestemming van leegstaande en verkrotte handelspanden - met aandacht voor inpandige fietsenstallingen.
157. De stad wil de districten ondersteunen bij de kwalitatieve inrichting van de publieke ruimte in de handelskernen. Antwerpen blijft met bovenlokale fondsen investeren in strategische winkelzones aansluitend op de Groene Singel.
158. Antwerpen wil blijven investeren in Antwerpen als winkelstad - en dat ook uitspelen in toerisme en in het evenementenbeleid.
159. Antwerpen wil blijven investeren in veiligheid en nette handelskernen, en malafide handelspraktijken en overlast in handelskernen hard aanpakken.
160. De stad streeft via investeringswerving en locatiebegeleiding naar een optimale commerciële mix en een aantrekkelijk winkelaanbod in de Antwerpse winkelstraten.

Antwerpen wil de troeven van een gezellige stad met veel goede cafés, hotels en restaurants nog meer uitspelen. Antwerpen moet een bruisende stad blijven, die leefbaar is voor de bewoners. Er komt een horecamanager die in overleg met de sector het horecabeleid mee vorm moet geven. Er komt een kwaliteitslabel voor de middenstand.
161. Het bestuur wil een horecamanager aanstellen die in overleg met de sector een actief horecamanagement opzet (exploitatiemodaliteiten, beeldkwaliteit, fonds voor handelspanden, promotie als culinaire stad, …).
162. De stad wil een duidelijk terrassenbeleid voeren met strenge handhaving, maar wil daarbij na het gedoogbeleid uit het verleden ook realistische overgangstermijnen respecteren.
163. Handelaars die voldoen aan een aantal strikte vestigingsvoorwaarden en kwaliteitsnormen (waaronder de ondertekening van een Charter voor gebruik van het Nederlands) krijgen een kwaliteitslabel.
164. Het bestuur wil een plan opmaken voor de revitalisatie van het historische hart van de stad (Steen -Suikerrui - Grote Markt) - in synergie met Toerisme en Evenementenbeleid.

Samen met de Associatie van Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA) en samen met het bedrijfsleven wil de stad meer technologiebedrijven aantrekken als economische spin-offs uit toegepast onderzoek. Op die manier wil de stad de kennis die hier aanwezig is, ook in de grootindustrie en de chemie, meer als een economische troef uitspelen.
165. Antwerpen wil vier strategische technologieclusters ontwikkelen:
" E-Logistics (in het kader van de uitbouw van Antwerpen als logistiek centrum in Europa moet er onder meer worden geïnvesteerd in innovatieve ICT-toepassingen op het vlak van logistiek ketenbeheer);
" zorgtechnologie (Antwerpen moet een toonaangevend centrum worden voor de toepassing van medische en zorgtechnologie);
" milieutechnologie (sanering bedrijventerrein en investeringen in duurzaam energiegebruik).
" kennisinstituten en kennisinfrastructuur als drager voor innovatie-economie.

Antwerpen wil meer mensen aan het werk. Het bestuur wil dat werkzoekenden een gerichte opleiding krijgen die aansluit op de vraag van het bedrijfsleven. Antwerpen mikt op de aanpak van de kansenberoepen. De stad wil, in nauwe samenspraak met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), zelf de regie voeren over het werkgelegenheidsbeleid in Antwerpen.
166. Het stadsbestuur wil een intense wisselwerking tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. Werklozen moeten een gerichte opleiding krijgen die aansluit op de vraag van het bedrijfsleven om de kansenberoepen in te vullen (grootindustrie, havengebonden bedrijven, bouwsector, detailhandel en horeca, zorg en schoonmaak, OCMW …). De stad wil samen met werkgevers en sectoren investeren in deze opleidingen - mét baangarantie.
167. Het bestuur wil de jeugdwerkloosheid forser aanpakken en zal ervoor zorgen dat elke jongere in een activeringstraject terechtkomt.
168. De stad wil samen met VDAB en werkgevers jobbeurzen organiseren, ook in de districten.

Het stadsbestuur wil sociaal economiebedrijven op zijn grondgebied kansen geven, en zelf samen met de dochters (haven, OCMW, politie, …) een stedelijk agentschap voor sociale economie oprichten. Dat agentschap kan diensten verlenen aan het personeel (kinderopvang, strijk, …) en voor de stad werken (klein onderhoud, plaatsen tijdelijke verkeersborden,..).
169. De stad wil een stedelijk agentschap voor sociale economie (interimkantoor voor de stad, diensten voor stadspersoneel, eenvoudig onderhoud straten, thuishulp, occasionele kinderopvang, klussen, ….) oprichten, samen met de dochters (haven, OCMW, politie, …) al dan niet in publiekprivate samenwerking. Het agentschap mag niet concurrentieverstorend werken en moet aandacht hebben voor doorgroei en doorstroom.
170. De stad wil de uitbouw van sociale economiebedrijven in publiekprivate samenwerking voort bevorderen (naar het voorbeeld van Dienstenthuis en Manus). Het Havenbusje, een chauffeursdienst die de mobiliteit van werkzoekenden vergroot, moet in die zin een rendabele activiteit worden. Gelijktijdig wordt de Fietshaven verbreed tot een eigentijds, herkenbaar stedelijk knooppunt voor fietsverhuur en stimulering van het fietsgebruik in de stad.

De stad wil als werkgever het goede voorbeeld geven op het gebied maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het bestuur wil het maatschappelijk verantwoord ondernemen ook elders in Antwerpen bevorderen. De stad wil samen met de associatie van universiteit en hogescholen en met de bedrijfswereld een kenniscentrum voor maatschappelijk verantwoord ondernemen oprichten. De uitbouw van het bedrijvenloket moet nog meer dan nu leiden tot administratieve vereenvoudiging voor startende en andere ondernemers in Antwerpen.
171. Het stadsbestuur wil samen met de Associatie van universiteit en hogescholen en samen met de bedrijfswereld de oprichting van een kenniscentrum voor maatschappelijk verantwoord ondernemen stimuleren.
172. De stad maakt het bedrijvenloket nog professioneler, met bijzondere aandacht voor vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten. Het stadsbestuur verankert en professionaliseert het adviesbureau voor zelfstandigen.
173. De stad besteedt, samen met de partners, speciale aandacht aan de begeleiding van jonge technologiebedrijven en startende ondernemers in de creatieve industrie.

Een goede samenwerking tussen alle sociale partners is belangrijk voor de economie en voor de werkgelegenheid in de Antwerpse regio.
174. De stad wil de samenwerking met Voka, Unizo, de Associatie van universiteit en hogescholen en de vakbonden formaliseren.
175. Het overleg in het Regionaal economisch sociaal overlegcomité (Resoc) moet naar het voorbeeld van het Vlaamse Vesoc een echt overleg worden over sociaaleconomische dossiers die de grenzen van de stad overstijgen.

HAVEN

Antwerpen wil dat de haven haar onvervangbare rol als economische motor van stad, regio en Vlaanderen onverkort kan blijven spelen. De unieke combinatie van de functies van de haven (overslag, logistiek en de industrie) moet op duurzame wijze de werkgelegenheid en welvaart van meer dan 140.000 mensen en gezinnen garanderen. Het stadsbestuur wil dat het Autonoom gemeentelijk havenbedrijf een voorbeeld is op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en leefmilieu.
176. Antwerpen wil dat het Autonoom gemeentelijk havenbedrijf een voorbeeld is op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en leefmilieu.

De Antwerpse haven kan haar rol maar spelen als de overheden daadwerkelijk blijven investeren in de haven en in haar bereikbaarheid, zowel over het land als over het water. Het stadsbestuur wil erop toezien dat belangrijke infrastructuurprojecten tijdig gerealiseerd worden. Van zijn kant garandeert het stadsbestuur een correcte capaciteit van autofinanciering aan zijn Havenbedrijf.
177. Antwerpen wil er bij andere overheden op toezien dat belangrijke infrastructuurprojecten tijdig gerealiseerd worden. Concreet gaat het om:
" de effectieve start van de uitdieping van de Westerschelde vóór 1 januari 2008;
" de aanvang van de bouw van de tweede sluis op Linkeroever in 2008 en de beëindiging ervan in 2012 of 2013;
" de renovatie van de Van Cauwelaertsluis van 2007 af en de Royerssluis vanaf 2013;
" de verhoging van de bruggen over het Albertkanaal tussen Antwerpen en Wijnegem vanaf 2007;
" de aanvang van de aanleg van de spoortunnel Liefkenshoek in 2008;
" de uitvoering van 2008 af van de capaciteitsverhogende maatregelen aan de vertakkingen Schijn - Antwerpen-Noord en Aubry - Mortsel in afwachting van de realisatie van een tweede spoortoegang tot de haven;
" de volwaardige reactivering van de IJzeren Rijn tegen uiterlijk 2015 en beperkte, snelle ingebruikneming van het bestaande traject in akkoord met Nederland en Duitsland.
178. Het stadsbestuur garandeert een correcte capaciteit van autofinanciering aan zijn Havenbedrijf.
179. Antwerpen wil dat het haveninterne spoor- en binnenvaartverkeer economischer wordt georganiseerd.

Het stedelijke bestuur verwacht van het Havenbedrijf en de private havengemeenschap een versterking van de marktpositie tegenover Azië op het vlak van de containertrafieken. De stad zal dat promotioneel mee ondersteunen vanuit de bestaande en voort te ontwikkelen citymarketing. Het bestuur verwacht ook een versterking van de concurrentiepositie van de haven op het vlak van het arbeidsintensieve conventioneel stukgoed. Dat kan met inspanningen van alle betrokkenen: de havenautoriteiten op het vlak van de aanloopkosten, de werkgevers op het vlak van de investeringen in de moderne behandelingsuitrusting en de werknemers op het vlak van een meer dynamische arbeidsorganisatie binnen het kader van de Wet Major.
180. Antwerpen verwacht dat havenbedrijf en private havengemeenschap hun marktpositie op het gebied van containertrafieken tegenover Azië versterken. De stad zal dat promotioneel ondersteunen.
181. Het bestuur verwacht een versterking van de concurrentiepositie van de haven op het vlak van het arbeidsintensieve conventioneel stukgoed. Dat kan met inspanningen van alle betrokkenen.

Antwerpen onderschrijft de noodzaak om vanuit het Havenbedrijf een sterkere band te smeden tussen de publieke en private havengemeenschap, en het achterland. Dat kan verschillende vormen aannemen (participaties in logistieke centra in het achterland, het uitwerken en helpen opstarten van spoordiensten naar het achterland, ...).
182. Antwerpen wil dat het Havenbedrijf en de private havengemeenschap de band met het achterland versterken.

Het stadsbestuur vindt de eenheid van het Havenbestuur over de Rechter- en de Linkeroever noodzakelijk. Het bestuur staat open voor een aanpassing van de beheersstructuur van de haven (door samenvoeging van de Maatschappij voor grond- en industrialisatiebeleid van het Linkerschelde-oevergebied met het Havenbedrijf). Op voorwaarde dat die aanpassi6ng de eenheid van het bestuur nog versterkt en recht doet aan een gepaste vertegenwoordiging (steunend op het principe van de kapitaalpositie van de aandeelhouder) van de partners van de rechter- en de linkeroever. De eenheid van haven mag ook niet bedreigd worden door de tolheffingen aan de Schelde-overgangen. Het stadsbestuur wil er over waken dat de beslissing van de Vlaamse Regering (juli 2005) over een bijzondere ontheffing of korting van de tolheffing voor het interne havenverkeer onverkort wordt uitgevoerd.
183. Het bestuur staat open voor een aanpassing van de beheersstructuur van de haven als die de eenheid van het bestuur nog versterkt en recht doet aan een gepaste vertegenwoordiging van de partners van de rechter- en de linkeroever.
184. Het stadsbestuur wil dat de beslissing van de Vlaamse Regering (juli 2005) over een bijzondere ontheffing of korting van tolheffing voor het interne havenverkeer onverkort wordt uitgevoerd.

DIAMANT
Voor de Antwerpse economie is de diamantsector één van de drie vlaggenschipsectoren, samen met de haven/logistiek en de petrochemie. Tachtig procent van alle ruwe diamanten en de helft van alle geslepen diamanten worden in Antwerpen verhandeld. De diamantsector is goed voor acht procent van het Belgisch bruto nationaal product en zorgt voor een directe en indirecte tewerkstelling van 30.000 mensen. Antwerpen telt 1.800 geregistreerde diamantfirma's en 4.500 diamanthandelaars. Jaarlijks draait de Belgische diamantsector een omzet van 39 miljard euro.
Het stadsbestuur wil de toekomst van de sector in Antwerpen veiligstellen door een cluster rond de aanwezige diamanthandel te maken. Met het Diamond and Jewelry Management Institute is Antwerpen uitgegroeid tot een kenniscentrum met gespecialiseerde opleidingen. Bij de evolutie van Antwerpen tot een juwelencentrum wil de stad een ondersteunende rol spelen.
185. Antwerpen wil de toekomst van de diamantsector in Antwerpen veiligstellen door een cluster rond de aanwezige diamanthandel te maken.
186. Het stadsbestuur wil de evolutie van Antwerpen naar een juwelencentrum ondersteunen.

Om de verankering van de sector in Antwerpen te versterken, wil het bestuur de diamantsector ook op andere bestuursniveaus verdedigen.
187. De stad wil de belangen van de diamantsector ook op andere bestuursniveaus verdedigen.
188. De stad bevestigt de afspraken gemaakt in het veiligheidsplan voor de diamantwijk.

De aanwezigheid van de diamantsector is één van de toeristische troeven van Antwerpen. In veel landen is de diamant het belangrijkste verkoopsargument voor toeristisch Antwerpen. Het stadsbestuur wil daarom op toeristisch gebied blijven samenwerken met de sector. De stad wil samen met de sector de diamant voor toeristen meer zichtbaar in het straatbeeld brengen, bijvoorbeeld door opvallende poorten te maken aan de toegang van de diamantwijk en meertalige uitleg bij belangrijke gebouwen. De stad blijft ook in samenwerking met de sector diamantwandelingen organiseren.
189. Het stadsbestuur wil samen met de sector de diamant toeristisch blijven uitspelen.

Tenslotte verbindt het stadsbestuur zich er toe om in binnen- en buitenland op te treden als ambassadeur voor de sector.
190. Antwerpen verbindt zich ertoe om in binnen- en buitenland op te treden als ambassadeur van de diamantsector.

ONDERWIJS

Het Antwerpse onderwijsbeleid is de jongste jaren ingrijpend veranderd en geldt door de structurele samenwerking tussen alle netten als een trendsetter in Vlaanderen. Het stadsbestuur wil op die weg voortgaan. De stad wil de regisseur blijven van een nog intensere samenwerking tussen alle netten. Gelijkwaardigheid, partnerschap en financiële transparantie staan voorop.
191. De stad wil de netwerking tussen de verschillende onderwijsaanbieders nog steviger maken. Dat wordt onder meer duidelijk door de versterking van al bestaande vormen van netoverschrijdende samenwerking: de onderwijsraad en het lokale overlegplatform als elkaar aanvullende adviesorganen, de regie vzw Baobab voor het gezamenlijk beheer van de netoverschrijdende middelen, het onderwijsloket, de website, de Studiewijzer, de trajectbegeleiding en brugprojecten, …
192. De stad wil de onderwijsvernieuwing van onderuit nog meer stimuleren door verder te investeren in de projectenfondsen voor Onderwijsvernieuwing en Brede School, de leerstoel voor onderwijsvernieuwing aan de Universiteit Antwerpen en de uitwisseling van goede voorbeelden in Onderwijscafé's en publicaties. Projecten die bewezen hebben structureel een oplossing te bieden aan problemen moeten structureel gefinancierd worden.
193. Het bestuur vertrekt van de idee dat onderwijs in de stad aantrekkelijk onderwijs is. Daarom wil de stad nog meer bruggen slaan tussen onderwijs en cultuur en tussen onderwijs en sport. Het deeltijds kunstonderwijs moet kunst ook bij sociaal zwakkere groepen introduceren.
194. De stad wil ervaren leerkrachten, ook leerkrachten op rust als vrijwilliger, inzetten als mentor voor de jongere leerkrachten bij de begeleiding van vernieuwende projecten en als steun in de lerarenopleiding.
195. De stad wil de regie voeren betreffende opvoedingsondersteuning en gezondheidsopvoeding. Ouders komen laagdrempelig te weten dat ze een beroep kunnen doen op opvoedingsondersteuning. Jonge grootouders kunnen hun ervaring ter beschikking stellen als informele adviseurs voor gezinnen.
196. De stad wil dat de openluchtsector openstaat voor alle netten. De capaciteit en de werking worden aangepast aan de noden van de tijd en de sector wordt verzelfstandigd.

Het onderwijsbeleid van de stad wil iedereen gelijke kansen bieden. Iedereen in Antwerpen heeft en grijpt de kans om een kwalificatie te halen die leidt tot actief en verantwoord burgerschap, brede persoonsvorming en toegang tot het hoger onderwijs en/of tot de arbeidsmarkt. Iedereen in Antwerpen heeft en grijpt de kans om zich levenslang en levensbreed te vormen. De kostprijs van het onderwijs mag het leren niet beperken. De kennis van het Nederlands is cruciaal, betrokkenheid van de ouders een belangrijke sleutel tot succes.
197. Het bestuur wil de maximumfactuur uitbreiden tot het secundair onderwijs van het stedelijke net. Scholen van andere netten die een maximumfactuur invoeren, kunnen een beroep doen op het sociale fonds.
198. De stad streeft naar kindercampussen (kinderopvang, kleuterschool en lagere school - eventueel buitenschoolse kinderopvang en vakantiewerking) waar kinderen uit de woonbuurt en kinderen van mensen die er komen werken, samen worden opgevangen.
199. De stad wil een taalbeleid voeren om de kennis van het Nederlands te garanderen. Er komen extra lessen Nederlands in de gewone lessenrooster en waar nodig een extra inloopjaar. Leerlingen met taalachterstand kunnen terecht in een driejarige (in plaats van een tweejarige) middenschool met extra lessen Nederlands. Een taalpaspoort registreert de evolutie van de kennis van het Nederlands.
200. Het stadsbestuur streeft ernaar dat alle kinderen van de eerste kleuterklas af naar school gaan, ook met het oog op de kennis van het Nederlands.
201. De stad wil dat anderstalige ouders zoveel mogelijk Nederlandse taallessen op of nabij de school van hun kinderen volgen. Tegelijkertijd wil het bestuur hen steunen in hun participatie bij het schoolleven van hun kind.

In het kader van een preventieve aanpak wil de stad blijven investeren in het spijbelbeleid (centraal meldpunt, het project SWAT - Samen werken aan toekomst tegen deviant gedrag,…). Het bestuur wil de band tussen het centrale meldpunt aan de ene kant en de coördinatie opvoedingsondersteuning en de doelgroepenregie risicojongeren aan de andere kant voort ontwikkelen.
202. Antwerpen wil het spijbelbeleid voortzetten en de band tussen het centrale meldpunt aan de ene kant en de coördinatie opvoedingsondersteuning en de doelgroepenregie risicojongeren aan de andere kant voort ontwikkelen.
Opleiding, vorming en attitude zijn cruciaal om werk te vinden. De stad wil onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar brengen en daarvoor ook putten uit bovenlokale fondsen.
203. De stad wil hoger beroepsonderwijs organiseren (tussen hoger secundair en bachelor) samen met het bedrijfsleven en wil, opnieuw samen met het bedrijfsleven, ook in de nodige stageplaatsen voorzien.
204. De stad wil projecten steunen waar onderwijs, lokale industrie en stad samen knelpuntberoepen invullen.
205. De stad wil dat het secundaire en hoger beroepsonderwijs in Antwerpen een aanbod heeft dat beantwoordt aan de maatschappelijke noden en de vraag van de arbeidsmarkt. Samen met het bedrijfsleven en het OCMW ontwikkelt de stad hiervoor een competentieplatform.

Schoolomgevingen moeten veilig zijn. Veilig door het ontbreken van wapens, geweld en agressie. En verkeersveilig, zowel in de naaste omgeving als tussen school en thuis.
206. Antwerpen wil bestaande initiatieven voor een veilige schoolomgeving voortzetten en waar nodig uitbreiden.
207. De stad wil een netoverschrijdend convenant afsluiten om wederzijds respect te stimuleren en agressie en wapendracht, op school en in de vrije tijd, te vermijden. Het bestuur wil daarbij investeren in methodes van conflictvoorkoming en conflicthantering.
208. De stad wil werk maken van veilige fietscorridors die de basis- en middenscholen in de stad met elkaar verbinden zodat ouders hun kind tot een veilig fietsparcours kunnen begeleiden.

Het stadsbestuur wil Antwerpen verder profileren als een studentenstad met internationale uitstraling. De stad wil de samenwerking met de associatie van universiteit en hogescholen nog versterken. Er komt een "Huis van de student" en een stedelijk kwaliteitslabel voor studentenkoten.
209. De stad wil alle partners van de associatie gelijkwaardig behandelen en synergie in de associatie bevorderen.
210. Antwerpen wil dat de studentenbuurt in de aanleg van de pleinen en de straten meer als dusdanig herkenbaar is.
211. De stad wil meer gebruik maken van de kennis in de associatie, onder meer door onderzoeksopdrachten uit te besteden.
212. De stad wil ruimte creëren voor spin-offs van het wetenschappelijk onderzoek.
213. Samen met de associatie wil de stad investeren in de uitbouw van een instituut voor"social profit" en overheidsorganisaties.
214. Samen met de associatie wil de stad de instroom en doorstroom stimuleren van allochtone leerlingen van beide geslachten in het hoger onderwijs, en in het bijzonder in de lerarenopleiding.
215. De stad wil extra inspanningen leveren om studenten aan sport te laten doen.
216. De stad wil het concept "Antwerpen Studentenstad" uitdiepen met de komst van een "Huis van de student", de oprichting van een vzw Antwerpen Studentenstad en een "hotspotplein" voor gratis internet in de studentenbuurt
217. De stad wil met De Lijn overleggen over de dienstregeling van de nachtlijnen.
218. De stad wil studentenkoten boven winkels bevorderen en wil een kwaliteitslabel voor studentenkoten.

Antwerpen heeft een uitgebreid stedelijk onderwijs. De stad wil dat net kwalitatief en kwantitatief versterken. De verzelfstandiging van het stedelijk onderwijs en het stedelijke centrum voor leerlingenbegeleiding wordt voortgezet. Dat leidt tot doorzichtige geldstromen en zuinig beheer. Er worden extra middelen vrijgemaakt voor de noodzakelijke investeringen in schoolgebouwen. Zo investeert de stad in capaciteit en in kwaliteit, aangepast aan de moderne didactiek.
219. Het stedelijk onderwijs streeft naar kindercampussen (zie 8), zowel door het samenbrengen van bestaande instellingen als door de creatie van aanbod in de nieuwe stadswijken.
220. De stad wil het principe stimuleren van de brede school. Een school (waar mogelijk een campus) die samenwerkt met de omgeving en waarvan de infrastructuur ten dienste staat van onderwijs en van andere gemeenschapstaken (sport, jeugd, cultuur, samenlevingsopbouw, …). Om mee tegemoet te komen aan de invulling van het aanbod streeft het stedelijk onderwijs naar campussen voor het secundaire en hogere beroepsonderwijs, waar mogelijk op de grens van de binnenstad en de aangrenzende districten en steeds vlot bereikbaar met het openbaar vervoer. In een totaalplan worden thematische campussen voorzien. De andere inrichtende machten en de betrokken bedrijfssectoren worden uitgenodigd om zich mee te engageren in de uitbouw van deze campussen.
221. Het stedelijk buitengewone onderwijs wordt voorbereid op het nieuwe concept van leerzorg met bijzondere nadruk op het ontwikkelen van inclusief onderwijs.
222. Voor het bestuur spelen volwassenenonderwijs, basiseducatie en tweedekansonderwijs een grote rol in de emancipatie van kansengroepen. Dat kan alleen wanneer aan de opleiding ook stages en banen worden gekoppeld en wanneer de opleidingen aangeboden worden in degelijke infrastructuur. Ook de aanbieders van dit onderwijs worden uitgenodigd zich te engageren in het campusmodel.
223. Antwerpen wil de volgende zes jaar een belangrijke inhaalbeweging op het gebied van onderwijsinfrastructuur op gang brengen. Dat is de eerste fase van een totaalplan onderwijsinfrastructuur 2007-2025. Met dat plan worden de inhoudelijke beleidskeuzes vertaald in aangepaste moderne schoolinfrastructuur. Het totaalplan faseert de investeringen noodzakelijk voor het wegwerken van de ontwaarding van het patrimonium en voor het tekort aan ruimte door de verwachte aangroei van de schoolpopulatie. Het plan past de gebouwen aan moderne onderwijsprincipes aan, voorziet in rationeel energiegebruik en onderhoudt en investeert in meervoudig gebruik van de gebouwen (onderwijs en ander gebruik, gelijktijdig en toekomstig).
224. Om het totaalplan uit te voeren, wil de stad een dochter van AG Vespa in het leven roepen, die een aparte beheersstructuur vormt voor het volledige onderwijspatrimonium. Deze afzonderlijke beheersvorm maakt samenwerking met andere onderwijsverstrekkers en andere investeerders in (onderwijs)patrimonium mogelijk. Deze beheersstructuur staat in voor zowel het eigenaaronderhoud als het investeringbeleid in de stedelijke onderwijsinfrastructuur.

KINDEROPVANG EN JEUGD

Antwerpen heeft een jonge bevolking en het stadsbestuur wil de komende jaren nog meer jonge tweeverdieners met kinderen in de stad houden of naar de stad halen. Om arbeid en gezin meer te verzoenen wil de stad investeren in de uitbouw van de kinderopvang. De beweging om die opvang te organiseren in grotere kinderdagverblijven wordt voortgezet.
225. De stad wil over het totale aanbod aan kinderopvang op het grondgebied communiceren, los van wie dat aanbod verzorgt.
226. Het bestuur wil de inschrijving voor kinderopvang ambtelijk centraliseren, maar de ouders kunnen terecht aan een laagdrempelig inschrijvingsloket.
227. Antwerpen wil de stedelijke kinderdagverblijven in een verzelfstandigd agentschap onderbrengen. De stad wil de totale opvangcapaciteit van de kinderdagverblijven opvoeren en die waar mogelijk deel laten uitmaken van de kindercampussen voor kinderen van nul tot twaalf jaar.
228. Het bestuur wil de buitenschoolse kinderopvang blijven openstellen voor alle netten.
229. De stad wil de Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) in een gewoon gemeentebedrijf onderbrengen en wil een goed bereikbaar CKG op het grondgebied Antwerpen.

Straks is een kwart van de Antwerpenaars jonger dan 25 jaar. Die jongeren vormen mee het kloppende en innovatieve hart én de toekomstige motor van onze metropool. Daarom wil de stad investeren in een breed jeugdbeleid. Antwerpen wil jongeren en jeugdverenigingen meer ruimte en inspraak geven.
230. Het grote aantal jeugdbewegingen en jongerenorganisaties is een troef voor tieners en jongeren in de stad. Maar veel van deze organisaties kampen met een slechte of krappe infrastructuur. Het stadsbestuur wil een beleid uitwerken om deze jeugdwerkinfrastructuur te verbeteren.
231. Antwerpen wil starten met een projectenfonds dat verenigingen steunt die extra werken aan de doorstroming en integratie van jongeren in het jeugdwerk.
232. De stad wil luisteren naar de georganiseerde jeugd, vertegenwoordigd in de jeugdraad. De stad wil ook andere vormen uittesten om in overleg te treden met de jongeren.
233. Het stadsbestuur wil het jeugdwerk erkennen als een waardevolle leeromgeving. Daarom komen er drie jongerencompetentiecentra.
234. Antwerpen wil dat de stedelijke jeugddienst uitgroeit tot een servicecentrum voor de verenigingen. De werking van de uitleendienst wordt uitgebreid.
235. Het stadsbestuur wil het professionele jeugdwerk blijven ondersteunen. Dat jeugdwerk mikt op kinderen en jongeren met de minste kansen.

Antwerpen is een boeiend, maar complex mozaïek van leeftijdsgroepen, buurten en wijken. Omdat jongerenverenigingen grotendeels op plaatselijk niveau actief zijn, moet er overleg gepleegd worden met de districtsbesturen.
236. Het stadsbestuur wil bijkomende middelen en personeel zo verdelen dat de districten hun jeugdbeleid deskundig kunnen voeren.
237. Antwerpen wil investeren in jeugdinfrastructuur zodat er in elk district minimum één lokaal jeugdcentrum ter beschikking staat van kinderen en jongeren.
238. Verenigingen die speelpleinen organiseren, moeten voort op een gelijkwaardige manier worden ondersteund. In overleg met de districten wil de stad de speelpleinwerkingen doorlichten.
239. De stad wil in samenwerking met Sport en Cultuur het vakantieaanbod voor tieners uitbreiden.

Het stadsbestuur wil van Antwerpen een echte kinder- en jongerenmetropool maken. Antwerpen wil een ambitieus jeugdbeleid voeren met een uitstraling die verder reikt dan de grenzen van de stad.
240. Het bestuur wil de werking van bovenlokale jeugdcentra verder uitbouwen.
241. Het jongerenmuziekcentrum Trix wordt uitgebreid met de feestzaal van Ter Lo, op voorwaarde dat de overheveling van de zaal geen gevolgen heeft voor de subsidiëring van de cultuurcentra in het volgende cultuurbeleidsplan.
242. Op Petroleum-Zuid wil de stad een jeugdculturele zone uittekenen waar er, naast de al bestaande initiatieven, ruimte is voor experiment en innovatie.
243. De stad wil een waterspeeltuin voor kleuters aanleggen.
244. Bij de herbestemming van het Steen en de oude jeugdherberg wordt het jeugdbeleid als een prioritaire gesprekspartner beschouwd.
245. Antwerpen wil stadsklassen organiseren om kinderen en jongeren de stad op een aangename manier te laten ontdekken.
246. Naar aanleiding van de opening van de nieuwe jeugdherberg in de binnenstad wil de stad een strategisch plan voor jeugdtoerisme opmaken.

Een bruisende stad

CULTUUR

Antwerpen staat cultureel opnieuw op de kaart. Het stadsbestuur wil voortgaan op dat elan en Antwerpen verder uitspelen als de culturele hoofdstad van Vlaanderen. Het bestuur wil cultuur meer dan voorheen bij veel verschillende mensen brengen. De stad wenst een nog betere spreiding van culturele activiteiten over de hele stad. Om meer jonge Antwerpenaars in contact te brengen met cultuur kiest het bestuur voor een intensere samenwerking tussen cultuur en onderwijs. Want de stad gelooft in de verbindende kracht van cultuur.
247. De stad wil een structurele en financieel onderbouwde samenwerking tussen cultuur en onderwijs, van de kleuterschool tot de universiteit.
248. Het stadsbestuur wil een vrijetijdskaart/de A-kaart introduceren als instrument voor bredere participatie aan het culturele (en sportieve en recreatieve) aanbod.
249. Het bestuur wil dat de stedelijke cultuurcentra nauw samenwerken en zich restylen voor een duidelijkere profilering. De cultuurcentra moeten ook intens samenwerken met andere culturele instellingen in de stad, zoals de Roma, om de blinde vlekken weg te werken. De ontmoetingscentra worden stevig verankerd in de districten. En de Erfgoedcel moet nauwer samenwerken met de districten.
250. Antwerpen wil dat de stedelijke openbare bibliotheken zich verder ontwikkelen tot kennis- en informatiecentra van de eenentwintigste eeuw. Er komt een optimalisatieplan met bijzondere aandacht voor de dienstverlening op maat. De modaliteiten van een decentralisering van de dienstverlening van de bibliotheken zullen in overleg met de districten worden vastgelegd.
251. Het stadsbestuur wenst een nog grotere en betere spreiding van culturele activiteiten, zoals de Zomer van Antwerpen, over de hele stad. Zo wil de stad samen met de culturele verenigingen de Antwerpenaars, in al hun diversiteit, bereiken.
252. De stad wil Antwerpen Open omvormen tot een regie-vzw.
253. De stad streeft naar een kaderovereenkomst voor de wetenschappelijke samenwerking tussen de musea en de Associatie van de universiteit en de hogescholen, in het bijzonder voor het Rubenianum dat verder wordt geprofileerd als internationaal kenniscentrum van de Rubensstudie, voor de studie van het archief Plantijn en voor de oprichting van een kunstenlab.

Antwerpen heeft een aantal grote culturele instellingen op zijn grondgebied. De stad wil in beheersovereenkomsten heldere afspraken maken met de instellingen en organisaties die ze ondersteunt. De infrastructuur van deze instellingen wordt verder geoptimaliseerd. Er komt een totaalplan voor de musea.
254. In navolging van Het Toneelhuis en HetPaleis wil de stad beheersovereenkomsten met de grote culturele instellingen op haar grondgebied afsluiten (Vlaamse Opera, Amuz, de Filharmonie, en het Koninklijk Ballet van Vlaanderen).
255. De stad wil in overleg met Vlaanderen de Filharmonie in Antwerpen verankeren en de Elisabethzaal restaureren en herprofileren.
256. De stad wil met de provincie en de Vlaamse Gemeenschap een gesprek voeren over de afbakening van gedeelde verantwoordelijkheden van de culturele instellingen op stedelijk grondgebied.
257. Het bestuur wil een totaalplan voor de infrastructuur, de collecties en de toegankelijkheid van de stedelijke musea opmaken, met bijzondere aandacht voor de realisatie van het Museum aan de Stroom, de Red Star Line, het werelderfgoed museum Plantin-Moretus, de collectie Dora en Paul Janssen en de collectie ridder Smidt - van Gelder.
258. Antwerpen wil zijn oude en recente monumenten beter bekend maken bij een breed publiek. Dat is onder meer een taak voor vzw Musea, Bewaarbibliotheken en Erfgoed.
259. Het bestuur wil het monument van Peter Benoit in zijn luister herstellen op de site van het Harmoniepark, tenzij de ontwerper het beeld wil opnemen in het Operaplein.

Antwerpen wenst de creativiteit die in de stad aanwezig is te koesteren en verder te stimuleren. Daarom is het belangrijk dat er een blijvende aandacht gaat naar beeldende kunsten en in het bijzonder naar jonge kunstenaars.
260. De stad wil meer kunst in de publieke ruimte, in permanente en tijdelijke opstelling, gecoördineerd vanuit het Middelheimmuseum en in samenwerking met het Muhka.
261. Het bestuur wil van het Hessenhuis de presentatieplek maken voor hedendaagse beeldende kunst, ook van studenten en net afgestudeerden. Het atelierbeleid, dat leegstaande panden tijdelijk en betaalbaar ter beschikking van kunstenaars stelt, wordt in samenwerking met het Nieuw Internationaal Cultureel centrum (ICCC), voortgezet.
262. De stad wenst de samenwerking met de huidige actoren als Extra City, Air, Lokaal 01 te verbreden en wenst samenwerking met nieuwe actoren op te starten.
263. Het bestuur wenst met diverse partners een al dan niet weerkerend groot evenement rond beeldende kunst te organiseren.

In 2004 was Antwerpen wereldhoofdstad van het boek. Ook de komende jaren wil de stad zich profileren als een boekenstad. Dat wil Antwerpen doen door voort te gaan met het stadsdichterschap en door literaire evenementen te ondersteunen en eigen activiteiten te ontplooien.
264. De stad wil aan de jaarlijks weerkerende literaire evenementen (Zuiderzinnen, Boekenbeurs, …) die bijdragen aan de bovenlokale uitstraling van Antwerpen als boekenstad, blijven ondersteunen.
265. Het bestuur wil dat in en rond de centrale openbare bibliotheek Permeke een volwaardig literair jaarprogramma wordt ontplooid.
266. Antwerpen wil tussen 2007 en 2010 een literair en cultureel stadsprogramma rond Willem Elsschot presenteren.

Antwerpen wil samen met de grote partners een jeugd- en popbeleid uittekenen. De uitbouw van een volwaardige popzaal is daarvan een belangrijk onderdeel.
267. De stad wil samen met de drie belangrijkste partners (Vijf voor Twaalf - Petrol, Trix en Hof ter Lo) een jeugd- en popbeleid vormgeven. Aan stadszijde is dat een samenwerking tussen Cultuur en Jeugd.
268. Samen met deze drie partners wenst Antwerpen een volwaardige popconcertzaal te realiseren.

De stad wil mensen die in hun vrije tijd aan cultuur doen, aanmoedigen en het culturele verenigingsleven blijven ondersteunen.
269. Antwerpen wil een Fonds voor Amateurkunsten in overleg met de districten stichten.
270. De werking van het Huis voor de Amateurkunst moet meer zichtbaar worden en worden uitgebreid.
Cultuur is ook een belangrijke toeristische en economische troef, die Antwerpen de nodige internationale uitstraling geeft. Het creëren van een positief beeld van de eigen stad bij de inwoners is belangrijk, omdat het uitdragen van een gunstig imago begint bij Antwerpenaars die zich goed in hun vel voelen.
271. Cultuur en Toerisme willen in samenwerking met de provincie en Vlaanderen en met andere partners (zoals de Monumentale Kerken van Antwerpen) een efficiënte en effectieve citymarketing voeren ten aanzien van de Antwerpenaars en de toeristen.
272. Antwerpen wil de internationale samenwerking met de prioritaire partnersteden (Sint-Petersburg, Sjanghai, New York, Rotterdam en Amsterdam) verbreden.
273. Het bestuur wil onderzoeken of het duurzame culturele banden kan aanknopen met het moederland van grote ingeweken bevolkingsgroepen.
274. Antwerpen wil bijzondere aandacht besteden aan de cultuurindustrieën en wil vooral beleidsvoorbereidend onderzoek naar creatieve industrieën stimuleren.
275. De stad wil de toeristische mogelijkheden van de musea beter benutten. Dit geldt in het bijzonder voor het museum Plantin-Moretus, het Rubenshuis en het Museum Mayer van den Bergh.

MONUMENTENZORG

Antwerpen kiest voor een dynamische monumentenzorg, zoals verwoord in het Vlaams Regeerakkoord (citaat).
276. " We activeren het onroerend erfgoed (monumenten en landschappen) met betrokkenheid van de private sector. Onze prioriteit gaat naar visieontwikkeling over de inzet van erfgoed in stedelijke ontwikkelingen. Ook restauratie bekijken we in het raam van een actuele herbestemming. Dit vereist specifieke, selectieve en gegradeerde beschermingsregels, met de mogelijkheid om bestaande beschermingen te heroverwegen en/of te nuanceren". Monumentenzorg zal hier op een proactieve wijze mee omgaan, in nauw overleg met de hogere overheid."

Het stadsbestuur wil ook hier het goede voorbeeld geven. Er komt een monumententoets bij de stedenbouwkundige vergunningen, de inventaris Bouwkundig Erfgoed wordt geactualiseerd en de stad heeft ook oog voor het levend erfgoed. De stad wil met haar eigen projecten in waardevol patrimonium een voorbeeld inzake ruimtelijke kwaliteit zijn. En er komt één premie voor gevelverfraaiing.
277. Het bestuur wil dat de afdeling stedenbouwkundige vergunningen de monumententoets beter invoert voor alle vergunningsgerelateerde activiteiten.
278. Antwerpen wil de inventaris Bouwkundig Erfgoed verder actualiseren. Uiteraard met extra aandacht voor het recent bouwkundig erfgoed, maar ook voor het maritiem - industrieel erfgoed (in samenwerking met Havenbedrijf).
279. Het stadsbestuur wil niet alleen oog hebben voor het gebouwd patrimonium maar ook voor het 'levend' (groen) erfgoed. Markante landschappelijke elementen - zowel solitaire als ensembles - verdienen de best mogelijke bescherming.
280. De stad wil de publieksgerichte activiteiten rond monumentenzorg (Open Monumentendag, ..) toevertrouwen aan de vzw Musea - Bibliotheken - Erfgoed.
281. Het bestuur wil de Welstandscommissie verankeren bij de diensten van de Stadsbouwmeester, en op diens initiatief laten actualiseren.
282. De stad wil dat haar eigen projecten in beschermd en niet-beschermd waardevol patrimonium een voorbeeld inzake ruimtelijke kwaliteit zijn. In een structureel overlegorgaan bundelen patrimoniumonderhoud, stadsontwikkeling en monumentenzorg daartoe hun krachten én de kennis.
283. Het bestuur wil het cultuurhistorisch patrimonium van de stad en haar dochters onderbrengen in een geëigende juridische structuur. Deze garandeert een gepaste bestemming in overeenstemming met de maatschappelijke en cultuurhistorische waarde. De huurinkomsten, aangevuld met de vigerende premies, staan borg voor het onderhoud en de instandhouding.

SPORT

Sport is een middel bij uitstek om mensen van de meest verscheiden afkomst samen te brengen en de samenhorigheid te vergroten. Sport kan een belangrijke rol spelen in de opvoeding van jongeren en mensen trots maken op hun stad. Sport is ook gezond, voor jong en oud. Antwerpen wil een gevarieerd sportbeleid voeren, met aandacht voor grote publiektrekkers en voor een stevige uitbouw in de breedte. Van topclubs tot de wijkploeg of de buursport op een pleintje. Het stadsbestuur wil voortgaan op de weg die de jongste jaren is ingeslagen en meer middelen aan sport en sportinfrastructuur besteden. De stad wil de werking van haar eigen sportdienst en de vzw Sportstad optimaliseren en nauw blijven samenwerken met de sportraad.
284. Antwerpen wil een inhaalbeweging maken voor het sportbudget. Het nakende einde van de investeringen om de Vlarem-norm te halen in de zwembaden, maakt dit mogelijk.
285. Het stadsbestuur wil een totaalplan sport opmaken en de aansturing en de werking van de sportdienst optimaliseren. De stad moet geen sportactiviteiten organiseren, wel mogelijk maken en ondersteunen.
286. Omdat sport een onmiskenbare rol speelt in de gezondheid en in de sportieve ontwikkeling van jongeren, wil Antwerpen een coördinatiecel sport - onderwijs stichten, met speciale aandacht voor atletiek.
287. De stad wil over het totale sportaanbod op het grondgebied communiceren, los van wie dat aanbod verzorgt.
288. Het stadsbestuur wil een vrijetijdskaart/de A-kaart introduceren als instrument voor bredere participatie aan het sportieve (en culturele en recreatieve) aanbod.
289. De stad beschouwt de stedelijke sportraad als een belangrijke partner met wie ze nauw wil blijven samenwerken.
290. Antwerpen wil proberen om in 2012 de titel van Europese Sportstad te behalen, in samenwerking met de provincie en Panathlon.

Antwerpen wil een stappenplan uittekenen om de sportinfrastructuur te verbeteren. Aangezien de ruimte schaars is, wil het stadsbestuur ook investeren in sportterreinen in kunstgras. De stad wil de clubs grotere autonomie geven in het onderhoud van de terreinen die ze in concessie hebben. Het bestuur wil sportzalen van alle schoolnetten openzetten na de schooluren. Het bestuur wil de openingsuren van zwembaden en sporthallen aanpassen aan de vraag van de gebruikers.
291. Antwerpen wil een strategische cel sportinfrastructuur in het leven roepen, die een inventaris maakt van de sportinfrastructuur die er is en die er nodig is. De cel geeft sportadvies betreffende ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling.
292. De stad wil voortgaan met objectieve en transparante subsidie- en concessiereglementen.
293. Antwerpen wil een flexibeler beheer van de terreinen die in concessie zijn gegeven. In overleg met de clubs wil de stad dat beheer aan de clubs overlaten, of het werk uitbesteden aan bedrijven in de sociale economie.
294. De stad wil investeren in sportterreinen in kunstgras.
295. Antwerpen wil dat de zwembaden en sporthallen open zijn wanneer mensen er gebruik van willen maken, ook in vakanties en na kantoortijd.
296. De stad wil met scholen van alle netten een overleg starten over de openstelling van sportzalen na de schooluren. De stad wil daarvoor infrastructuurmiddelen van buurtsport gebruiken.
297. Het bestuur wil onderzoeken of en waar er bijkomende sportloodsen kunnen komen.
298. Antwerpen wil meer Finse looppistes in straten en parken.
299. De stad wil dat Berendrecht over een nieuwe volwaardige sporthal kan beschikken.
300. Antwerpen wil meer aandacht besteden aan watersport, onder meer nabij de nieuwe wijk Borgerweert op Linkeroever.

Antwerpen wil blijven investeren in buurtsport in alle wijken en districten, als opstap naar breedtesport of clubsport. Het bestuur wil in elk district minstens één sportantenne installeren. De stad wil een eenduidig subsidiëringbeleid voor de sportclubs en een bijkomend eenduidig subsidiëringbeleid voor clubs die de diversiteit van de stad uitstralen.
301. Antwerpen wil verenigingen ondersteunen die sport initiëren bij jongeren en de doorstroming naar clubsport stimuleren.
302. Antwerpen wil in elk district minstens één sportantenne installeren, als aanspreekpunt voor de lokale sportraad, de clubs en de individuele sporters.
303. De stad wil een eenduidig subsidiëringbeleid voor de sportclubs en een bijkomend eenduidig subsidiëringbeleid voor clubs die de diversiteit van de stad uitstralen.
304. Het stadsbestuur wil samen met de districten speciale aandacht besteden aan sport voor personen met een handicap.

Het bestuur wil voortgaan met het topsportfonds en het concept evalueren. Antwerpen wil een topsportmanager aantrekken die ook verantwoordelijk is voor de werving van middelen bij de privésector. Het bestuur wil dat de topsportclubs hun band met de stad en haar wijken versterken (Open Stadion, sportinitiatie, …) De stad wil de bouw van een nieuw voetbalstadion helpen mogelijk maken.
305. Het stadsbestuur wil de frequentie en het niveau van topsportevenementen in Antwerpen bestendigen en indien mogelijk uitbreiden.
306. Antwerpen wil het Topsportfonds evalueren en voortzetten.
307. Met het oog op een mogelijke kandidatuur voor het wereldkampioenschap voetbal in de Benelux in 2018 wil Antwerpen de bouw van een nieuw voetbalstadion voorbereiden, in overeenstemming met het ruimtelijke structuurplan.

EVENEMENTEN

Grote en kleinere evenementen brengen vaak heel verschillende mensen samen en versterken het samenhorigheidsgevoel in de stad. Ze dragen bij aan de uitstraling van Antwerpen en brengen extra bezoekers naar de stad. Daarom wil het stadsbestuur zoveel mogelijk evenementen op het openbare domein. Bij voorkeur gratis voor de bezoekers. Deze evenementen moeten lang niet allemaal in het historische stadscentrum plaatsvinden. Speciale aandacht moet gaan naar activiteiten in de districten en de wijken buiten de stadskern. De stad ondersteunt vanuit de bedrijfseenheid marketing en communicatie evenementen die op hun beurt de stedelijke communicatiestrategie versterken.
308. Het stadsbestuur is voorstander van zoveel mogelijk kwaliteitsvolle evenementen (sportieve, culturele, …) op openbaar domein in de stad. Deze evenementen zijn bij voorkeur gratis voor de bezoekers.
309. De stad wil dat - meer nog dan tot nu toe het geval is - deze evenementen ook plaatsvinden in districten en wijken buiten de kern. Het bestuur wil daartoe, en met het oog op een betere coördinatie en communicatie naar onder meer middenstand en buurtbewoners, de evenementenloketten in de districten versterken. De stad wil de evenementenregisseur onderbrengen bij marketing en communicatie en de taak van de regisseur duidelijk omschrijven.
310. Het bestuur wil evenementen ondersteunen die passen in het kader van de stedelijke communicatiestrategie en wil eenduidige afspraken over de aard van de ondersteuning (financieel, logistiek, communicatief,…).
311. Antwerpen wil een adviesgroep evenementenveiligheid samenstellen, met daarin alle diensten die betrokken zijn bij de veiligheid van een evenement. Op die manier wil de stad organisatoren meer garanties geven over de veiligheid van hun evenement en over de snelheid van afhandeling van hun dossier.

TOERISME

Het stadsbestuur bevestigt het belang van de toeristische sector voor de stad en haar bewoners. Het stadsbestuur wil toerisme breed bekijken en inzetten op de diverse troeven die de stad te bieden heeft. De stad wil aandacht hebben voor specifieke en nieuwe doelgroepen en inspelen op de synergie tussen toerisme en andere sectoren (cultuur, jeugd,..). Het bestuur wil ook de bewoners hierbij betrekken.
312. Antwerpen erkent het economische belang van de arbeidsintensieve en niet overplaatsbare toeristische sector.
313. Antwerpen wil werk maken van een strategisch plan toerisme dat een duidelijk beleids- en toetsingskader biedt.
314. Antwerpen wil het cultuur- en erfgoedbeleid laten sporen met toerisme en de sectoren verder op elkaar afstemmen.
315. Het stadsbestuur wil de aantrekkingskracht van de moderne stad (gastronomie, uitgaan, winkelen, sfeer, architectuur, ...) toeristisch uitspelen.
316. Het stadsbestuur wil de komst van de nieuwe jeugdherberg als een hefboom gebruiken om het jeugdtoerisme te stimuleren.
317. Antwerpen wil grote inspanningen doen op marketing- en promotievlak om zo een grote internationale bekendheid, een gunstig imago en een positieve beeldvorming van de stad te realiseren.
318. Het bestuur wil dat de Antwerpenaar affiniteit heeft of krijgt met het toerisme in zijn stad.

Het stadsbestuur wil de toeristische sector versterken door te investeren in de sterkste producten van de stad en nieuwe troeven uit te spelen. Antwerpen wil Rubens en creatie (mode, diamant, juweelkunst, muziek, vormgeving,…) als iconen van het toeristische beleid uitspelen. Het bestuur wil in samenwerking met het havenbedrijf ook werk maken van het watertoerisme, en meer in het bijzonder het cruisesegment.
319. Het stadsbestuur wil Rubens en zijn tijd als ambassadeur en beeldmerk van Antwerpen inzetten om het georganiseerde toerisme te vergroten.
320. Antwerpen wil zich met de Red Star Line richten op de Amerikaanse markt.
321. Het bestuur wil de banden met Sint-Petersburg gebruiken om de Russische markt voor het toerisme te onderzoeken, en die met Sjanghai en Singapore om de Aziatische markt te onderzoeken.
322. Antwerpen wil de internationale gay scène blijven aanspreken.
323. De stad wil het ruienproject extra ondersteunen en waar nodig blijvend vernieuwen.
324. Antwerpen wil een citycard als marketinginstrument invoeren. Zo'n kaart zou de toegang tot topattracties en -musea en het gebruik van het openbaar vervoer combineren.
325. Het bestuur wil de samenwerking met de Zoo versterken.
326. De stad wil om de vier à vijf jaar een topevenement naar de stad halen dat op grote internationale media-aandacht kan rekenen. Het bestuur wil toerisme ook een plaats geven in een op te richten stuurgroep evenementen.
327. Het stadsbestuur wil zich mee inzetten voor de realisatie van een congrescentrum met een capaciteit tot maximum 1.500 deelnemers. In dat licht wil de stad de samenwerking met de vzw Antwerpen Congresbureau herbekijken in functie van de Mice-marketing (meetings, incentives, congress en events).
328. Het stadsbestuur erkent het belang van het recreatief winkelen voor het dagtoerisme uit België en Nederland én als ondersteuning voor verblijfstoerisme.
329. Als toetsing en evaluatie van mogelijke effecten op kwalitatief toerisme wil de stad een toerismetoets invoeren (ruimtelijke ordening, parkeerbeleid,…)

Het stadsbestuur wil investeren in de bereikbaarheid van Antwerpen én in de perceptie ervan.
330. Antwerpen wil ijveren voor een rechtstreekse treinverbinding tussen de luchthaven van Zaventem en Antwerpen. In afwachting wil de stad dat de transfer met de "Sabenabus" wordt geoptimaliseerd.
331. In overleg met andere overheden wil het stadsbestuur voor zowel automobilisten als fietsers en voetgangers toeristische signalisatie aanbrengen.
332. Antwerpen wil ijveren voor de bereikbaarheid van de binnenstad per autocar en de mogelijkheid tot stationeren van autocars garanderen. Ook het nachtelijk parkeren voor autocars wil de stad onderzoeken.
333. De stad wil het gebruik van de cruiseterminal verbreden, maar de terminal is er in de eerste plaats voor cruises.

Antwerpen wil investeren in basisvoorzieningen en service voor buitenlandse bezoekers.
334. Het stadsbestuur wil inzetten op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van basisvoorzieningen en -diensten (openbaar sanitair, geldautomaten, ticketautomaten voor het openbaar vervoer met aandacht voor gebruik door anderstalige bezoekers, toegankelijkheid voor personen met een handicap, ..).
335. Het stadsbestuur wil de mogelijkheid onderzoeken van een PPS voor de realisatie van een stedelijke camping die het gedurende het hele jaar open is en zich ook specifiek richt op kampeerautogebruikers.
336. Antwerpen wil een hotel aan het loodswezen.

Antwerpen wil investeren in communicatie en marketing om de stad als toeristische bestemming te promoten. Bovendien wil de stad waar mogelijk interessante samenwerkingsverbanden opzetten en/of uitbreiden.
337. Rekening houdend met de bijzondere toeristische wetmatigheden wil de stad haar internationaal en nationaal gerichte communicatiestrategie inpassen in de globale stedelijke strategie, maar met de nodige vrijheid.
338. Antwerpen wil de toeristische communicatie (met inbegrip van de website) in de stedelijke huisstijl ontwerpen, maar met aandacht voor de specificiteit van de internationale markt.
339. Antwerpen wil strategisch en intensief samenwerken met andere Europese steden. (Cool Capitals : Wenen, Zürich, Amsterdam; Cruisehavens : Hamburg, Amsterdam, Le Havre,…; steden langs de hogesnelheidslijn: Brussel, Mechelen, Breda, Rotterdam). De stad wil een optimale samenwerking nastreven met Toerisme Provincie Antwerpen.
340. Met Toerisme Vlaanderen wil Antwerpen een convenant onderschrijven die de wederzijdse taken in het kader van de buitenlandmarketing, de productontwikkeling, het onthaal van bezoekers en het kunststedenactieplan van de Vlaamse Regering regelt.

De stad wil meer samenwerking met het toeristische bedrijfsleven en wil risicodragende investeerders aantrekken en ondersteunen.
341. Antwerpen wil binnen de toeristische dienst een aanspreekpunt voor mensen die een bedrijf in de toeristische sector willen starten.
342. Het stadsbestuur wil een accountmanager aanstellen die zich toelegt op de productontwikkeling, de contacten onderhoudt met de talrijke kleine en middelgrote ondernemingen en helpt bij de realisatie van ideeën van ondernemers.

Een veilige en propere stad

PROPERE STRATEN

Het openbare domein (straten, pleinen, parken, ...) bepaalt in grote mate het leven in een stad. Daarom moet het openbare domein van hoge kwaliteit zijn. Maar om aangenaam te zijn moet de stad ook proper zijn. De bewoners en bezoekers dragen daarin een grote verantwoordelijkheid, net zoals het stadsbestuur. Het stadsbestuur wil meer middelen inzetten om Antwerpen properder te maken. Tegelijk wil het bestuur mensen die de stad vervuilen, strenger vervolgen.
343. Het stadsbestuur wil, aanvullend op wat anderen al doen, afvalvoorkoming stimuleren en als werkgever zelf het goede voorbeeld geven.
344. Antwerpen wil de veegcapaciteit minimaal verdubbelen. De stad wil de veegploegen verankeren in de wijken en buurten, waardoor de herkenbaarheid en de aanspreekbaarheid groeien.
345. Het stadsbestuur wil in overleg met de districten het aantal vuilmanden in parken en op straten en pleinen verhogen. De stad wil eenvormige vuilmanden. Het leeg maken moet efficiënter gebeuren.
346. Antwerpen wil een evenementenploeg samenstellen die na elk evenement onmiddellijk start met de opkuis. De stad wil deze ploeg voorts polyvalent inzetten (natte reiniging, bladslag, verwijdering van graffiti en wildplak,…)
347. De stad wil de pakkans voor sluikstorters vergroten. Antwerpen wil meer polyvalente toezichtteams (ook 's nachts) en controleurs in burger inzetten. Stedelijke ambtenaren met buitendienst hebben een meldingsplicht.
348. Het stadsbestuur wil dat ook de lokale politie en het autonome parkeerbedrijf Gapa strenger optreden tegen sluikstort. Antwerpen wil de administratieve boetes op sluikstort waar mogelijk onmiddellijk innen. De stad wil de opbrengst van de overlastboetes besteden aan projecten voor een propere stad.

De Antwerpenaar bevindt zich in de kopgroep wat betreft het selectief aanbieden van huisvuil. Het stadsbestuur wil dat zo houden en het comfort van de Antwerpenaar vergroten. Zonder dat het de bewoners meer geld kost. Om mensen en middelen optimaal in te zetten voor een propere stad, wil Antwerpen een autonoom afvalbedrijf stichten.
349. Antwerpen wil wekelijks alle fracties (restafval, papier, plastic - metaal - drankverpakking, groente- fruit- en tuinafval) inzamelen in de binnenstad en in vergelijkbare wijken.
350. De stad wil de nachtelijke inzameling van huishoudelijk afval uitbreiden in straten waar veel passage is.
351. Het bestuur wil het brengsysteem uitbreiden. De stad wil meer sorteerstraatjes verspreid over het hele grondgebied. Ze wil dat er nog meer fracties gratis kunnen worden aangeboden in de containerparken.
352. Om het thuis composteren te stimuleren, blijft Antwerpen compostvaten aanbieden en compostmeesters opleiden.
353. De stad wil een gemeentelijk autonoom afvalbedrijf stichten om personeel en middelen optimaal in te zetten voor een propere stad. Dat moderne publiek bedrijf moet de concurrentie met de privésector kunnen doorstaan.
354. Antwerpen wil samen met de partners van Isvag een nieuwe verwerkingsinstallatie bouwen, ter vervanging van de huidige oven in Wilrijk. Die installatie moet gemakkelijk bereikbaar zijn over het water en per spoor.
355. Het stadsbestuur werkt mee aan de voorbereiding van het nieuwe Vlaamse uitvoeringsplan huishoudelijk afvalstoffen 2008-2012. De stad vertrekt van dezelfde doelstelling: de beste inzamelwijze op ecologisch en economisch vlak.
356. Tijdens een proefperiode laat het stadsbestuur, in overleg met Vlaanderen, de bewoners vrij om hun GFT in de zak van restafval of apart aan te bieden. De resultaten van dit proefproject vormen een onderdeel van de evaluatie ter voorbereiding van het nieuwe Vlaamse uitvoeringsplan.

Een stad proper houden is meer dan het inzamelen van huisvuil en het vegen van de straten. Het is een opdracht voor iedereen, voor de stadsdiensten en de bevolking. Zo is het nodig om bij de (her)aanleg van straten en pleinen een onderhoudstoets in te bouwen. Onderwijs kan kinderen respect voor de omgeving helpen bijbrengen. En bewoners en bezoekers moeten weten wat er van hen wordt verwacht.
357. Antwerpen wil een kenniscentrum onderhoudsvriendelijk straatbeeld installeren (bestrating, reiniging, straatmeubilair, openbaar groen, …).
358. De stad wil scholen van alle netten, die werken aan propere straten en scholen, inhoudelijk ondersteunen en hun afvalonkosten verlagen.
359. Antwerpen wil met een heldere communicatie duidelijk maken wat er van de bewoners en bezoekers wordt verwacht om de stad schoon te houden.

INTEGRALE VEILIGHEID

Antwerpenaars moeten zich in hun stad, hun buurt of wijk veilig kunnen voelen. Dat is niet alleen de taak van de politie. De veiligheid garanderen is veel ruimer dan alleen criminaliteit bestrijden. Een vuile straat of een slecht aangelegd plein kunnen ook maken dat mensen zich onveilig voelen. Alle stadsdiensten (stadsreiniging, stadsontwikkeling, …) zijn mee verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid van de stad. En uiteraard is ook de Antwerpenaar zelf een belangrijke speler. Dat is de essentie van het integrale veiligheidsbeleid, dat in de vorige bestuursperiode werd opgestart en dat Antwerpen de komende jaren voort wil uitbouwen. Voor de stad speelt de bedrijfseenheid Integrale Veiligheid daarin een belangrijke rol: zij heeft een signaalfunctie en coördineert de gezamenlijke acties van de politie en de verschillende stadsdiensten op het terrein. Maar het is in de eerste plaats de politie die erop moet toezien dat iedereen maximaal zijn fundamentele rechten en vrijheden kan uitoefenen, zonder dat die van anderen met de voeten worden getreden.

De lokale politie heeft zich de afgelopen jaren intensief toegelegd op de verbetering van haar harde taken: interventie, lokale recherche en ordehandhaving. Antwerpen wil op de ingeslagen weg voortgaan.
360. De stad wil de personeelssterkte voor de harde politietaken behouden en de kwaliteit permanent verbeteren.
361. Het bestuur wil dat de lokale politie bij interventieoproepen voor noodhulp, in de meest dringende gevallen, een gemiddelde dispatch- en aanrijtijd van tien minuten blijft garanderen. Er wordt voort geïnvesteerd in het eerste onderzoek ter plaatse en de terugkoppeling van informatie naar de wijkpolitie en de dienst slachtofferzorg.
362. Het stadsbestuur wil dat de lokale recherche nog meer gestroomlijnd en intensief informatie uitwisselt met de wijkpolitie en de interventieploegen. De kerntaken van de recherche worden in functie van de lokale noden en behoeften ingevuld.
363. Voor ordehandhaving bij evenementen en gebeurtenissen kan de lokale politie Antwerpen bogen op een ruime ervaring. Het bestuur wil dat de huidige werkwijze wordt gestandaardiseerd en geprofessionaliseerd door volgens het federale model te werken en vaste teams voor ordehandhaving aan te duiden.

De reactieve, incidentgestuurde taken zijn belangrijk. Maar de lokale politie moet ook ingebed zijn in haar omgeving en op die manier anticiperen op problemen. Hoe meer positieve contacten met de bevolking, hoe groter het veiligheidsgevoel en het vertrouwen in de politie. Die politiezorg is minstens even belangrijk, en moet op verschillende terreinen worden gerealiseerd.
364. Antwerpen wil veiligheid en leefbaarheid op buurtniveau aanpakken. Door "te kennen en gekend te worden" speelt de wijkpolitie in op de verwachtingen van de bevolking. Samen met de andere partners in veiligheid garandeert de politie een optimaal contact met de buurt door onderling, maar ook met de buurtbewoners, in overleg te treden. Naast de wijkagenten, zal de wijkwerking bestaan uit achttien verschillende teams die snel kleinschalige problemen kunnen oplossen. Administratief werk wordt afgehandeld door een wijksecretariaat en gerechtelijke onderzoeken worden opgevolgd door een wijkonderzoeksteam. Het stadsbestuur wil de politiezorg kleinschalig, buurtgebonden en gedecentraliseerd organiseren zodat de politie gepast kan inspelen op de eigenheid van elke buurt, zonder dat deze aanpak de garantie op een kwalitatieve én uniforme benadering van iedereen in de stad in de weg staat.
365. Het bestuur wil het politionele onthaal in al zijn aspecten moderniseren volgens de normen van een dienstverlenende organisatie. De infrastructurele inrichting van de ruimten wordt gestandaardiseerd en geoptimaliseerd. De persoonlijke aandacht voor elke klant, de behandeling tijdens een aangifte of klacht en de professionele kennis en vaardigheden van de politiemedewerker staan hier voorop.
366. Het stadsbestuur wil dat de politie meer werk maakt van slachtofferzorg. Slachtofferzorg wordt korpsbreed geprofessionaliseerd. Slachtoffers van een misdrijf snel, empathisch en correct benaderen is een basistaak van elke individuele politieambtenaar. Daarnaast zal de dienst de slachtoffers van gewelddadige misdrijven herhaaldelijk, actief en gestandaardiseerd hercontacteren. Het initiatief zal bij de politie liggen.
367. Het stadsbestuur wil niet dat de politie een ivoren toren is: ook de commissaris moet beschikbaar zijn voor de bevolking. De afdelingschefs zullen voorzien in een spreekuur en aanwezig zijn op de publieke buurtfora.
368. Antwerpen wil dat wijken die dat meer nodig hebben, extra zorg en aandacht van de politie krijgen. Nabijheid en veelvuldig politiecontact moeten er worden gestimuleerd, onder meer door er in politieantennes te voorzien.
369. Omdat de "fietspolitie" erg aanspreekbaar is, zal er meer per fiets gepatrouilleerd worden.
370. Antwerpen wil een lokale politie met een uniforme korpscultuur. Als dienstverlenende organisatie is de politie extern gefocust. Een uniforme korpscultuur is daarvoor essentieel. Die cultuur gaat uit van integriteit, beschikbaarheid en beleefdheid. Iedereen in de stad heeft recht op een kwalitatieve én gelijkwaardige benadering. Om op elk moment en voor iedereen dit recht op een correcte dienstverlening te garanderen en plus- en minpunten te detecteren, bouwt de politie een gestandaardiseerd systeem van kwaliteitscontrole uit.
371. De huisvesting van de politie bepaalt voor een groot deel het imago dat die op de omgeving uitstraalt, en heeft tegelijkertijd een sterke invloed op de motivering en arbeidsvreugde van de politieambtenaren zelf. In die optiek zullen de huidige politiegebouwen gescreend worden en zal de huisvesting worden geoptimaliseerd. Hierbij zal ook rekening gehouden worden met het aantal parkeerplaatsen.
372. De politie zal meer aandacht besteden aan de kwantiteit en de kwaliteit van haar interne en externe communicatie.

Het stadsbestuur wil dat de veiligheidsprioriteiten mee op basis van de geregistreerde criminaliteitscijfers worden bepaald. Die worden als sturingsinstrument continu opgevolgd en jaarlijks aan de gemeenteraad meegedeeld. Op dit ogenblik blijkt uit die cijfers dat de aanpak van de woninginbraken een prioriteit blijft. Daarom wil het bestuur dat de preventiedienst van de politie het aanbod doet om de komende zes jaar elke woning in Antwerpen te bezoeken en de bewoner een persoonlijk advies te geven over inbraakbeveiliging. Daarnaast blijft de politie grootschalige acties doen en investeert ze in onderzoek over woninginbraken.
373. Het stadsbestuur wil dat de veiligheidsprioriteiten mee op basis van de geregistreerde criminaliteitscijfers worden bepaald.
374. Het bestuur wil dat de preventiedienst van de politie het aanbod doet om de komende zes jaar elke woning in Antwerpen te bezoeken en de bewoner een persoonlijk advies over elementaire inbraakbeveiliging te geven.

Het personeelsbeleid van de politie is in grote mate statutair geregeld. Door deze wettelijke verankering is de speelruimte voor een beleid met een eigen grootstedelijke invulling veeleer beperkt. Waar de Antwerpse lokale politie wel eigen accenten kan leggen, moet ze dat goed doordacht en nauwgezet doen. Het structurele personeelstekort maakt de noodzaak van een actief HRM beleid - dat inspeelt op de instroom, de carrièremogelijkheden binnen het korps en op de uitstroom - alleen maar belangrijker.
375. De lokale politie Antwerpen zal voor de selectie en rekrutering actief samenwerken met de federale politie, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de aanwervingen.
376. Er komt een specifiek Antwerps profiel van de te werven agenten, met oog voor diversiteit en voor het gevarieerde takenpakket. Daarnaast speelt Antwerpen in op de mogelijkheden die de federale overheid biedt om de instroom van grootstedelijke korpsen te maximaliseren (betalende opleidingstrajecten, detachering, ...).
377. De omvang van de lokale politie Antwerpen laat toe om binnen het korps een gevarieerd carrièrepad te ontwikkelen dat zowel horizontaal (afwisselende functies) als verticaal (doorgroeimogelijkheden) kansen biedt. Voor elke politieambtenaar komt er een individueel loopbaantraject, dat rekening houdt met functionele opleidingen.
378. Antwerpen wil samen met de federale overheid bekijken welke "incentives" gegeven kunnen worden aan politiemensen die meer verantwoordelijke functies invullen dan hun collega's met dezelfde graad: het Antwerpse korps telt immers meerdere functies die vergelijkbaar zijn met het mandaat van korpschef van kleinere politiezones in België.
379. De toenemende uitbreiding van het officierenkader, o.m. naar aanleiding van de zogenaamde 'rode loper', noodzaakt de lokale politie Antwerpen om meer en meer te evolueren naar een systeem van functionele hiërarchie.

De personele en materiële middelen van de lokale politie Antwerpen worden op de meest efficiënte wijze ingezet, en daartoe zullen de meest geëigende middelen voort worden ontwikkeld en ingezet.
380. Antwerpen wil de federaal opgelegde norm van zestien procent burgerpersoneel in het korps halen.
381. Op basis van dienstverleningsovereenkomsten zal de lokale politie Antwerpen nauwer samenwerken met de federale politie, met andere lokale korpsen en met de verschillende stadsdiensten.

Samen met de politie is ook de stadsadministratie verantwoordelijk voor een veilige en leefbare stad. Dit houdt in dat élke bedrijfseenheid, bij de uitvoering van haar beleid, ook rekening moet houden met de gevolgen voor veiligheid en leefbaarheid. De bedrijfseenheid Integrale Veiligheid heeft hierin een belangrijke signaalfunctie en coördineert de gezamenlijke activiteiten van stadsdiensten en politie. Daarnaast is de bedrijfseenheid zelf actief op vijf vlakken: buurtregie, doelgroepregie, algemene bestuurlijke politie, rampenplanning en toezicht.

De gebiedsgerichte aanpak in moeilijke buurten van de stad wordt geïntensifieerd en gesystematiseerd. Doel is een meer veilige, proper, herstelde en gezellige buurt, waarin het prettig om leven is.
382. De buurtregisseurs zijn de ogen en oren van de stad op de straat. Door de uitbouw van een netwerk betrekken zij alle relevante partners in hun buurt. Antwerpen wil een dergelijk netwerk in zoveel mogelijk buurten.
383. De buurtregisseurs organiseren maandelijks een toezichtvergadering voor hun buurt. Daar komen de lokale politie, de bevoegde stadsdiensten, het district en sociale partners structureel samen om overlastproblemen te bespreken en aan te pakken. De verplichte aanwezigheid van elke partner op de toezichtvergaderingen is bepalend voor de slaagkansen. Deze toezichtvergadering wil het bestuur in nog meer buurten.
384. Sommige straatbeeldproblemen worden aangepakt in gerichte, stadsbrede overlastplannen (openbare verlichting, verwijderen van graffiti of fietswrakken, voorzien in openbare urinoirs, terugdringen van duivenoverlast, …). Voor een goede monitoring wil het bestuur dat de Veiligindex, een bundeling van criminaliteits- en overlastcijfers, voort wordt uitgewerkt.
385. Antwerpen wil Buurt aan de Beurt gevoelig uitbreiden. Bij Buurt aan de Beurt werken verschillende diensten samen met bewoners in een beperkt aantal straten gedurende een korte periode aan een meer veilige, propere, herstelde en gezellige buurt.
386. Om in sommige straten de achterstand aan te pakken, de bevolkingsgegevens te controleren en tegelijkertijd op de meest laagdrempelige manier sociaal te investeren, wil Antwerpen de huisbezoeken voortzetten. De X-stra teams, met telkens een vertegenwoordiger van de woondienst, het OCMW en van Integrale Veiligheid, worden daarom in aantal uitgebreid.
387. Het cameraproject in Antwerpen-Noord wordt voortgezet. Op basis van een evaluatie en kosten-batenanalyse van dit project, kan een uitbreiding van cameratoezicht op andere plekken in de stad overwogen worden.

Omdat niet alle fenomenen gebiedsgericht kunnen worden benaderd, kiest Antwerpen met zijn doelgroepregie voor de individuele aanpak van doelgroepen die overlast of criminaliteit veroorzaken.
388. Voor het stadsbestuur is de aanpak van huiselijk geweld een prioriteit. Wat de slachtoffers betreft, moeten de buurtregisseurs de opvang, hulpverlening en nazorg beter op elkaar afstemmen. Ze verlenen ook de noodzakelijke hulp aan daders. In deze korte ketenaanpak bepaalt de zorg voor de veiligheid en het welzijn van de kinderen, de beleidskeuzes en de middeleninzet. Bij Lokale Politie komen er dossierbeheerders die verantwoordelijk zijn voor de opvolging van het dossier in al zijn politionele aspecten.
389. Jongeren die voor het eerst strafbare feiten plegen of overlast veroorzaken, krijgen een huisbezoek in het bijzijn van de ouders en een bindend voorstel van maatregelen die escalatie moeten voorkomen.
390. Straatprostituees, jongensprostituees en problematische verslaafden krijgen, in samenspraak met de gerechtelijke overheid, een individuele aanpak. Ook hier wil het bestuur dat er wordt gewerkt aan een passend zorgaanbod en een betere afstemming tussen verschillende diensten.
391. Wanneer bij acties die op initiatief van de overheid (zowel politie als stad) worden georganiseerd, vreemdelingen worden geïdentificeerd die niet over de vereiste verblijfsdocumenten beschikken, wordt consequent een onderzoek ingesteld naar hun verblijfsstatuut met kennisgeving aan de dienst vreemdelingenzaken.
392. Vermits tegenover personen van vreemde nationaliteit die illegaal op Antwerps grondgebied verblijven geen gedwongen uitvoering mogelijk is voor de inning van gemeentelijke administratieve sancties, zal dit onderzoek met kennisgeving aan de dienst vreemdelingenzaken ook consequent gebeuren wanneer zij betrapt worden op een inbreuk op onze stedelijke politiecodex.
393. Jaarlijks zal aan de gemeenteraad verslag worden uitgebracht over hoeveel keer personen van vreemde nationaliteit, die niet over de vereiste verblijfsdocumenten beschikken, werden geïdentificeerd en aan de Dienst Vreemdelingenzaken werden gerapporteerd.

Met bestuurlijke maatregelen en gemeentelijke administratieve sancties zal de stad haar rol als nachtwaker, suppoost en scheidsrechter in het openbare domein blijven spelen. Regels om openbare overlast te vermijden gelden voor iedereen. Geloofwaardig sanctioneren, verbieden of gebieden kunnen uiteraard alleen op voorwaarde dat de spelregels duidelijk zijn en er een consequent beleid wordt gevoerd. Dat betekent op voorhand communiceren wat mag en wat niet, een gelijkwaardige behandeling voor iedereen en een graduele aanpak van het probleem waarbij de maatregel steeds in verhouding staat tot de vastgestelde inbreuk. De stad zal haar bevoegdheden hierin ten volle uitputten, en maximaal afstemmen met politie en justitie.
394. Met bestuurlijke maatregelen en gemeentelijke administratieve sancties zal de stad haar rol als nachtwaker, suppoost en scheidsrechter in het openbare domein blijven spelen. Regels om openbare overlast te vermijden gelden voor iedereen.
395. Omdat het intrekken van vergunningen vaak zwaarder weegt dan boetes, wordt het bestaande vergunningenstelsel voor publiek toegankelijke instellingen na evaluatie mogelijk uitgebreid naar de horecasector.
396. De administratieve boetes zijn een krachtig instrument voor een lik-op-stukbeleid. Alle politieambtenaren en gemachtigde ambtenaren worden gestimuleerd om op deze manier overlast krachtdadig aan te pakken. Bij de daders mogen buitenlanders de dans niet langer ontspringen.

De verschillende nood- en interventieplannen van de stad worden verder gedigitaliseerd en geactualiseerd. Een betere afstemming tussen de verschillende hulp- en veiligheidsdiensten wordt verder uitgewerkt in de maandelijkse gemeentelijke veiligheidscel.
397. De maandelijkse gemeentelijke veiligheidscel zorgt voor een betere afstemming tussen de verschillende hulp- en veiligheidsdiensten.
398. Onder leiding van de rampenambtenaar van de stad zullen er regelmatig rampenscenario's met de verschillende hulpdiensten geoefend worden.

Antwerpen moet een mooie, veilige en leefbare stad zijn. Hoe we met elkaar omgaan, wordt niet alleen in wetten en reglementen vastgelegd. Er zijn ook veel ongeschreven regels waarmee we rekening moeten houden. Om dat sociale verkeer mee te regelen, investeert de stad ook in verschillende toezichthouders. Maar de veelheid aan stadspersoneel dat allemaal op één of andere manier met bijna hetzelfde bezig is, komt bij de bevolking verwarrend over. Antwerpen wil daar meer duidelijkheid in brengen. Het stadsbestuur wil met slechts twee soorten toezichtteams werken, die centraal worden aangestuurd.
399. De straatteams ontfermen zich over het openbare domein en melden vernield straatmeubilair, sluikstort, ze kijken toe op het park- of pleingebruik, spreken mensen aan op foutief parkeergedrag,…
400. Pandteams houden zich bezig met panden en percelen. Zij controleren bouwvergunningen, brandveiligheid, bewoonbaarheid, schatten het kadastrale inkomen,… Zo krijgt de Antwerpenaar geen tien verschillende ambtenaren over de vloer, maar is alles administratief getoetst na één bezoek.
401. Het resultaat van alle toezichtwerk wordt geïntegreerd in één rapporterings- en dossierbeheerssysteem. Er worden bovendien duidelijke processen uitgetekend zodat feedback en bijsturing mogelijk worden tussen de toezichtteams en betrokken bedrijfseenheden.

BRANDWEER

Het brandweerkorps van Antwerpen bevindt zich op een scharniermoment in zijn geschiedenis. Het Antwerpse korps begint de vruchten te plukken van het verbeterplan dat sinds 2000 in uitvoering is. De brandweer krijgt een nieuwe centrale kazerne. Bovendien is er in België een grondige hervorming van de civiele veiligheid op komst. Om voorbereid te zijn op deze hervorming en om de verbeteringen van de jongste jaren te consolideren en uit te diepen, stelt het stadsbestuur een aantal prioriteiten voorop.

Het stadsbestuur wil de organisatie van de bestuurlijke brandweerzorg voort verbeteren in overeenstemming met de bevindingen van de commissie Paulus en rekening houdend met de specifieke Antwerpse context en met de vereisten van een modern bedrijf.
402. Het stadsbestuur wil een gelijkwaardige brandweerzorg voor álle burgers in het Antwerps verzorgingsgebied. Om sneller te kunnen optreden, wil de stad een nieuwe voorpost openen in Wilrijk en de Polder.
403. Het bestuur wil dat er een privaatpublieke samenwerking (PPS) tussen de stad, het havenbedrijf en de privé-ondernemingen tot stand komt in de tweede grootste petrochemische cluster van de wereld. Door een maximale synergie wil Antwerpen in alle facetten van de hulpverlening (planning, preventie, voorbereiding, interventie en nazorg) en van de dienstverlening tot een optimale hulpverleningsorganisatie komen.
404. Het stadsbestuur wil een geïntegreerd stedelijk crisiscoördinatiecentrum in de nieuwe brandweerkazerne installeren.
405. Het stadsbestuur wil de samenwerking tussen de andere bedrijfseenheden en de brandweer vastleggen in afdwingbare dienstverleningsovereenkomsten. Die overeenkomsten moeten de brandweer op het vlak van de logistiek een kwalitatief hoogwaardige en tijdige service garanderen.

De brandweer heeft een belangrijke preventieve taak. Het stadsbestuur wil dat het brandpreventiebeleid klantgericht en efficiënt wordt georganiseerd. Het stadsbestuur wil extra aandacht voor de brandveiligheid van publiek toegankelijke plaatsen in de ruime zin van het woord. Daarom wil de stad investeren in een volwaardige brandpreventiedienst, waarop burgers en ondernemers kosteloos een beroep kunnen doen. Het bestuur wil dat het retributiereglement en de ambtelijke organisatie op deze ambitie worden afgestemd.
406. Antwerpen wil een volwaardige brandpreventiedienst opzetten waarop burgers en ondernemers kosteloos een beroep kunnen doen.

De brandweer is een belangrijke partner in het stedelijk ruimtelijk beleid. Het stadsbestuur wil dat brandveiligheid van in de planningsfase een onderdeel is van ruimtelijke uitvoeringsplannen (Rup's) en van de ontwikkeling van het openbare domein.
407. Het stadsbestuur wil dat brandveiligheid van in de planningsfase een onderdeel is van ruimtelijke uitvoeringsplannen en van de ontwikkeling van het openbare domein.

Antwerpen wil dringend maatregelen nemen tegen de vergrijzing van het brandweerkorps. De stad wil dat de brandweer een vooruitziend personeelsbeleid voert, dat rekening houdt met de maandenlange opleiding en de late inzetbaarheid van een aspirant brandweerman. Het stadsbestuur wil dat de brandweer bovenop de individuele bijsturing van het personeel (fysieke paraatheidtesten, alcoholbeleid, personeelswaardering, ...) meer werk maakt van de collectieve organisatieontwikkeling. Het bestuur wil dat de brandweer de personeelscoëfficiënt aanpast aan de huidige noden. Nu leiden bijscholingen tot veel overuren. Het stadsbestuur wil dat de brandweer haar personeel een jaarlijks basispakket vorming aanbiedt, binnen de reguliere dienstroosters.
408. Antwerpen wil dat de brandweer dringend maatregelen neemt tegen de vergrijzing van het korps. De stad wil dat de brandweer daarvoor een vooruitziend personeelsbeleid voert.
409. Het stadsbestuur wil dat de brandweer meer werk maakt van de collectieve organisatieontwikkeling.
410. Het bestuur wil dat de brandweer haar personeel een jaarlijks basispakket vorming aanbiedt, binnen de reguliere dienstroosters.

Het stadsbestuur wil de al ingezette modernisering van het wagenpark van de brandweer voortzetten, zoals vastgelegd in het nieuwe behoefteplan 2007-2012. Antwerpen wil dat de brandweer daarbij zoveel mogelijk met raam- en onderhoudscontracten werkt en een preventief onderhoudsbeleid voert.
411. Het stadsbestuur wil de al ingezette modernisering van het wagenpark van de brandweer voortzetten.

Een stad voor en door iedereen

DIVERSITEIT

Antwerpen is een stad, een gemeenschap met bijna een half miljoen inwoners die bestaat uit veel verschillende mensen en groepen, met uiteenlopende achtergrond (sociaal, cultureel, etnisch, filosofisch, levensbeschouwelijk, …). Maar het samenleven tussen al die groepen en individuen verloopt niet altijd gemakkelijk. Die diversiteit kan een troef zijn, die het bestuur wil uitspelen. Want ook wie daar anders over denkt, moet toegeven dat diversiteit in een stad met de internationale uitstraling van Antwerpen een realiteit is.
412. Het stadsbestuur verwacht dat alle Antwerpenaars hun deel van de verantwoordelijkheid opnemen. Gedeelde verantwoordelijkheid is een dubbelverhaal: een verhaal van kansen krijgen en die kansen ook grijpen.

Iedereen die hier op legale manier woont, is een Antwerpenaar. Alle Antwerpenaars maken samen de stad en moeten dus medeverantwoordelijkheid dragen voor de sociale, economische en culturele welvaart van deze stad. Onder Antwerpenaars hoeven we het absoluut niet over alles eens te zijn. Maar we moeten het wel eens zijn over een aantal waarden, normen, afspraken en regels die voor iedereen gelden. Het stadsbestuur staat voor een verdraagzame samenleving.
413. Om te kunnen samenleven, moeten we het in Antwerpen eens zijn over een aantal waarden, normen, afspraken en regels die voor iedereen gelden. De wet is gelijk voor iedereen en iedereen is gelijk voor de wet.
414. Het stadsbestuur vertrekt van een verdraagzame samenleving, met respect voor de verworvenheden van de Verlichting (vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en pluralisme) en de democratische rechtstaat. Antwerpen wil een stad zijn die geen racisme verdraagt en die staat voor gelijke rechten voor iedereen.

Antwerpen wil in dialoog met de andere overheden de aanwezigheid en instroom van mensen zonder papieren, mensen zonder verblijfsvergunning en niet aan Antwerpen toegewezen asielzoekers inperken.
415. Het stadsbestuur maakt een memorandum over aan de federale regering. Daarin vraagt de stad striktere maatregelen tegen gemeenten die de hen toegewezen asielzoekers niet op het eigen grondgebied opvangen. Het bestuur vraagt in zijn memorandum een humaan en effectief uitwijzingsbeleid, een planmatig immigratiebeleid en snellere procedures voor al dan niet erkenning als politiek vluchteling. Antwerpen vraagt ook om de volgmigratie te beperken, huwelijken met partners uit het vroegere moederland aan strengere voorwaarden te onderwerpen en de gevolgen van maatregelen in buurlanden sneller aan te pakken.
416. Het stadsbestuur wil bijkomende asielzoekers die aan andere gemeenten zijn toegewezen, niet langer inschrijven.

Kennis van het Nederlands is een cruciale voorwaarde om deel te nemen aan het sociale, culturele en economische leven in de stad. Antwerpen schrijft zich in in de logica en de uitvoering van het Vlaamse inburgeringdecreet. Het bestuur gaat ervan uit dat iedereen die legaal en duurzaam in Antwerpen verblijft, op zijn minst een basiskennis Nederlands heeft of verwerft. De stad heeft daartoe de voorbije jaren al grote inspanningen geleverd voor de nieuwkomers. De wachtlijsten zijn weggewerkt. Het Atlasgebouw is het centrum voor nieuw- en oudkomers in de stad. Ook voor de kennis van het Nederlands hanteert de stad het principe van de gedeelde verantwoordelijkheid. De stad wil iedereen de kans bieden om Nederlands te leren, en verwacht dat deze kans wordt gegrepen.
417. De stad garandeert dat iedereen die geen Nederlands kent en legaal en duurzaam in onze stad verblijft, een aangepaste taalcursus kan volgen. Daar staat tegenover dat aan mensen die geen Nederlands kennen en met de stadsdiensten in contact komen, wordt gevraagd om de taal te leren en te gebruiken. De stad schrijft zich in in de logica en de uitvoering van het Vlaamse inburgeringdecreet.
418. Mensen kunnen van een tolk gebruik maken om een beroep te doen op de stedelijke dienstverlening, maar slechts tijdelijk en met de uitdrukkelijke verbintenis dat ze Nederlands zullen leren. Interculturele bemiddelaars om misverstanden te voorkomen zullen wel nodig blijven.

Precies omdat het samenleven in een complexe stad niet eenvoudig is, wil het bestuur blijven investeren in sociale samenhang, gelijke kansen en actief burgerschap. Iedereen telt en iedereen heeft talenten.
419. Het bestuur wil met een kansenbeleid iedereen voort stimuleren om mee te bouwen aan een positieve toekomst voor zichzelf, de andere Antwerpenaars, de stad en de volgende generaties. Deze kansen moeten aan iedereen geboden worden, zonder onderscheid van geslacht, leeftijd, geaardheid, fysieke conditie of afkomst.
420. De stad wil binnen haar bevoegdheden (wonen, werken, onderwijs, gezondheid, jeugd, sport, …) garanderen dat de diverse groepen kansen krijgen om drempels weg te werken.

Tegenover deze kansen voor iedereen, staan de verantwoordelijkheden. Het bestuur wil dat iedereen zijn kansen benut.
421. Elke Antwerpenaar moet, binnen zijn mogelijkheden, inspanningen doen om de geboden kansen maximaal te benutten. De stad zal de verwachtingen ook telkens helder formuleren (actief werk zoeken, Nederlands leren, vorming volgen, eigen inkomen proberen te verwerven, kinderen naar de (kleuter-)school sturen, maatschappelijk engagement opnemen…).
422. Een specifiek doelgroepenbeleid kan nodig zijn, maar is slechts van tijdelijke aard. Het moet drempels wegwerken. Maar in het algemeen wil de stad werken aan de integratie van alle groepen en individuen in de maatschappij.

In de stad leven veel verschillende mensen samen op een kleine oppervlakte. Daarom moeten stedelingen sterk rekening houden met elkaar. De vrijheid van de ene stopt waar die van de andere begint. Het resultaat moet een stad zijn waar mensen respect hebben voor elkaar. Een stad waar mensen resoluut samen voor Antwerpen kiezen, omdat alle Antwerpenaars de stad met elkaar gemeen hebben.
423. De stad wil de kwaliteit van de relaties tussen mensen verbeteren door ontmoeting en dialoog te stimuleren, en door mensen te laten samenwerken aan gemeenschappelijke projecten in de buurt, de school, de club of de vereniging. De stad wil investeren in methodes van conflictvoorkoming en conflicthantering.

Het samenleven van alle Antwerpenaars bevorderen, is niet alleen een taak voor het stadsbestuur, maar zeker ook voor de talloze verenigingen en organisaties die op het terrein actief zijn. Deze organisaties kunnen meewerken aan de emancipatie en inburgering van (hun) doelgroepen. De stad nodigt deze verenigingen en organisaties daartoe uitdrukkelijk uit.
424. De stad wil samenwerken met de verschillende verenigingen en organisaties die op het terrein werken aan emancipatie en inburgering, en hun onderlinge samenwerking bevorderen. Stedelijke ondersteuning van deze verenigingen en organisaties wordt gekoppeld aan vooraf duidelijk afgesproken resultaten.

De stad erkent het belang van levensbeschouwing en religie voor veel van haar inwoners. Maar het bestuur wil die gemeenschappen niet herleiden tot hun godsdienst. In Antwerpen is er ruimte voor religieuze beleving. Het bestuur wil een permanente dialoog blijven aangaan met alle erkende levensbeschouwelijke stromingen in de stad. Dat gebeurt met respect voor het seculiere karakter van onze burgerlijke instellingen en de scheiding van religie en staat. Bovenop de contacten met de religieuze en filosofische leiders van deze gemeenschappen, wil de stad verder bouwen aan een netwerk van vertegenwoordigers van verschillende groepen. Zij kunnen zowel het aanspreekpunt zijn voor de stad als voor hun gemeenschap.
425. De stad wil haar netwerk met niet-levensbeschouwelijke vertegenwoordigers van de verschillende gemeenschappen versterken.
426. De stad wil de erkende levensbeschouwingen blijven ondersteunen.
427. Het bestuur wil de inplanting van religieuze huizen aan een vergunning onderwerpen.
428. Het bestuur wil blijven investeren in het interlevensbeschouwelijke project Cordoba.

De stad is samen met haar dochters de belangrijkste werkgever in Antwerpen. Zij vervult een voorbeeldfunctie, ook als werkgever. Het personeel van de stad moet een weerspiegeling zijn van de actieve bevolking van de stad.
429. De stad wil de komende zes jaar werk maken van een dynamisch en divers personeelsbeleid. Bedoeling is om Antwerpenaars die nog de nodige competenties missen of de weg niet vinden, klaar te stomen voor een baan bij de stad of elders.
430. Het bestuur wil de diversiteit van het personeel aanmoedigen. Bij de stad moeten veel mensen met veel verschillende persoonlijke visies kunnen werken. Maar de uiterlijke tekenen van die persoonlijke overtuiging kunnen niet worden getoond bij rechtstreeks klantencontact. Dan staan neutraliteit van de dienstverlening en respect voorop. Uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere overtuigingen worden bij rechtstreeks klantencontact niet gedragen. Niet alleen moet dat elke schijn van partijdigheid vermijden. Tevens moet dit het draagvlak voor een divers personeelsbeleid als afspiegeling van een diverse stad bij personeel en bevolking vergroten.

EREDIENSTEN

Het stadsbestuur wil een levensbeschouwelijk beleid voeren met aandacht voor de zes door het decreet Erediensten erkende geloofsgemeenschappen en hun plaats in de stad. Het bestuur wil met de erediensten de mogelijkheid onderzoeken om één of meer gebouwen te gebruiken voor meer dan één levensbeschouwing of religie.
431. Het stadsbestuur wil structureel overleg met de kerkfabrieken, bisdom en provincie over de invulling en mogelijke herbestemming van kerkgebouwen, bij voorkeur voor zoveel mogelijk Antwerpenaars.
432. De stad wil, in overleg met de provincie en de erediensten, zorgen voor een doordachte maatschappelijke invulling van het decreet. Concreet gaat het over de materiële organisatie en werking van erkende erediensten.
433. De stad wil de kerkfabrieken en andere erediensten helpen bij het opstellen van hun begroting en bij andere praktische beheerdaden.
434. Het bestuur wil de woonvergoeding voor bedienaars van erediensten optrekken, door (delen van) pastorieën marktconform te verhuren.
435. De stad wil met Cordoba het overleg met de verschillende levensbeschouwelijke gemeenschappen voortzetten en verbreden.
436. Het stadbestuur wil in een gebouw voorzien als stille ruimte voor plechtige gelegenheden.

SOCIAAL BELEID

De stad wil de sociale grondrechten op duurzame manier garanderen aan iedereen die gewoonlijk en met eerbiediging van de regelgeving op haar grondgebied verblijft. Voor sommigen (broze senioren, personen met een handicap,…) bieden deze grondrechten de kans om geïntegreerd te blijven. Voor anderen zijn ze een eerste opstap naar een volwaardige integratie, die zowel voor het individu als de samenleving noodzakelijk en zinvol is.

Het stadsbestuur kan en wil het sociale beleid niet alleen voeren. Antwerpen wil zijn sociaal beleid uitstippelen en uitvoeren in samenwerking met de honderden voorzieningen en organisaties die actief zijn op het terrein. De stad wil wel de regie voeren.
437. Het stadsbestuur wil alle andere actoren als volwaardige partners (social profit, non profit en burgerinitiatieven) betrekken in het besluitvormingsproces. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over het stedelijk sociaal beleid.
438. De uitvoering van de beleidsbeslissingen wil de stad toewijzen aan de organisatie die in prijs en kwaliteit de beste partner is. Gelijkwaardigheid en financiële transparantie staan voorop. Dat kan zowel een eigen dienst als een externe partner zijn (PPS, social profit, non profit, burgerinitiatieven, ..). De stad wil zelf aanwezig blijven in de non profit en de social profit om voeling te houden met de werking op het terrein en om monopolievorming tegen te gaan.

Het stedelijke sociale beleid richt zich specifiek tot de bewoners die zich onder de welzijnslat bevinden. Dat zijn de Antwerpenaars die geen kansen hebben om zonder hulp terug aan te sluiten en te integreren (personen zonder inkomen, verslaafden, ernstig zorgbehoevende senioren,…). De tweede prioritaire groep zijn zij die zich in de welzijnskloof bevinden. Dat zijn Antwerpenaars die een leven leiden waarvan de autonomie structureel of chronisch aangetast is en zonder hulp van buitenaf moeilijk aansluiting bij de samenleving vinden (zorgbehoevende senioren, thuislozen, personen met een handicap,…). De derde groep zijn Antwerpenaren die zelfstandig leven, maar het risico lopen hun autonomie plots te verliezen (senioren, mensen met lage inkomens,…).
439. Het stadsbestuur wil een sociaal beleid voeren dat vertrekt van kansen en verantwoordelijkheden. Antwerpenaars moeten de kans krijgen om te kunnen (blijven) deelnemen aan de samenleving, maar ze moeten deze kansen ook benutten, ieder volgens zijn mogelijkheden. Het bestuur garandeert elke klant stipte, kwaliteitsvolle, klantvriendelijke en neutrale dienstverlening. Niet de klant wordt doorverwezen maar het dossier - de klant wordt maximum één keer doorverwezen.

Antwerpen wil elke beleidsdaad toetsen aan de zeven sociale grondrechten en aan de belangen van kwetsbare groepen. Dat betekent dat de stad, bijvoorbeeld, een woonbeleid of sportbeleid voert voor iedereen, en dus met inbegrip van de kwetsbare groepen en kwetsbare Antwerpenaars.
440. Elke Antwerpenaar heeft recht op een zinvolle activiteit en een waardig inkomen.
" Het stadsbestuur wil de capaciteiten maximaliseren van al wie uit de boot is gevallen of er dreigt uit te vallen. Met het oog op de verhoging van zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke integratie wenst de stad samen met de klant een traject uit te tekenen naar een zinvolle activiteit. Dit traject kan de vorm aannemen van onderwijs, vorming, opleiding, werkervaring of werk.
" Het stadsbestuur vindt dat iedereen recht heeft op activering en de plicht om daarop in te gaan. Daarom wil de stad het activeringsbeleid uitbreiden tot sociale activering, arbeidszorg en vrijwilligerswerk. Voor sommigen is dit de noodzakelijke tussenstap naar werkervaring, voor anderen een eindpunt van activering. Het beleid vertrekt van de idee van kansen geven en kansen grijpen en wil extra middelen of steun verstrekken in ruil voor extra inzet of inspanningen.
441. Elke Antwerpenaar heeft recht op een betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke woning. De stad wil iedereen een dak boven het hoofd garanderen. Maar wonen, gaat om meer dan stenen. Zelfstandig wonen is de norm, ook voor personen met een handicap en voor broze senioren.
" De stad streeft ernaar om in de volgende bestuursperiode 2.000 extra serviceflats in Antwerpen te realiseren. Daarvoor wil het bestuur verschillende formules hanteren (eigendom, obligaties, huren,…).De stad wil hiervoor met diverse partners samenwerken (OCMW, fondsenbeheerders, projectontwikkelaars, woonmaatschappijen, woonzorgcentra,…).
" Om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, wil het stadsbestuur het aanbod aan thuishulp (van was tot warme maaltijden, van personenalarm tot boodschappendienst, van strijk tot mobiliteit, ...) diversifiëren en laten meegroeien met de vergrijzingindex.
" Voor mensen die toch niet zelfstandig kunnen wonen, wil Antwerpen het aanbod aan zorgcentra uitbreiden en vernieuwen. Het bestuur streeft naar een rusthuis op mensenmaat per wijk, met eengezinskamers en met voorzieningen voor kort-, nacht- en dagopvang. De stad wil dat aanbod met alle actoren ontwikkelen. Antwerpen wil de woonzorgcentra (rusthuizen en thuishulp) van het OCMW moderniseren, reorganiseren en verzelfstandigen.
" De stad wil het aanbod ambulante woonbegeleiding uitbreiden.
" Het stadsbestuur wil het aanbod voor opvang van dak- en thuislozen optimaliseren.
442. Elke Antwerpenaar heeft recht op gezondheidszorg. Antwerpen wil kwaliteitsvolle, betaalbare, toegankelijke preventieve en curatieve gezondheidszorg op maat garanderen. Voor zorg en thuisverpleging wil het bestuur het aanbod de vraag laten volgen.
443. Elke Antwerpenaar heeft recht op middelen om menswaardig te leven. De stad wil dat elke Antwerpenaar de middelen - niet alleen financieel - heeft om menswaardig te leven.
444. Elke Antwerpenaar heeft recht op recht. Het stadsbestuur wil bijdragen aan de bescherming, de vrijwaring en de afdwingbaarheid van de rechten van kwetsbare personen. Antwerpen wil daarbij extra aandacht besteden aan schuldbemiddeling en rechtsbijstand.
445. Elke Antwerpenaar heeft recht op vrijetijdsbeleving. Het bestuur wil alle Antwerpenaars het recht garanderen om deel te nemen aan het maatschappelijke en culturele leven of om aan sportbeoefening te doen. De stad wil in het bijzonder de kansengroepen tot actieve deelname aanzetten.
446. Elke Antwerpenaar heeft recht op ruimte voor ontmoeting. Het stadsbestuur garandeert iedereen in zijn wijk de mogelijkheden om activiteiten, burgerinitiatieven en feesten te ontwikkelen en te organiseren. De stad wil in elke wijk basisinfrastructuur ter beschikking stellen.

In haar streven om de grondrechten van alle Antwerpenaars te garanderen, wil de stad speciaal oog hebben voor diversiteit en vergrijzing. Voor vergrijzing is het beleidsplan "Ouderen van tel" daarbij de leidraad. Dat plan is in april 2006 ondertekend door stad, OCMW, de districten, de ouderen zelf en alle actoren op het terrein van wonen, welzijn, gezondheid en vrijetijd.
447. De stad wil in haar streven om de grondrechten te garanderen, oog hebben voor de diversiteit. Dat betekent dat de stad telkens de vraag stelt of iedereen ongeacht zijn geslacht, afkomst, fysieke conditie, seksuele geaardheid of leeftijd kan participeren.
448. De stad wil bij elke belangrijke beleidsbeslissing oog hebben voor de vergrijzing. De bedoeling is dat ouderen kunnen blijven participeren aan de samenleving.
449. De stad wil het vrijetijd- en zorgaanbod voor ouderen laten meegroeien met de vergrijzingindex. Dat aanbod op peil houden vraagt veel 'mankracht'. Dit is een opportuniteit voor de werkgelegenheid van vele laaggeschoolden. Aangezien werkloosheid vaak een kleur heeft, kan de vergrijzing onrechtstreeks een belangrijke rol spelen om van de actieve beroepsbevolking die werk heeft, een betere weerspiegeling van de samenleving te maken.

PERSONEN MET EEN HANDICAP

Het stadsbestuur wil dat het publieke domein en de publieke infrastructuur toegankelijk zijn voor iedereen. Straten en pleinen die gebruiksvriendelijk zijn voor rolstoelgebruikers zijn dat ook voor kinderen, broze senioren en personen met een beperkte mobiliteit.
450. Het stadsbestuur wil dat het stedelijke patrimonium toegankelijk is voor iedereen.
451. Het bestuur wil het advies van het Centrum Toegankelijkheid Provincie Antwerpen opnemen in stedenbouwkundige vergunningen voor gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek.
452. Om het voor mensen met een handicap comfortabel te maken, wil Antwerpen extra aandacht besteden aan aangepaste stoepranden, tactiele tegels op de grote assen en toegankelijke toiletten.
453. Het bestuur wil dat aanvragen voor gehandicaptenparkeerplaatsen tijdig worden behandeld. Bij toekenning van gehandicaptenparkeerplaatsen moet de uitvoering ervan binnen een aanvaardbaar tijdsbestek gebeuren.

De stad wil de informatieverstrekking en dienstverlening aan personen met een handicap uitbreiden en optimaliseren. Het bestuur wil dat doen in nauw overleg met de stedelijke adviesraad.
454. Het bestuur wil de bestaande subsidiereglementen verder verfijnen.
455. Het stadsbestuur wil personen met een handicap meer kansen bieden op werk bij de stad.
456. Antwerpen wil dat zijn patrimonium en dat van zijn dochters screenen op toegankelijkheid voor personen met een handicap
457. Grote evenementen (Zomer van Antwerpen, …) moeten meer aandacht besteden aan personen met een handicap, onder meer door te voorzien in aangepast sanitair.
458. De musea moeten zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor personen met een handicap.
459. De stad wil in het breedtesportbeleid blijvend aandacht besteden aan sportbeleving van personen met een handicap.
460. Antwerpen wil dat mensen met een handicap meer mogelijkheden hebben om zich comfortabel in de stad te verplaatsen.
461. Het stadsbestuur wil de openbare bibliotheken en de stadswinkel uitrusten met braillecomputers.

WIJKOVERLEG EN MARKETING EN COMMUNICATIE

Antwerpen wil een permanente dialoog blijven aangaan met de bewoners. Voor stad en districten blijft het stedelijke wijkoverleg hét kanaal voor georganiseerde contacten tussen bestuur en bewoners. De stad beschouwt verenigingen en buurt- en wijkorganisaties als belangrijke aanspreekpunten. In het wijkoverleg verstrekt het bestuur informatie over concrete projecten in buurt en wijk en worden de bewoners en de verenigingen geconsulteerd. Op stadsniveau blijft "De staat van de stad" behouden.
462. Voor het bestuur blijft het stedelijke wijkoverleg het kanaal voor communicatie en overleg tussen stad en district aan de ene, en bewoners aan de andere kant.
463. Het verenigingsleven, de wijkorganisaties en de bewonersgroepen zijn de eerste aanspreekpunten van stad en districten in de wijk.
464. Het stedelijke wijkoverleg verstrekt informatie en vraagt tijdig advies over concrete projecten in buurt en wijk.
465. Het stedelijke wijkoverleg blijft een onderdeel van Districts- en Loketwerking maar leunt voor zijn kernopdracht nauw aan bij Marketing en Communicatie.
466. Antwerpen wil "De staat van de stad" behouden als jaarlijkse ontmoeting tussen beleid en het brede middenveld.

Ten einde de hinder bij grote projecten voor bewoners, handelaars en bezoekers tot een minimum te beperken, wil het stadsbestuur aannemers van werken verplichten om samen met het stedelijke wijkoverleg een communicatieplanning op te zetten.
467. Antwerpen wil standaard een overlegparagraaf inschrijven in de bestekken voor grote stadsprojecten en zware ingrepen in het openbare domein. Die paragraaf verplicht aannemerijen om samen met het stedelijke wijkoverleg een planning op te stellen om regelmatig te overleggen met in de eerste plaats bewoners en handelaars.
468. De stad wil een cel "communicatie stadsontwikkeling" opzetten om in overleg met het stedelijke wijkoverleg de informatie van de werken op haar grondgebied te coördineren. Deze cel is het aanspreekpunt voor bedrijven die werken plannen in Antwerpen.

Antwerpen wil de "één merkstrategie" met de stralende A behouden en waar nodig beter toepassen in onder meer districten, scholen, musea, toerisme en regie-vzw's. De stad wil de communicatiekanalen van de stad laagdrempelig maken en in alle contacten een helder taalgebruik hanteren. De stad wil een structureel sponsorbeleid uitwerken. Antwerpen wil opnieuw een voltijdse informatieambtenaar.
469. Het bestuur wil de "één merkstrategie" behouden en nog beter laten toepassen in de verschillende geledingen van de stad en haar dochters. Daarover worden protocolafspraken gemaakt.
470. Het stadsbestuur wil in zijn communicatie een heldere taal gebruiken. Zowel standaardbrieven als specifieke communicatie wil Antwerpen bij de doelgroepen aftoetsen.
471. Het bestuur wil Den Antwerpenaar in gedrukte versie meer wervend en laagdrempelig maken. De redactie is verantwoordelijk voor de opname in woord en beeld van politici in het blad.
472. Met Den Antwerpenaar op ATV wil het bestuur voort evolueren in de richting van bedrijfsfilmpjes over de stad.
473. Antwerpen wil zijn website nog klantvriendelijker maken, ook met oog op de elektronische dienstverlening. Met hetzelfde doel blijft de stad de ontwikkeling van de interactieve televisie volgen.
474. Om de door de stad gebruikte communicatiemedia te evalueren, wil het bestuur een cel marktonderzoek opstarten.
475. Antwerpen wil werk maken van een structureel sponsorbeleid. Met vaste partners voor stedelijke evenementen over de bedrijfseenheden heen en met specifieke sponsors voor specifieke acties.
476. Het stadsbestuur wil opnieuw een voltijdse stedelijke informatieambtenaar aanstellen.

OMBUDSVROUW

De ombudsvrouw moet snel op de bal kunnen spelen. Dat kan door het ambtelijke en politieke draagvlak voor deze belangrijke functie te verbreden en door duidelijke afspraken te maken tussen de ombudsvrouw aan de ene en de gemeenteraad en het schepencollege en aan de andere kant. Het stadsbestuur wil dat de ombudsvrouw ook bevoegd wordt voor de dochters van de stad. De stad wil de ombudsvrouw en haar dienst in een laagdrempelige locatie huisvesten.
477. Het bestuur wil duidelijke afspraken tussen de ombudsvrouw en de gemeenteraad over een snelle terugkoppeling.
478. De stad wil duidelijke afspraken tussen de ombudsvrouw en het schepencollege.
479. Het stadsbestuur wil duidelijke afspraken tussen de ombudsvrouw en de districtsraden.
480. De stad wil dat de ombudsvrouw een autonoom personeelbeleid voert en goede afspraken maakt met stad, politie en OCMW over een evenwichtige verhouding in de detachering van personeelsleden.
481. Antwerpen wil dat de ombudsvrouw ook bevoegd is voor de dochters van de stad (intercommunales, opdrachthoudende bedrijven, sociale huisvestingmaatschappijen, …) die geen ombudsman/ombudsvrouw hebben en een goed contact opbouwen met de ombudsman/ombudsvrouw van andere dochters.
482. Het bestuur wil dat de ombudsvrouw over een eigen communicatiebudget beschikt en zich inschrijft in de stedelijke huisstijl.
483. Antwerpen wil dat de ombudsvrouw bereikbaar is in een laagdrempelige locatie, bij voorkeur samen met het klantenmanagement van de stad, de politie en andere organisaties.

SAMENLEVINGSOPBOUW

Het stadsbestuur verwacht dat de Antwerpenaars hun verantwoordelijkheid opnemen voor het samenleven in de stad. Het bestuur is overtuigd van de meerwaarde van een opbouwend partnerschap met zijn bewoners en hun netwerken. De stad wil daarom het actief burgerschap aanmoedigen en ondersteunen. Antwerpen wil de bewoners daarvoor de nodige middelen ter beschikking stellen.
484. Antwerpen wil via de dienst wijkwerking een gecoördineerd lokaal beleid blijven voeren om de sociale cohesie te bevorderen.
485. In de stadsontwikkelingsgebieden blijft het bestuur wervende programma's inzetten om de complexe processen van stedelijke planning met informatieve en sociaal-culturele activiteiten voor de wijk, tastbaar te maken voor de bewoners.
486. Antwerpen blijft met Opsinjoren het vrijwillige engagement van de Antwerpenaars voor het samenleven in de stad stimuleren en ondersteunen.
487. De stad wil de gemeenschapsvorming bevorderen door de ondersteuning van sociaal-culturele verenigingen die activiteiten organiseren met andere netwerken en bevolkingsgroepen.
488. Het stadsbestuur wil dat het buurttoezicht verschillende opdrachten combineert. De in hoofdzaak sociaalpreventieve opdracht moet voorkomen dat er achteraf curatief moet worden opgetreden. Maar het buurttoezicht moet ook een efficiënte partner zijn in het toezichtnetwerk en moet ook een rol spelen in conflicthantering en conflictbeheersing en in de handhaving van regels.
489. De stad wil ervoor zorgen dat de pleinen terug de plaats worden waar iedereen zich thuis voelt en waar kinderen en jongeren hun ding kunnen doen zonder overlast te bezorgen aan de andere bewoners. De stad wil daarom voort investeren in de inzet van pleinanimators.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Een stad als Antwerpen bestaat niet op zich. Zij maakt deel uit van een mondiale samenleving. Antwerpen wil een voorbeeldfunctie vervullen op het vlak van solidariteit met het Zuiden en van maatschappelijk verantwoord bestuur.
490. Het stadsbestuur wil zich blijven inzetten voor de titel van "Fair Trade" gemeente.
491. Bij aankopen en aanbestedingen wil Antwerpen dat duurzaamheid de norm is (hout met label duurzaamheid, eerlijke handel, respect arbeidsrechten, schone kleren…)

De stad wil de Antwerpse bevolking bewustmaken van de problematiek van de Derde Wereld. Dat gebeurt in nauw overleg met de organisaties die met deze problematiek bezig zijn en met de Antwerpse raad voor ontwikkelingssamenwerking (Arosa).
492. De stad wil de bevolking bewustmaken voor ontwikkelingssamenwerking, samen met de organisaties die bezig zijn met de problematiek van de Derde Wereld en met de Antwerpse raad voor ontwikkelingssamenwerking.
493. De stad wil verenigingen ondersteunen die de bevolking bewustmaken van de problematiek van de Derde Wereld. Het bestuur wil de bestaande subsidiereglementen evalueren.
494. De stad wil de activiteiten voor de Derde Wereld sterker bundelen. Het bestuur wil dat doen in samenwerking met de gespecialiseerde organisaties en met districten, scholen, dienstencentra, culturele centra, bibliotheken, verenigingen,…

De stad wil meer financiële middelen vrijmaken voor de Derde Wereld en de besteding van die middelen extern laten evalueren. Voor het bestuur zijn 11.11.11, het Instituut voor tropische geneeskunde en de Associatie van universiteit en hogescholen belangrijke partners in het stedelijke beleid ontwikkelingssamenwerking.
495. Het stadsbestuur wil voorzien in een jaarlijkse groei van tien procent van de financiële middelen die naar de Derde Wereld (en bewustmaking daarvoor) gaan.
496. Antwerpen wil de stedelijke middelen voor ontwikkelingssamenwerking maximaal in en voor het Zuiden inzetten, in overleg met 11.11.11, het Instituut voor tropische geneeskunde en de Associatie van universiteit en hogescholen.
497. De stad wil de Stedenband snel evalueren en in afwachting daarvan bevriezen.
498. De stad wil voor de evaluatie van het stedelijke ontwikkelingsbeleid nauw samenwerken met 11.11.11, de Associatie van universiteit en hogescholen.
499. Het stadsbestuur wil onderzoeken of een deel van de stedelijke middelen voor ontwikkelingssamenwerking kunnen worden gebruikt in landen waarvan er een grote gemeenschap in Antwerpen woont.
500. Antwerpen wil het fonds voor noodhulp behouden.

DIERENWELZIJN

Antwerpen wil een diervriendelijke stad zijn. Daartoe zijn er de voorbije jaren al enkele stappen gezet (verbod wilde dieren in circussen, opvang zwerfkatten, Stadsbeest, diervriendelijke aanpak duivenpopulatie,…). Het stadsbestuur wil de komende zes jaar komen een samenhangend beleid op het gebied van het dierenwelzijn voeren, in samenwerking met de verenigingen en organisaties op het terrein.
501. Het stadsbestuur wil een adviesraad dierenwelzijn oprichten met Antwerpse dierenorganisaties (Socio, CAD, …), betrokken belangenverenigingen, ambtenaren en beleid.
502. De stad wil een betere coördinatie van de stadsdiensten die met dierenwelzijn bezig zijn. Er komt ook een aanspreekpunt bij de politie. Een aandachtspunt is of huisdieren in omstandigheden worden gehouden die overeenstemmen met de wet op het dierenwelzijn.
503. Het stadsbestuur wil een spreidingsplan voor loopzones voor honden. Het project Stadsbeest wordt voortgezet en de stad wil onderzoeken hoe mensen huisdieren kunnen houden in een rust- en verzorgingstehuis, een serviceflat of een sociale woning.
504. De stad wil zwerfkatten blijven vangen, steriliseren, castreren en terugzetten. De samenwerkingsakkoorden worden geëvalueerd.
505. Het bestuur wil de duivenpopulatie diervriendelijk onder controle houden en hetzelfde onderzoeken voor andere vogel- en dierenbestanden.
506. De stad wil de richtlijnen voor circussen op het grondgebied verfijnen.
507. De stad wil een meerjarenplan voor het offerfeest uitwerken met aandacht voor het vervoer en het professioneel slachten van de dieren. De stad wil in overleg met de moslimgemeenschappen ook de geldstorting aanmoedigen als een alternatief voor de rituele slachting.

Een goed georganiseerde en bestuurde stad

DECENTRALISATIE

In het bestuur van de stad zijn de districten belangrijke partners. Dit komt tot uiting in het hele bestuursakkoord. De stad wil de samenwerking met de districten nog verbeteren. De bevoegdheden worden meer coherent gemaakt. Er komen mogelijk overeenkomsten over stedelijke infrastructuur die het district kan beheren. De districten worden nauwer betrokken bij de wijkwerking van de stad en bij het preventieluik van het veiligheidsbeleid.
508. De stad wil, waar onduidelijkheid bestaat, in bilateraal overleg per beleidsdomein met de districten in het eerste jaar van de bestuursperiode klaar aflijnen wat tot welk bevoegdheidsniveau behoort.
509. Het bestuur wil het bestaande overleg tussen stad en districten evalueren. Het wil een structureel overleg tussen OCMW en districten organiseren. Het OCMW zal advies vragen aan de districten over belangrijke beslissingen voor de districten.
510. Het stadsbestuur wil dat de stedelijke diensten de uitvoering van de bestuursakkoorden van de districten even ernstig opvolgen als het stedelijke bestuursakkoord. Daartoe zal de uitvoering van die akkoorden worden geïntegreerd in het proces van de prioritaire doelstellingen.
511. Het stadsbestuur wil met de districten een beheersovereenkomst afsluiten over de stedelijke infrastructuur die de districten kunnen beheren.
512. De stad wil met het district Antwerpen een overleg starten over dat deel van de binnenstad dat bovenlokaal is.
513. Voor districten die met wijkbudgetten wensen te werken, zal de stad in het reglementaire kader voorzien.

De stad wil de dotaties van de districten proportioneel met de stadsbegroting laten stijgen. Er komt een districtsontwikkelingsfonds voor werken aan straten en pleinen.
514. De stad wil de criteria voor de verdeling van de middelen over de districten behouden.
515. Het stadsbestuur wil dat de dotaties van de districten de groei van de stadsbegroting volgen.
516. Het stadsbestuur wil een districtsontwikkelingsfonds voor werken stichten. Districten die projecten ontwikkelen die passen in het stedelijke beleid (fietspaden, zwarte punten verkeersveiligheid,…) kunnen in cofinanciering een beroep doen op dat fonds. Het fonds wordt mee gestijfd met een percentage van de verkoop of ontwikkeling van stedelijk eigendom.

BESTUURLIJKE ORGANISATIE EN ADMINISTRATIEVE VEREENVOUDIGING

Antwerpen beschikt over bekwaam en gemotiveerd personeel. Het stadsbestuur gaat er van uit dat alle personeelsleden één ambitie delen: de meest kwaliteitsvolle dienstverlening leveren aan de bewoners, bezoekers en bedrijven. Precies met het oog op de dienstverlening wil de stad de diensten blijven evalueren en hervormen. Antwerpen wil dat het personeel van de stad en haar dochters een weerspiegeling is van de diversiteit in de stad.
517. Het stadsbestuur wil de organisatie van de stadsdiensten blijven evalueren en hervormen vanuit het oogpunt van de dienstverlening. De stad wil de meest kwaliteitsvolle dienstverlening leveren aan haar brede waaier van diverse klanten, door een dienstverlening
" die gelijke behandeling combineert met maatwerk;
" die voor onze klanten gemakkelijk is naar plaats en tijd;
" die maximaal wordt afgerond met unieke en efficiënte contactmomenten;
" die aangeboden wordt via alle kanalen die onze klanten verkiezen.
518. Antwerpen wil dat het personeel van de stad en haar dochters een weerspiegeling is van de diversiteit in de stad. De stad wil haar voorbeeldrol als maatschappelijk verantwoord werkgever opnemen door de uitvoering van de terzake goedgekeurde nota "Maatschappelijk Verantwoord Antwerpen". De stad wil deze personeelsdiversiteit doorlopend monitoren en er jaarlijks verslag over uitbrengen aan de gemeenteraad.
519. De districtshuizen en stadskantoren vormen samen met de sociale centra en dienstencentra van het OCMW (de laatste twee vooral voor bepaalde doelgroepen) de fysieke adressen waar de burger terecht kan. Andere bestaande fysieke loketten (zoals de Woonwijzer) worden daar zoveel mogelijk in ondergebracht. Het aantal loketuren in deze districtshuizen en stadskantoren kan zo toenemen. Tegelijkertijd worden voldoende grote klantengroepen gestimuleerd om tijdens de daluren de loketten te bezoeken om zo een betere spreiding te krijgen.
520. Het bestuur wil de afhandeling van diensten via digitaal loket en telefonisch loket uitbreiden.
521. Voor de bedrijven wordt het bedrijvenloket het enige loket (fysiek, telefonisch en digitaal).
522. Om de verschillende doelgroepen te bereiken en voor het comfort van de klant wil het bestuur waar zinvol ook samenwerken met externe partners zoals De Post.
523. Voor het stadsbestuur is integriteit - net als diversiteit - een essentiële voorwaarde voor een kwaliteitsvolle dienstverlening aan alle bewoners, bezoekers en bedrijven. Antwerpen wil daarom de werking van het bureau voor integriteit uitbreiden met onder meer bewustmakings- en vormingsinitiatieven voor het personeel en met een interactieve website over de toepassing van de gedragscode.
524. Om sneller te reageren op gegronde klachten, wil het stadsbestuur nauwer samenwerken met de ombudsvrouw.

Het bestuur wil dat het bestuursakkoord voor alle stadsdiensten een leidraad is voor kwaliteitsvolle dienstverlening. De eerste opdracht van de leidinggevenden van de stadsdiensten is dan ook er voor te zorgen dat de mensen en middelen optimaal worden ingezet ter realisatie van dit bestuursakkoord.
525. Het bestuur wil dat via de ingevoerde strategische coördinatie het bestuursakkoord wordt omgezet in duidelijke doelstellingen en verantwoordelijkheden van de stad en haar dochters om gecoördineerd en gericht samen te werken aan de realisatie van het bestuursakkoord. Het bestuursakkoord vormt zo de leidraad voor alle personeelsleden.
526. Het bestuur wil dat de ingevoerde project- en procesmatige werking (strategische cyclus, operationele plannen, rapportering, procesmodellering,…) de basis vormt voor een doelmatige en geïntegreerde inzet van de mensen en middelen in functie van het bestuursakkoord (personeel, informatie- en communicatietechnologie, gebouwen, voertuigen, materiaal, fondsen en toelagen).
527. De ingevoerde managementinstrumenten bieden de leidinggevenden op alle niveaus in de stad een duidelijk kader, duidelijke spelregels en houvast om decentrale beslissingen te kunnen onderbouwen en nemen, die sporen met het bestuursakkoord. Antwerpen wil speciale aandacht besteden aan de motivering en betrokkenheid van deze leidinggevenden ("het middenkader") en wil bijzondere aandacht besteden aan een interne communicatie, die aansluit bij de globale communicatiestrategie van de stad.
528. Het bestuur wil dat de ondersteunende bedrijfseenheden Personeelsmanagement, Patrimoniumonderhoud, Financiën en Marketing & Communicatie evenals Digipolis de ingevoerde proces- en projectmatige aanpak gebruiken om binnen hun domein het kader, de spelregels en de rapportering voort uit te werken zodat de leidinggevenden gedeconcentreerde beslissingen kunnen nemen, in overeenstemming met de realisatie van het bestuursakkoord. In dit opzicht hervormen de ondersteunende bedrijfseenheden zich voort tot kennis- en competentiecentra. Omgevings-, beleids- en managementinformatie wordt daartoe ook voort ontwikkeld en gebundeld om leidinggevenden te voorzien van de relevante rapporteringen.

Het bestuur verwacht dat elke medewerker elke dag de meest kwaliteitsvolle dienstverlening nastreeft. Antwerpen wil voortdurend werken aan een organisatie die de medewerkers hierbij steunt en stimuleert.
529. Antwerpen wil dat de bedrijfseenheid Personeelsmanagement een personeelsbeleid uittekent dat competentiemanagement centraal stelt. De stad wil vanuit competenties haar medewerkers meer kansen bieden om hun loopbaan binnen de stad gericht in handen te nemen met transparante carrièrepaden, opleidingscurricula, doelmatiger selectie en werving,…
530. Het bestuur wil dat het uitgewerkte personeelsbeleid tegelijkertijd de andere bedrijfseenheden toelaat zelf meer beslissingen te nemen en uit te voeren binnen het vooropgezette kader en instrumentarium.
531. Antwerpen wil kritisch zijn over bestaande regels betreffende het personeelsbeleid en niet meer extra regels opleggen dan de hogere bestuursniveaus vragen. Voor de autonome gemeentebedrijven wil het stadsbestuur Vlaanderen vragen ook toe te laten een autonomer personeelsbeleid te voeren.
532. Het stadsbestuur wil mensen die extra presteren met resultaatsvergoedingen belonen. Met het oog op de rechtlijnigheid en de duidelijkheid tegenover al haar gemotiveerde medewerkers wil de stad ook
" het contractuele personeel evenwaardiger vergoeden dan vandaag en hierbij de verhouding tussen het aantal contractuele en het aantal statutaire personeelsleden laten evolueren naar het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten;
" ziekteverzuim blijven bestrijden, overuren permanent monitoren, niet-wettelijk vereiste dienstvrijstellingen afschaffen, afscheid nemen van personeel dat niet presteert en van medewerkers die niet meer kunnen worden ingeschakeld;
" een samenhangend tuchtbeleid voeren, waarbij de aanstellingsbevoegdheid en dus ook de tuchtbevoegdheid van het college naar de stadssecretaris wordt overgedragen.

Antwerpen wil de huidige personeelsenveloppe geïndexeerd plafonneren, maar door een reeks maatregelen meer rendement halen uit deze enveloppe.
533. De stad wil voor haar medewerkers dienstroosters en arbeidsregimes opstellen die vertrekken vanuit de noden van de dienstverlening. Het bestuur wil op die manier ook onnodige en duurdere overuren verminderen. Dit biedt de betrokken medewerkers meer evenwicht tussen werktijd en privéleven en laat de stad toe om met het uitgespaarde geld meer mensen in dienst te nemen, waar dat gerechtvaardigd is en in overeenstemming met de realisatie van het bestuursakkoord.
534. Het stadsbestuur wil deze arbeidstijdregeling en vakantieregeling samen met de vakbonden bespreken en uitwerken.

Antwerpen wil met minder regels en reglementen de stedelijke dienstverlening verbeteren. Dat is goed voor de klanten én voor het personeel van de stad en haar dochters.
535. Antwerpen wil minder ambtelijke regels voor een betere dienstverlening.
536. Het stadsbestuur wil minder en eenvormige en transparante retributiereglementen en tarieven voor stedelijke infrastructuur.
537. De stad wil de regelgeving leesbaar en hanteerbaar maken voor klanten en ambtenaren.
538. Waar het kan wil de stad diensten verzelfstandigen, maar de mogelijke oprichting van een autonoom bedrijf mag het efficiënt maken van stadsdiensten niet in de weg staan.
539. In geval van flagrant slechte dienstverlening wil het bestuur de gedupeerde klant compenseren.
540. Antwerpen wil een intern meldpunt "Kafka" installeren, zodat alle personeelsleden de dienstverlening kunnen helpen verbeteren.
541. Het stadsbestuur wil dat de stadssecretaris en de strategische coördinator jaarlijks verslag uitbrengen over de administratieve vereenvoudiging.

Met minder papier en meer elektronica wil Antwerpen de politieke besluitvorming van gemeenteraad en schepencollege kwaliteitsvoller en efficiënter maken.
542. Het stadsbestuur wil het papierverbruik in de politieke besluitvorming terugdringen door de introductie van elektronische besluitvorming waar mogelijk.
543. De stad wil samen met de districten, autonome gemeentebedrijven en verzelfstandigde entiteiten systematisch toetsen of de besluitvorming strookt met de stedelijke beleidsdoelstellingen en of er geen sprake is van machtsoverschrijding of machtsafwending.
544. Antwerpen wil de dagordepunten voor schepencollege en gemeenteraad nog korter en leesbaarder formuleren.
545. Antwerpen wil een digitaal systeem opzetten om de stand van de beleidsuitvoering op te volgen.

FINANCIËN

Antwerpen wil het voorzichtige en realistische financiële beleid voortzetten waarmee de stad de voorbije zes jaar een structureel evenwicht heeft bereikt in de begroting en in de meerjarenplannen. Zo'n beleid zorgt voor positieve rekeningresultaten. Dat geld wil de stad in eerste instantie gebruiken om de in de meerjarenplanning verwachte begrotingstekorten van 2015 af tot 2018 weg te werken. Op die manier wil Antwerpen vermijden dat in de toekomst nieuwe sanerings- en besparingsoperaties noodzakelijk zouden zijn en dat de dienstverlening moet worden teruggeschroefd. Van 2019 af is de historische stadsschuld volledig afgelost. In 2023 zijn ook de schulden van de ziekenhuizen van het OCMW afbetaald.
546. Het stadsbestuur wil dat de snelheid van uitvoering van dit bestuursakkoord spoort met de beschikbaarheid van de middelen.
547. Antwerpen wil ook de komende zes jaar een voorzichtig en realistisch financieel beleid voeren, dat leidt tot positieve rekeningresultaten. Dat geld wil de stad in eerste instantie gebruiken om de in de meerjarenplanning verwachte begrotingstekorten van 2015 af tot 2018 weg te werken.
548. Het bestuur maakt per beleidsdomein budgettaire afspraken voor de periode 2007-2012, ook voor de politie en het OCMW, die elk begrotingsjaar worden geëvalueerd en eventueel aangepast.
549. Bij elk voorstel van beslissing worden alle financiële gevolgen op korte en lange termijn duidelijk in beeld gebracht - niet alleen de investeringskosten maar ook de weerkerende exploitatiekosten.
Voor het bestuur is een financieel gezonde stad een prioriteit. Daarom zijn een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van het management ten aanzien van de stadsfinanciën een noodzaak.
550. Het bestuur wil dat de stedelijke organisatie, zonder haar doelstellingen uit het oog te verliezen, doorlopend oog heeft voor efficiëntie en effectiviteit zodat ze meer kan realiseren voor de Antwerpenaar. Elke bedrijfseenheid is zelf verantwoordelijk voor het zuinig omspringen met de toebedeelde middelen en voor het zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten van dat geld voor de realisatie van de prioritaire doelstellingen van de stad. Daartoe wil de stad onder meer de functie van de financiële verantwoordelijke in de bedrijfseenheden opwaarderen.
551. Het stadsbestuur wil ook in het financiële beleid eenvoudige procedures en controles. Het Beleids- en management informatiesysteem (BMI) dat van 2006 af geleidelijk wordt ingevoerd voor de financiële opvolging van de begroting, is een opstap naar een analytische boekhouding in de stadsdiensten.
552. De stad wil voortgaan met de inspectie financiën en de interne audit als instrumenten voor behoorlijk bestuur. Het bestuur wil hun werkingsgebied, waar zinvol, uitbreiden naar de dochters van de stad.
Het stadsbestuur wil de komende bestuursperiode de belastingen niet verhogen. Het bestuur wil wel elders bijkomende inkomsten vinden. Daarom wil het bestuur snel een studieopdracht geven om de globale financiële situatie en beleidsruimte van de stad en al haar dochters (met inbegrip van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, …), na te gaan. De publieke bedrijven waarin Antwerpen aandeelhouder is, opereren meer en meer in een vrijgemaakte internationale markt die voortdurend in beweging is. Voor de energiebedrijven leidt dat tot een geleidelijke aanpassing van de structuren en financiële verhoudingen tussen de stad en de andere partners. AWW en Integan hebben weliswaar aandacht gehad voor samenwerking met andere partners, maar hun structuur en kapitaalsverhouding zijn niet gewijzigd. Voor beide publieke bedrijven dringt zich een aantal strategische beslissingen op. Het stadsbestuur wil - al dan niet met externe begeleiding - in de eerste helft van 2007 zijn strategie ten opzichte van AWW en Integan bepalen. De stad wil zich hierbij alleen laten leiden door de dienstverlening aan de inwoners en door gezonde bedrijfseconomische principes.
553. Het stadsbestuur wil de stedelijke belastingen de komende zes jaar niet laten stijgen. Toch wil de stad haar beleidsruimte vergroten. Daartoe geeft ze een studieopdracht om de globale financiële situatie en beleidsruimte van de stad, inclusief alle dochters na te gaan.
554. De stad wil de band met de dochters aanhalen en wil dat het beleid van de dochters een onderdeel vormt van haar globaal strategisch project. Hiermee zal de stad rekening houden bij de benoeming en aansturing van de vertegenwoordigers bij haar dochters. Dochters die bedrijfseconomisch worden bestuurd moeten een dividend opleveren en een financieringsbeleid voeren dat daarmee strookt.
555. Het stadsbestuur wil - al dan niet met externe begeleiding - in de eerste helft van 2007 zijn strategie ten opzichte van AWW en Integan bepalen. De stad wil zich daarbij alleen laten leiden door de dienstverlening aan haar inwoners en door gezonde bedrijfseconomische principes.
556. Het bestuur wil maximaal gebruik maken van subsidies van andere overheden. Vandaag laat de stad hier kansen liggen, onder meer bij de aanleg van riolen.
557. De stad wil bijkomende, niet voorziene weerkerende inkomsten prioritair gebruiken om op langere termijn het begrotingsevenwicht te garanderen.
558. De stad wil eenmalige inkomsten aanwenden voor reserves, pensioenen, schuldafbouw of prioritaire investeringen.
559. De stad neemt haar verantwoordelijkheid voor de stedelijke pensioenen door de verdere opbouw van voldoende reserves.

Het stadsbestuur wil binnen deze krijtlijnen in de eerste helft van 2007 een gedetailleerd meerjarenplan voor de gewone en buitengewone begroting van de stad en haar dochters voorstellen.
560. De eerste helft van 2007 wil het stadsbestuur een gedetailleerd meerjarenplan voor de gewone en buitengewone begroting van de stad en haar dochters voorstellen.

DE STAD EN HAAR DOCHTERS

De stad participeert in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, sociale huisvestingmaatschappijen, autonome gemeentestructuren, gemeentelijke regie-vzw's en andere verzelfstandigde agentschappen. In de ogen van de stad voeren al deze dochters stedelijke opdrachten uit. Het bestuur wil dat de stadsafgevaardigden er op toezien dat de beleidslijnen van de stad worden uitgevoerd. De stad participeert ook in bovenlokale organisaties. Het bestuur wil dat zijn vertegenwoordigers ook hier de belangen van de stad verdedigen. Op die manier hebben de stedelijke afgevaardigden een dubbele opdracht. Ze moeten de belangen van de organisatie behartigen, maar dragen ook een grote verantwoordelijkheid tegenover de stad. Ongeacht de intergemeentelijke solidariteit verwacht het stadsbestuur dat zijn afgevaardigden bijzondere aandacht besteden aan de beleidsvisie van het stadsbestuur, aan de belangen van de stad en aan mogelijke risico's. Deze dubbele opdracht moet voor alle afgevaardigden van de stad duidelijk zijn en worden aanvaard. Geen enkel mandaat is ten persoonlijke titel. De afgevaardigden zijn de vertegenwoordigers van de stad.
561. Het stadsbestuur wil dat zijn afgevaardigden bij de dochters en bij de bovenlokale organisaties de belangen van de stad verdedigen.

Op voorstel van de bevoegde schepen zullen over de rapportering en betrokkenheid van de vertegenwoordigers bij de dochters en de bovenlokale organisaties duidelijke afspraken worden gemaakt. Die afgevaardigden zullen op regelmatige basis aan het schepencollege rapporteren.
562. Het stadsbestuur wil dat de afgevaardigden bij de dochters en de bovenlokale organisaties op regelmatige basis aan het college rapporteren.

PATRIMONIUMONDERHOUD

De stad zet voor haar werking een veelvoud aan gebouwen in (zwembaden, bibliotheken, districtshuizen, stelplaatsen, kantoren, ...). Ook het voertuigenpark (brandweerwagens, vuilniswagens, ...) is cruciaal voor een veilige en propere stad. Het is de opdracht van de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud om aan de stad een geschikt en hedendaags patrimonium en voertuigenpark ter beschikking te stellen, en de evenementen logistiek te ondersteunen. Zo draagt patrimoniumonderhoud bij aan een leefbare en bruisende stad, én aan een goed werkende stedelijke organisatie. Om dat blijvend te realiseren, wil het stadsbestuur van de bedrijfseenheid een modern publiek bedrijf maken.
563. Het bestuur wil een expertisecentrum overheidsopdrachten stichten dat ervoor zorgt dat in elk dossier de meest geschikte procedure wordt gevolgd (aanbesteding, raamcontract, onderhandeling, PPS, ...) en dat er doorgedreven met de leveranciers wordt onderhandeld.
564. De snelheid van het aankoopproces bepaalt mee de slagkracht van de stedelijke organisatie. Daarom wil het stadsbestuur de doorlooptijd van de overheidsopdrachten tot het minimum herleiden.
565. De stad wil het aantal raamcontracten laten toenemen.
566. Het bestuur wil in een totaalplan vastgoedbeheer vastleggen hoeveel en welke gebouwen de stad nodig heeft. De stad wil overtollige gebouwen afstoten en de opbrengst van deze operatie investeren in hedendaags, energiezuinig en kwaliteitsvol stadspatrimonium. Het bestuur wil met duurzame constructies en rationeel energiegebruik de exploitatiekosten drukken. Daarvoor zet Antwerpen het nog te stichten autonoom agentschap energiebesparing in.
567. Het bestuur wil de onderhouds- en exploitatiekosten van bij de start van een project mee in rekening brengen.
568. Antwerpen wil van zijn voertuigencentrum het kenniscentrum betreffende bedrijfsmobiliteit van de stad maken. Het voertuigencentrum moet bedrijfseconomisch werken. Voorop staat de maximale beschikbaarheid van de voertuigen (vuilniswagens,…) tegen een aanvaardbare kost. Het bestuur wil het gebruik van onderhoudscontracten optimaliseren. De stad wil met raamcontracten het te groot aantal verschillende automerken terugdringen.
569. Antwerpen wil zoveel mogelijk evenementen maximaal ondersteunen. Een afsprakenkader bepaalt tegen welke voorwaarden huur, transport en opstellen en afbreken van materiaal mogelijk is. Deze afspraken houden rekening met de aard van de evenementen en de mogelijkheden van de organisatoren.
570. Het stadsbestuur wil de aankoop en het voorraadbeheer voort bedrijfseconomisch organiseren.

AG VESPA, PATRIMONIUM EN STADSPROJECTEN.

Het autonome gemeentebedrijf voor vastgoed en stadsprojecten AG Vespa is in enkele jaren tijd een belangrijk instrument voor de stad geworden, zowel voor de stadsontwikkeling als voor het grond- en pandenbeleid en het fondsenbeheer. Antwerpen wil AG Vespa voort ontwikkelen als vastgoed- en ontwikkelingsmaatschappij.

571. Alle eigendommen die geen rechtstreeks verband houden met de kerntaken van de stedelijke overheden en hun dochters (stad, onderwijs, OCMW, politie, haven, gapa,…) worden door AG Vespa gevaloriseerd. Het bedrijf krijgt hierop een lastgeving met optierecht, en opereert met dit gehele patrimonium op dezelfde wijze als zij nu doet t.a.v. het patrimonium van de stad. De gegenereerde opbrengsten worden voor onderwijs en OCMW specifiek en integraal gebruikt voor behoud en opwaardering van hun eigen kerntakenpatrimonium.
572. Ten aanzien van bijzonder patrimonium met een specifieke kernopdracht is meer maatwerk vereist:
" Specifiek OCMW-patrimonium gebruikt voor een kerntaak, en dus ook direct verbonden met de eerstelijn diensverlening (bv. bejaardenflats,…), blijft onder het OCMW-beheer.
" Voor het ziekenhuispatrimonium wordt binnen AG Vespa een aparte vastgoedmaatschappij opgezet met stad, OCMW en ZNA als partners.
" Het patrimonium met historische en monumentenwaarde van stad en OCMW, die eigen inkomsten genereren, worden ondergebracht in een geëigende structuur binnen AG Vespa, waardoor het én stedelijke eigendom blijft én de inkomsten kunnen gebruikt worden voor behoud en onderhoud ervan.
Het patrimonium met onderwijsdoelstellingen wordt ondergebracht bij een dochter van AG Vespa. Deze dochter staat zowel in voor de uitvoering van het eigenaaronderhoud (kerntaken en dus rol hier bij PO beter omschrijven: competentiecentrum overheidsbestekken -

 

terug start reageer lees de reacties
   

Omhoog

privacybeleid

Omhoog

©ALP

web
analytics

Adverteren